De Tour staat bol van de memorabele verhalen. Elke dag brengt De Witte Duivel een anekdote uit de rijke geschiedenis, letterlijk uit de buik van de Tour. Al dan niet gerelateerd aan de etappe van de dag.
Dinsdag 21 juli, Evian-les-Bains – Thonon-les-Bains, 26,1 kilometer
Bonjour monsieur Goddet
De eerste en enige individuele tijdrit in deze Tour. En dit over een relatief korte afstand. Normaal een parcours op maat van Remco Evenepoel, ook al loopt de weg na de start meteen omhoog: 9,7 kilometer en een gemiddeld stijgingspercentage van 9,7 procent. Een zege van Evenepoel op onze nationale feestdag zou een aparte dimensie krijgen. Het is van 1985 geleden dat, met Rudy Matthijs, een Belg op 21 juli won.
Ooit werd in de Tour het verschil gemaakt door het chronowerk. Vooral daardoor won Jacques Anquetil vijf keer. De Normandiër kon verschrikkelijk hard rijden, al deed hij dat niet altijd. Rik Van Looy verkende eens het parcours van een tijdrit in het wiel van Anquetil. Terwijl hij met de handen boven op het stuur fietste en af en toe naar de mensen zwaaide, ontwikkelde Anquetil zo’n waanzinnig tempo dat Van Looy hem amper kon volgen.
Anquetil had een ijzeren gestel. Tijdens de Tour pleegde hij vaak tot in de vroege uurtjes te kaarten, waarbij de champagne rijkelijk vloeide. Hij veegde oude dogma’s van de tabellen, won eens de Dauphiné Libéré, sprong in de trein en stond om half twee ’s ochtends aan de start van de 600 kilometer marathonkoers Bordeaux-Parijs, die hij zonder specifieke voorbereiding won. In de tijdritten demonstreerde Jacques Anquetil, een notoir rokkenjager, heel goed zijn kwaliteiten: zijn perfecte houding op de fiets, een eenheid van mens en machine, werd geprezen, zij het met enige afgunst. Want door zijn koele afstandelijkheid was deze aristocraat op twee wielen niet echt geliefd. Na zijn carrière trok hij zich terug in zijn kasteel in Normandië. Voor zijn buitensporige leven betaalde hij wel een zware prijs: hij stierf op zijn 53e aan maagkanker.
De langste tijdrit in de Tour werd in 1948 gereden. Die was 139 kilometer lang en werd gewonnen door Raymond Impanis. De Brabander was een renner die met zijn krachten woekerde, maar toch nooit de indruk gaf afgetobd te zijn. Maar er zat weinig regelmaat in zijn prestaties. Zeker in de Tour. Het ene jaar klom hij met Fausto Coppi en Louison Bobet over de steilste cols, het jaar daarop eindigde hij op een uur. Het inspireerde Tourbaas Jacques Goddet in de organiserende krant L’Equipe ooit tot een hoofdartikel met als titel: ‘Monsieur Impanis’. Hij verweet de bakkerszoon niet te kunnen afzien. Dat was in 1948.
Nooit is Raymond Impanis zo kwaad geweest als op dat moment. De dag nadien stond er een zware Alpenrit op het programma. Bij de beklimming van de eerste col ging hij meteen in de aanval. Hij zag Goddet boven op de top staan en zei beleefd: “Bonjour monsieur Goddet”. Door drie bandbreuken op de Tourmalet verloor hij de etappe. Een paar dagen later was er die lange tijdrit. Impanis stampte alle nijd uit zijn lichaam en triomfeerde met grote overmacht.