woensdag, januari 20

Clement heeft natuurlijk (on)gelijk

Pinterest LinkedIn Tumblr +

Wat mij betreft is het heel duidelijk, zowel Hans Vanaken als Steve De Ridder verdiende rood. Bloedrood. Intentie of geen intentie. Wanneer je de integriteit, met andere woorden de fysieke gezondheid, van je tegenspeler met een rake trap in gevaar brengt, dan moet je daarvoor worden bestraft. In het voetbal, maar ook in andere sporten en uiteraard ook in het gewone leven. En voetballers maken ook deel uit van dat gewone leven. Ook al denken sommige spelers daar soms anders over en lijkt dat in de praktijk ook vaak zo te zijn.

Bloedrood

Bloedrood dus. En toch vinden heel wat mensen dat Vanaken ten onrechte rood heeft gekregen. Ex-voetballers staan zowat voorop in de rij. Gisteren nog stelde Wesley Sonck in Extra Time dat ook De Ridder geen rood verdiende. En hij is lang niet de enige. Bij de kaart van Vanaken was er op dat gebied nog meer eensgezindheid onder de vroegere topspelers en analisten. Ook gelauwerde internationals hebben uiteraard recht van spreken, maar hun mening is op dat vlak maar een mening zoals elke andere mening. Laat me toe om even een vergelijking te maken. Het is niet omdat iemand Nederlands spreekt dat die persoon ook Nederlands kan onderwijzen. Uiteraard, vergelijkingen lopen meestal mank, maar in dit geval biedt een voetbalcarrière echt geen meerwaarde bij de beoordeling van een fout en de reglementaire straf die daaraan is gekoppeld.

Het is precies daarom dat Philippe Clement gelijk heeft. Maar ook ongelijk. Hij heeft gelijk dat Steve De Ridder rood had moeten krijgen, maar hij heeft ongelijk dat Vanaken geen rood had mogen krijgen. Het lijkt een beetje vreemd, maar eigenlijk is het gelijk van Clement de basis van zijn ongelijk. Want zijn gelijk is gebaseerd op de foute redenen. Waarom?

Klikgedrag

Wel, als Clement vindt dat Vanaken ten onrechte rood heeft gekregen, dan moet hij ook absoluut zijn mond houden bij de fout van De Ridder. Het is het één of het ander. En niet van allebei een beetje en hoe het jou volgens de omstandigheden best uitkomt. Een dergelijk gedrag doet denken aan kinderen die in de klas een terechte berisping krijgen en onmiddellijk verwijzen naar dat andere jongetje dat de dans is ontsprongen omdat hij aan de aandacht van de meester is ontsnapt.

Het lijkt wat op onnozel klikgedrag. Van een verantwoordelijke coach zou je daarom volwassen gedrag mogen verwachten. Ik wil er trouwens onmiddellijk aan toevoegen dat niet enkel Clement in dit bedje ziek is, maar dat gezeik door coaches vooral in onze pintjesliga aan de orde is. Bij de FA, die sinds het geval-Cavani bij mij toch ook in een lagere schuif is terechtgekomen, kun je daarvoor een fikse straf krijgen. Om nog maar te zwijgen over de straf voor Vanaken wegens onbetamelijk taalgebruik.

Clementie

Waar zit hem dan de fout? Zoals gewoonlijk worden de scheidsrechters en de VAR met alle zonden Israëls beladen. Zij zijn het makkelijkste slachtoffer. Vandaag nog in een van onze leidende sportkranten. Een wederwoord hebben ze niet, want ze hebben haast de facto een spreekverbod. Neen, bij tijd en wijle worden ze dan ook nog eens de grond ingeboord door een communicatieve stoethaspel. Het klopt, ze maken fouten. En ja, dat leidt tot discussies. Maar toch zou ik om clementie (what’s in a name?) willen vragen. Maak van onze refs voltijdse profs die zich op een evenwaardige manier kunnen voorbereiden op een eersteklassewedstrijd. En betaal ze goed.

Misschien een ideetje: laat die voetbalprofs een deeltje van hun riante wedde afstaan in ruil voor een competent scheidrechterkorps. En brand ze zeker niet zo af.  Een speler die voor een open doel een riante kans mist, krijgt hooguit een standje. Een falende scheidsrechter heeft blijkbaar in een grot verbleven. En als ze al in een grot zouden gezeten hebben, zouden ze daar dan ook die onprofessionele profs hebben ontmoet die in de voorbije weken aan een feestje deelnamen of op vakantie zijn geweest. Dat moet wel een heel grote grot zijn geweest. Han-sur-Lesse?

Share.

About Author

Paul Catteeuw (1956) bekijkt voetbal vanuit de tribune achter het doel. Hij houdt zo de vinger aan de pols voor wat naast de zijlijn gebeurt en probeert om er dwars doorheen te kijken. Soms vol nostalgie, soms vol verwondering, maar meestal met een vleugje ironie.

Comments are closed.