donderdag, juni 25

Franz Beckenbauer: Weltmeister, Kaiser & Freie Mann in 1974 – Raf Willems

Pinterest LinkedIn Tumblr +

 

Een dagelijkse serie van 31 afleveringen…Iconen van het WK Voetbal 1920-2026 uit het gelijknamige boek. Vandaag: Franz Beckenbauer; 11 september 1945 – 7 januari 2024.

West-Duitsland – Nederland 2-1, finale Weltmeisterschaft 1974 West-Duitsland op 7 juli 1974, Olympia Stadion München

Franz Beckenbauer. Der Freie Mann. Rond 1960 diende ‘de laatste centrale verdediger’ om gaten te dichten, de bal een wilde hengst te geven of om met een vervaarlijke tackle het doelgevaar te bezweren. De morfologie van het lichaam liet aan duidelijkheid niets te wensen over: fors, geblokt, potig. Toen kwam…Franz Beckenbauer. Vrouwen vergeleken zijn bewegingen met die van de jonge bokser Cassius Clay, die later als Muhammad Ali de wereld zou veroveren: lichtvoetig dansen. Beckenbauer presenteerde zich als ‘de overtreffende trap’, het prototype van de nieuwe stijl. Een beweeglijk brein, het voetbal als schaakpartij. Hij dacht na over de opbouw vanuit de achterhoede met de stukken van het bord voor hem.

Hij brak het ritme van de tegenpartij met zijn typerende interceptie – sierlijk en simpel – en verraste de opponent met uitbraken volgens de regels van de perfecte tweevoetigheid.

Hij cultiveerde het begrip ‘libero’, het Italiaanse woord voor vrij. In het cynische systeem van het catenaccio van de jaren zestig – verdedigend, negatief voetbal – kreeg de libero een beperkte vrijheid om de tegenaanval te lanceren. Beckenbauer construeerde il libero tot der Freie Mann. Hij ruilde de beperking in voor het risico.

Hij wenste het spel voor zich. De aanval begon bij het eigen doel, met de langzame opbouw die resulteerde in vele dubbelpassen met Gerd Müller, zijn alter ego in de spits. Der Bomber und der Kaiser, zelden lagen voetbalstijlen verder uit elkaar. Een aanvaller die scoorde met elk lichaamsdeel, versus een verdediger die de kunst van de fijne baltoets tentoonstelde.

De voormalige bondskanselier Helmut Kohl puntte het uit in het Woord Vooraf van het geïllustreerde overzichtsboek Schau’n mer mal. Franz Beckenbauer: Geschichten und Bilder einen aussergewöhnlichen Karriere: ‘Franz Beckenbauer overweldigde ons altijd met zijn elegantie, zwierigheid, gemillimeterde voorzetten en technische perfectie. Zijn kunst van het spel was een esthetisch genot.’

Der Kaiser maakte van München een klassieke voetbalmetropool. Tussen 1966 en 1976 vier keer landskampioen, vier keer bekerwinnaar, drie Europacups voor Landskampioenen, één Europacup voor Bekerwinnaars, één Europese Super Cup en één Intercontinentale Cup. Het was nochtans bescheiden begonnen. In de zomer van 1965 steeg hij met Bayern uit de Regionalliga Süd. In de winter van 1975 hield Bayern met Beckenbauer de nul in het Braziliaanse Belo Horizonte en won de Intercontinentale Cup, de wereldbeker voor clubs. Een gouden decennium, met schier eindeloze successen. Lachende gezichten, mondiale vermaardheid: Maier, Schwarzenbeck, Müller, Breitner, Hoeness, Beckenbauer. Die laatste wentelde zich ook met plezier in de opgedirkte scene van glitter en glamour. Hij ging graag op de foto met vedetten uit de wereld van de showbizz: van operdiva’s tot filmvedetten. Tegelijk schuwde hij de zotskap niet: met carnavalshoed of Lederhose tijdens de Bierfeesten in beeld? Geen enkele pose was hem vreemd!

In zijn biografie ‘Einer wie ich’ kwam hij in 1975 met ferme uitspraken voor de pinnen. Volgens hem telden de gemeenschappelijke belangen enkel tijdens de wedstrijd. Naar zijn oordeel was er in het professioneel voetbal geen tijd voor vriendschappen. Hij rekende daarmee complexloos af met het oude sportideaal. Het in zijn ogen vermolmde en wereldvreemde heldendom van fair play, kameraadschap en eerzucht. Hij was de eerste voetballer met koopmansgeest.
Dat kenmerkte het optreden van de ‘libido-libero’ evengoed als zijn stijlvolle rushes naar mooie vrouwen. De
Süddeutsche Zeitung doopte hem om tot ‘Casanova van de Bundesliga’. In zijn eigen spelersgroep gedroeg hij zich als Caesar, een Romeinse keizer die verdeelde en heerste in zijn Colosseum, der Kaiser van de Olympusberg. En tenslotte van de wereld.

Van een leien dakje liep het niet: de West-Duitse internationals ruzieden met de bondstop over geld en voetbalden in de groepsfase zo ondermaats dat het thuispubliek haar favorieten uitfloot. Intussen was het totaalvoetbal van Nederland het gespreksonderwerp van het toernooi: 14-1 doelpuntenverhouding en superieure klasse. Het Oranje van Johan Cruijff trok als grote favoriet de finale in, maar de Mannschaft groeide, na zeges tegen Zweden, Joegoslavië en Polen, naar het moment van de waarheid. Hij zette de selectie naar zijn hand, deed een geslaagde greep naar de macht en nam die over van bondscoach Helmut Schön. Hij koos voor een ‘realistische’ spelstijl en dicteerde tegenover het Hollandse balbezit: wachten, organiseren, zien. En strijden! En uiteindelijk ook winnen. Hij bewees zijn autoriteit door in de finale de betere te zijn van Johan Cruijff. Diep in de tweede helft kwam hij steeds meer in zijn geliefde spel: hij wachtte zijn tegenstanders uitdagend op, draaide zich om in het eigen strafschopgebied en legde de bal met finesse terug op Maier.

Bij het eindsignaal voelde hij zich eindelijk Weltmeister. Der Weltmeister, der Chef! Het was zijn zege, die van de libero, der Freie Mann. Franz Beckenbauer.

Uit: Iconen van het WK Voetbal 1920-2026 – Raf Willems – Uitgeverij Best in Books

 

 

Share.

About Author

Paul Catteeuw (1956) bekijkt voetbal vanuit de tribune achter het doel. Hij houdt zo de vinger aan de pols voor wat naast de zijlijn gebeurt en probeert om er dwars doorheen te kijken. Soms vol nostalgie, soms vol verwondering, maar meestal met een vleugje ironie.

Leave A Reply