Barcelona en Real Madrid waren woest op de scheidsrechter. Niet ten onrechte. Desondanks deze gewaagde stelling: de arbitrage was nooit beter. Dat geldt overigens ook voor het voetbal. Er is echter wel wat mis met de spelregels en de richtlijnen voor de refs.
Kers
Een paar jaar geleden maakte ik in Oostende op het Podcastfestival van De Standaard een live uitzending mee van Koolcast. Allemaal jonge kerels die de lof zongen van de voetbalhelden uit mijn jeugd. Achteraf had ik een gesprekje met een van hen en maakte hem duidelijk dat hij en zijn vrienden het volledig fout hadden.
Dat ze een verkeerd beeld hebben van het voetbal van decennia terug is begrijpelijk. Wat ze ervan gezien hebben, zijn hoogtepunten. De kersen op de taart. Zeker geen volledige wedstrijden. Dan zou hen op z’n minst opgevallen zijn dat die meestal stroperig traag verliepen. Dat er meer ruimte was op het veld dan op de Meir ’s nachts. Tenminste als ze wakker bleven.
Voor jonge mensen is het moeilijk te vatten dat er vroeger nauwelijks wedstrijden werden uitgezonden. Het WK, later ook het EK, Europese bekerfinales bij de clubs en Europese wedstrijden met Belgische clubs. Maar die laatste beslist niet altijd. Als ik mij goed herinner werd bijvoorbeeld de heenmatch van de finale van de Uefacup tussen Anderlecht en Benfica (1983) niet uitgezonden.
Van de nationale competitie kreeg je alleen samenvattingen. In mijn eerste jaren in het vak (1975-1978) was ik medewerker bij de BRT (nu VRT). Absolute topwedstrijden werden op band opgenomen en later gemonteerd. Elk weekend waren er ook een paar matchen waar een reporter met een cameraman naartoe werd gestuurd. Die laatste mocht (om de kosten te beperken) per helft slechts twaalf minuten draaien. Geen wonder dus dat er al eens een doelpunt ontbrak. Of dat je de bal alleen zag binnengetrapt worden. Daar werd dan vaak bij Studio Reusens een voorzet van een mislukte aanval voor geplakt. A la guerre, comme à la guerre.
Zeis
In die tijd werd, net als nu, vaak geklaagd over het spelniveau. Dat lag veel lager dan nu. Wellicht zelfs in de Belgische competitie. Geen wonder. Zodra de herfst zich aankondigde, veranderden de speelvelden in modderpoelen. Nu ligt er drainage onder de grasmatten en is er veldverwarming. De bal was van kaal leer, zonder iets rond. Als het regende, woog dat ding honderd kilo. Aanvankelijk werd het leer letterlijk dichtgeknoopt met een indrukwekkende nestel. Als je die vol raakte bij het koppen, hoorde je het in Keulen donderen. Mijn eerste voetbalschoenen (er waren er nog geen andere) hadden een volle ijzeren top. Probeer daar maar eens mee gevoel in je baltoets te leggen.
Het grootste probleem in die tijd was echter de arbitrage. Een voetbalveld leek vaak op het Wilde Westen. Potig voetbal, was een understatement. Van Diego Maradona bestaat er een documentaire waarin je kan zien dat hij elke keer een steeplewedstrijd liep. Voortdurend springt hij op om wilde tackles te ontwijken. Al in het begin van zijn carrière, nog bij Barcelona, werd hij middendoor getrapt door Andoni Goicoechea. ‘De beul van Bilbao’, was zijn bijnaam.
Elke ploeg had minstens één schopper tussen de lijnen lopen. De man met de zeis. Dat duurde minstens tot het einde van vorige eeuw. Zoals uit een aantal namen blijkt: Nobby Stiles, Norman Hunter, Terry Yorath, Vinnie Jones, Roy Keane. Ook in ons land had elke ploeg wel zo iemand tussen de lijnen: Louis Pilot, Georges Leekens, Jean Thissen, om er maar een paar te noemen.
Slagers
Het WK 1990 in Italië was zo dramatisch dat de Fifa besefte dat er iets moest gebeuren. De macht van de verdedigers moest worden ingeperkt. De terugspeelbal op de keeper werd aangepast (die laatste mocht de bal niet meer oprapen), op gelijke hoogte met de laatste verdediger stond je niet meer buitenspel en er werd veel strenger opgetreden tegen de slagers op voetbalnoppen.
Deze eeuw werden de regels verder aangescherpt. De intensiteit van de actie en de fysieke integriteit van de tegenstander werden meegenomen bij het beoordelen van een fase. Uitstekend. Daar danken we het frivole voetbal van jongens als Lionel Messi en Lamine Yamal aan. Daardoor liep Messi, in tegenstelling tot Maradona, zelden of nooit een zware blessure op.
De laatste tijd dreigt de slinger echter weer de andere richting uit te gaan. Niet dat er opnieuw mag ingehakt worden op de tegenstander. Het is allemaal veel subtieler geworden. Of uitgekookter. Het is maar hoe je het bekijkt.
Week na week klagen we met z’n allen over de arbitrage. En niet ten onrechte. Niet alleen in eigen land, maar zelfs in de Champions League. Hoe is het mogelijk dat zelfs met de inbreng van drie videorefs geregeld zo geblunderd wordt? Hoe is het mogelijk dat een verdediger de bal, die bij een uittrap in beweging werd gebracht door de keeper, opraapt in de zestien en er geen penalty wordt gefloten in Barcelona-Atletico Madrid? Hoe kan het dat een aanvaller in het strafschopgebied een duw krijgt, waardoor hij uit evenwicht is en in een prima positie de bal volkomen verkeerd raakt in PSG-Liverpool en zowel de ref als de VAR de ogen sluiten?
Net als in de Europese heenmatchen was er deze week weer heel wat te doen rond duwtjes in de rug. Van Maximiliano Arauho (Arsenal) aan Cristhian Mosquera (Sporting) en in Atletico-Barça was het Dani Olmo die een duwtje kreeg. Duwtjes die volstonden om de aanvaller uit balans te brengen en zijn doelpoging de mist te zien ingaan. Net als in de heenmatch leverde een duwtje buiten de backlijn de Catalanen een rode kaart op. Terecht, want telkens was hij de laatste man. Maar waarom is een duwtje buiten de backlijn ernstiger dan in de zestien? Terwijl het minste duwtje van een aanvaller in het doelgebied ook altijd gefloten wordt.
Soft
Er valt heel wat op te merken over de arbitrage, maar ondanks al ons gejammer zijn de refs beter dan ooit. Geloof niets van hen die beweren dat het vroeger allemaal beter was. Dat geldt noch voor het voetbal, noch voor de arbitrage.
Zeker niet de arbitrage. Talrijk waren de verhalen over refs – vaak met bewijzen – die omgekocht waren. Denk maar aan figuren als Kurt Röthlisberger of José Barberan. Zelfs de brave Marcel Van Langenhove werd ooit door Marseille van omkoperij beschuldigd omdat hij Benfica in de kwartfinale van Europacup I met de hand liet scoren.
Dankzij de videoref is die mogelijkheid veel kleiner geworden. Het zou niet alleen duur zijn maar ook bijzonder lastig om al wie scheidsrechterlijke beslissingen neemt te benaderen en we willen hopen dat het uitgesloten is dat niemand van hen in dat geval zou spreken.
Arbitreren is echter veel moeilijker geworden. Om te beginnen kunnen wij, voetballiefhebbers, alle wedstrijden en alle betwiste fases zien. Alle matchen komen op televisie en de camera is onverbiddelijk. We hebben alles gezien. Er zijn beelden uit alle mogelijke hoeken en ze kunnen vertraagd en stilgezet worden.
Het voetbal is in de loop der jaren veel sneller en de belangen veel groter geworden. En in veel situaties kan er een verschil van interpretatie zijn. Zet tien voetballiefhebbers of experts bij elkaar en ze zullen herhaaldelijk van mening verschillen.
Wat helaas niet verbeterd is: de spelregels. Neem de handspelregel maar als voorbeeld. Zowat iedereen is van mening dat de vroegere regel beter was. En ook de richtlijnen aan de refs deugen niet altijd. In de backlijn wordt bijna alles toegestaan … aan de verdediger. Lichte stafschoppen zijn immers uit den boze. Totale onzin. Er is in het reglement (wel in de richtlijnen aan de refs) geen verschil tussen een lichte of een zware overtreding. En een fout in het doelgebied die met een rechtstreekse vrije trap moet bestraft worden, is een penalty. Vreemd dat zowat alle analisten meegaan in het verhaal van die ‘softe’ penalty’s. Het zijn de aanvallende ploegen die beschermd moeten worden, niet wie het voetballen onmogelijk probeert te maken.
Streng
Kortom, op basis van de richtlijnen (en de mening van de meeste commentatoren) deden de refs het in Europa uitstekend. Alleen die tweede gele kaart van Camavinga was toch wel heel streng. Ook al zullen we geen traan laten voor de uitschakeling van Real Madrid. En die geweldige tweede goal van Arda Güler was het gevolg van een schwalbe. Niet zeuren dus in Madrid.
De schuld ligt niet bij de scheidsrechters, maar bij hun bazen.