Oud-Oranje-international Winston Bogarde begon bij SVV en Sparta als linksbuiten, maar maakte bij Ajax, AC Milan, Barcelona en Chelsea vooral naam als gevreesde linksback. Louis van Gaal haalde hem van Sparta naar Ajax om achterin te spelen.
Winston Bogarde tooide zich vaak en graag met gouden kettingen, armbanden en oorsieraden. Als de scheidsrechters dat toelieten, zelfs in het veld. Lex Goudsmit was een bekende acteur die in Sesamstraat de opafiguur speelde. Dat Bogarde naar hem werd vernoemd hield uitsluitend verband met de letterlijke betekenis van de achternaam van de acteur: een goudsmit maakt gouden voorwerpen en Bogarde droeg bling-bling.
´Een speler mag niets dragen of gebruiken dat gevaarlijk is. Alle soorten sieraden (halskettingen, ringen, armbanden, oorringen. leren bandjes, rubber bandjes etc.) zijn verboden en moeten verwijderd worden. Tape gebruiken om sieraden te bedekken is niet toegestaan.´ (spelregel 4)
Boogie Man was een andere bijnaam van Bogarde.´Geïnspireerd op zijn achternaam haalde men voor hem een oud kinderversje van stal: ¨Look out, or the Boogie Man will get you!¨, zo verklaart Ed van Eeden de bijnaam in zijn voetbalbijnamenboek ´De Tuinman, De Tsaar en De Zwarte Tulp´. De Boogie Man was een mythisch schepsel dat – door nu geheel achterhaalde pedagogiek – kinderen tot goed gedrag probeerde aan te zetten door ze te laten schrikken. Winston Bogarde was een imposante, breedgeschouderde verschijning met wie je liever geen ruzie kreeg. De ondertitel van zijn biografie door Marcel Rözer (2005) luidt: ´Deze neger buigt voor niemand´. Bij Chelsea hield hij voet bij stuk toen de club met een afkoopsom van hem af wilde na een langdurige revalidatie; hij bleef doortrainen al was hij uit de selectie gezet, liet zich niet verleiden tot werkweigering en diende zijn contract volledig uit.
Ik heb nog meegemaakt hoe hij bij Sparta Rotterdam in het eerste debuteerde en grote indruk maakte opstomend aan de linkerkant, een ware krachtpatser! Ik kan me herinneren dat hij ´Boogie´ werd genoemd. Dat was in de tijd dat ik met mijn zoontjes en soms ook vrienden erbij op de Schietribune, lange zijde, tegenover de hoofdtribune (maar de Kasteeltribune achter het doel straalde historie uit) zat. Toen het veld een kwartslag werd gedraaid, kwamen we op de Dennis Neville-tribune achter een der doelen te zitten en werd Het Kasteel ingebouwd in de nieuwe lange zij.
´Een bijnaam moet je verdienen, je moet uitblinken in je sport, kleurrijk zijn en tot de verbeelding spreken.´, poneert Maarten Spanjer in zijn voetbalverhalenbundel ´Toen Godenzonen niet bestonden´ (2021). Uit die verbeelding komen bijnamen voort, zou je eraan kunnen toevoegen. ´Bijnamen om je vingers bij af te likken, hoor je tegenwoordig niet meer. Ruud Gullit werd nog De Zwarte Tulp genoemd en Roy Makaay Het Fantoom, maar De Filosoof voor Clarence Seedorf en, erger nog, Lex Goudsmit voor Winston Bogarde tel ik niet meer mee.´
Rob Siekmann