De Premier League is pas drie speeldagen ver, maar de scheidsrechters (uiteraard inclusief de videorefs) liggen al volop onder vuur. En dat was nog voor ex-referee Mike Dean wat olie op het vuur gooide. Interessant is dat Pro Ref (vroeger PGMOL genoemd), het scheidsrechtersbestuur, een panel laat stemmen over twijfelachtige beslissingen van het personeel.
Eerste vaststelling: de kritiek op de arbitrage is niet altijd de schuld van dat personeel. Soms zijn de regels zo zot als een achterdeur. Bijvoorbeeld bij het doelpunt van Harry Maguire bijna twee weken terug tegen Ipswich Town. De verdediger van Manchester United kreeg de bal tegen beide armen die hij gekruist voor zijn borst hield en trapte dan op doel. Een speler van de aanvallende partij de bal met de arm speelt: altijd hands. Vergeet het. Het scheidsrechterspanel besliste dat het doelpunt terecht werd goedgekeurd. Het schot van Maguire week immers nog af op een verdediger. Wie dat bedacht heeft, begrijpt echt niets van voetbal.
Tweede vaststelling: de top van het arbitragecorps is het lang niet altijd eens. Het panel (Key Match Incidents Panel) van vijf experten (drie ex-spelers, een vertegenwoordiger van de Premier League en een afgevaardigde van Pro Refs) beoordeelt achteraf alle tussenkomsten van de VAR. De stemming over het nadspel van Maguire was 4 tegen 1.
Het panel was wel unaniem dat Arsenal een strafschop had moeten krijgen – en Ian Maatsen een tweede gele kaart – tegen Aston Villa. De Gunners wonnen echter de partij, dus geen man overboord.
Flamboyant
Alsof er nog niet voldoende te doen is over de arbitrage gooide ex-ref Mike Dean nog wat olie op het vuur. Dean is inmiddels 58 en zwaaide vier jaar terug af, maar in de podcast ‘Jamie Vardy’s Having a Party’ vertelde hij doodleuk dat hij ‘mini-games’ speelde tijdens matchen. Zo probeerde hij uit te zoeken hoe lang hij kon wachten vooraleer een eerste keer te fluiten of hoe lang hij in de middencirkel kon blijven flaneren. Hij zou met collega’s wedstrijden georganiseerd hebben om dit het langst vol te houden.
‘Mijn assistenten zeiden wel eens: dat kan je niet maken. Ik antwoordde dat ik het toch ging proberen. Er was een match waarin ik pas na 15 minuten uit de cirkel kwam. Er waren ook enkele wedstrijden waarin ik pas na 20 of 25 minuten een eerste keer floot. Dat was uiteraard in de tijd dat er nog geen VAR was.’
Mike Dean leidde meer dan 500 matchen in het profvoetbal en stond bekend als ‘flamboyant’. Sommige insiders achten hem in staat om dat soort ongein uit te voeren. De meeste waarnemers geloven er echter niets van. Ze noemen het aanstellerij, een poging om nog eens in het middelpunt van de belangstelling te staan. ‘Typisch Mike Dean’, zeggen ze.
De belangen zijn echter zo groot dat dit soort stunts niet meer aanvaard worden. Vooral nu refs in Engeland meer dan behoorlijk worden betaald. Referees in de Premier League strijken een basisjaarsalaris van 73.000 pond (85.000 euro) op. Met wedstrijdpremies en bonussen kunnen ze aan een maximum van 180.000 pond (210.000 euro) geraken. Niet slecht, maar nog altijd lichtjes belachelijk vergeleken met de spelers, die gemiddeld 4,7 miljoen euro verdienen.
Verenigde Arabische Emiraten
Intussen is er al flink wat te doen rond de aanduiding van Michael Oliver voor de Manchester derby van zaterdag. Oliver is samen met Anthony Taylor nochtans de top van de Engelse arbitrage en een van de beste refs in de wereld. Oliver floot drie jaar terug echter wedstrijden in de Verenigde Arabische Emiraten, aan 25.000 euro per match. Heel wat meer dus dan de 1.800 euro die een ref in de Premier League per match krijgt. Het bedrag is echter niet het probleem. Wel dat Manchester City eigendom is van … de Verenigde Arabische Emiraten.