woensdag, december 8

EK-dagboek van een journalist (7): 26 juni

Pinterest LinkedIn Tumblr +

Ik moet eerst nog iets kwijt van onze tweede trip naar St.-Petersburg. Toen we maandag op Zaventem landden, werd ik op weg naar Antwerpen voorbijgereden door een zwarte SUV met nummerplaat AH 88. Die acht staat telkens voor de achtste letter van het alfabet. Hoe kan iemand zo koketteren met één van de meest verachtelijke mensen uit de wereldgeschiedenis? En hoe is het mogelijk dat zo’n nummerplaat wordt uitgereikt?

Veel invulwerk

Vrijdag bedenk ik dat het mogelijk is dat ik de laatste persconferentie in Tubeke heb bijgewoond. Dat zowel Martinez als de grote kanonnen Courtois en Lukaku uitrukken, versterkt nog dat gevoel. Iedereen hoopt hier volgende week weer te staan, hoewel de ritten naar het trainingscomplex zelden een pretje zijn.

Vrijdag is het weer feest op de terugweg. In Ternat staat een vrachtwagen met hooi in de fik: 28 minuten van de oprit Halle tot Groot-Bijgaarden, dan nog eens zestien minuten op de ring tot Machelen. Gelukkig hoef ik niet de richting Gent uit, want er is sprake van twee uur wachttijd. Maar ik krijg toch ook nog een toetje vanwege een ongeval op de Antwerpse ring. Net geen twee uur onderweg voor 79 kilometer.

Zaterdagmorgen is het om kwart voor zeven nog erg rustig op de Antwerpse ring. Op de luchthaven is het echter duidelijk drukker dan de voorbije weken. Wie volledig gevaccineerd is, moet geen covidtest meer ondergaan voor Spanje. Je moet echter wel de Spanish Health Control Form invullen en dat is een flinke boterham. Je bent er wel tien minuten mee zoet.

Rode zone

We vliegen dit keer niet met een Airbus van Brussels Airlines, maar met een Fokker 100. Het roept herinneringen op aan een toestel met propellers, maar dat is gelukkig niet het geval. Dat het toestel van de Roemeense luchtvaartmaatschappij Carpatair is, baart dan toch weer wat argwaan. Maar we bereiken heelhuids Sevilla.

Het is heet in Andaloesië. Ruim dertig graden. Dat was het ook in St.-Petersburg, maar dit is toch nog wat anders. Maar laat ons niet klagen, want we ontsnappen een paar dagen aan het veredelde herfstweer in eigen land.

Spanje is nog rode zone en dat kan niet echt verbazen. Op de luchthaven gaat het er chaotisch aan toe en zeker niet corona-safe. Maar de stemming slaat snel om. Spanje zorgt toch altijd voor een vakantiegevoel. Zeker als je een zwembad in je hotel hebt.

IJzeren kooi

De wedstrijd tegen Portugal wordt noch in het stadion van FC Sevilla noch in dat van Betis gespeeld, maar in La Cartuja, een atletiekstadion dat op een eiland is gebouwd. Een vreemd bouwwerk. We zoeken met z’n allen een tijdlang naar de perstribune om het begin van de training van de Rode Duivels mee te maken. De weg naar boven blijkt de trap van een stelling. Er is ook een lift: ascensore 9. Dat blijkt een ijzeren kooi met één in plaats van vier zijwanden te zijn. Nooit meegemaakt.

Als we om half tien het stadion verlaten, is het een zalige zomeravond geworden. Het lichte briesje in welkom. Als de Italianen rond elf uur aan hun verlengingen beginnen, is het zelfs een beetje aan de frisse kant geworden. Het zal morgenavond allemaal wel meevallen. Al moet ik vaststellen dat er onder de journalisten ongewoon veel pessimisme heerst. Uit de spelersgroep komen gelukkig heel andere geluiden.

Maradona (60) en de Belgen | François Colin

Share.

About Author

François Colin (68) was achtereenvolgens rubriekleider voetbal en chef-sport van Het Nieuwsblad en senior writer van De Standaard. Sinds zijn pensioen in 2014 is hij columnist voor Sport/Voetbalmagazine. Hij bracht verslag uit van twee Olympische Spelen, tien EK's en negen WK's voetbal en was aanwezig bij ruim driehonderd interlands van de Rode Duivels. Hij is auteur of co-auteur van een vijftiental boeken over de mooiste sport op aarde.

Comments are closed.