In 1994 was de voetbalbond zo vriendelijk om de pers nog eens te laten logeren in het hotel van de spelers in Daytona, in de staat Florida. Weliswaar in een andere vleugel, maar ideaal om de dagelijkse persconferentie bij te wonen. Wijlen Stef Dewolf (hln) en ik brachten in december 1993, samen met Simone Vercammen van het reisbureau van Lierse voorzitter Bob Quisenaerts, een bezoek aan het hotel Indigo Lakes.
Donkere gangen en donkere kamers, luidde het eensluidend. Toch maar eens uitkijken of er geen alternatief was. Een droomlocatie: de Hilton op het strand van Daytona Beach. Achter het hotel lag een zwembad en via vijf of zes treden lager stond je letterlijk op het strand. Je kon langs voor en langs achter parkeren, want in Daytona Beach mag je met de auto het strand op.
Een kwartiertje rijden van het spelershotel en vergelijkbare prijzen. De keuze was snel gemaakt. Het werd de Hilton. Ja, het waren nog tijden waarin onze kranten centen hadden en die wilden besteden aan comfortabele leef- en werkomstandigheden voor hun journalisten. Niet zoals in 2018, toen sommige krantenjongens via Istanbul moesten terugvliegen van Sochi in plaats van een rechtstreekse vlucht naar Moskou te nemen.
Je moet mij niet geloven, maar zo’n groot voetbaltoernooi is loodzwaar. Alleen Olympische Spelen zijn fysiek nog zwaarder, maar die duren maar twee weken en zijn journalistiek veel gemakkelijker. Allemaal atleten die niet of nauwelijks aan bod komen in de media, vaak (zeker in het recente verleden) een beroep buiten de sport uitoefenden, een verhaal hebben en hunkeren naar erkenning. Terwijl voetballers plat geïnterviewd zijn voor zo’n evenement en steeds meer balen van contact met de pers.
Scouten
Ik wilde tijdens het WK iets extra op de kamer: een fax, zodat ik bij het ontbijt ’s morgens (het was er zes uur later dan bij ons) de sportpagina’s van Het Nieuwsblad en Het Laatste Nieuws kon vergelijken. Om een of andere duistere technische reden bleek dat zo’n fax alleen te installeren viel in een suite op de achtste (en hoogste) verdieping. Een balzaal en de receptionist vertelde me dat Bill Clinton er geslapen had (hij wist niet met wie) tijdens de verkiezingscampagne van 1992. Toen ik boven arriveerde, bleek er ook nog een nog veel grotere kamer bij te horen met een indrukwekkende glazen tafel en veertien stoelen. Hier hielden Paul Verbrugghe, Mark Dheedene en ik onze dagelijkse redactievergadering.
Alles ging goed tot de Duivels de voetbalgrootmacht Saudi-Arabië moesten bekampen. De avond voor de match in Washington D.C. zaten bondscoach Paul Van Himst en zijn assistent Michel Sablon in een zaaltje van het spelershotel tv-beelden te bekijken toen Ariël Jacobs arriveerde. Ariël was toen jeugdcoach bij de KBVB en had als opdracht de tegenstanders te scouten. Het eerste wat hij hoorde, was dat Pol en Michel het over het gevaar van de Saudische vleugelspelers hadden. ‘Sorry’, zei Ariël. ‘Ik heb ze hier twee keer aan het werk gezien. Aanvallend gaat alles door het centrum.’
‘We gaan eten’, antwoordde Popol. ‘We hebben het er morgen nog over.’ Niet dus en ’s avonds liep Saeed Al-Oiwaran door het hart van de Belgische defensie en maakte het enige doelpunt van de partij. In plaats van een 1/8ste finale tegen Ierland om de hoek, in Orlando (Florida), volgde een duel tegen Duitsland in Chicago.
Wiebelen
In die tijd vloog de pers nog samen met de spelers naar de volgende WK-opdracht. Zo ook naar Washington D.C. voor het duel tegen Saudi-Arabië. Maar de sfeer was intussen behoorlijk verziekt. De bobo’s waren boos. Vooral delegatieleider Roger Vanden Stock, die in Het Volk door Jan Segers herdoopt was tot Roger Vanden Golfstock, was ‘not amused’.
Ook de verhalen over onenigheid in de selectie tussen Marc Degryse en Josip Weber, zijn toekomstige ploegmaat bij Anderlecht, werden niet erg gewaardeerd. De kersverse Belg zou zijn kaartschulden niet betalen, deed de ronde.
De bond besliste dat de pers niet mee naar Chicago mocht vliegen voor de match tegen Duitsland. De officiële reden was hilarisch: de journalisten liepen te veel rond in het vliegtuig en deden het toestel te veel wiebelen.
Terug in Daytona Beach bleek er geen plaats meer op lijnvluchten van Daytona of Orlando naar Chicago. Een charter was de enige oplossing. Ik had vooraf dertien vluchten geboekt (o.a. naar Chicago voor de openingsmatch, de halve finale in San Francisco en de finale in Los Angeles) en dat voor alles samen 51.000 frank. De charter naar Chicago kostte echter een fortuin. Met als gevolg dat het ene medium na het andere besliste om één of twee medewerkers in Daytona te houden. Het resultaat was dat er slechts zeventien stoelen bezet waren in de Boeing 737 en dat de trip 100.000 frank per man kostte.