donderdag, februari 19

Enzo Scifo vandaag 60

Pinterest LinkedIn Tumblr +

Enzo Scifo was een van de grootste talenten uit de nationale voetbalgeschiedenis en nam aan vier WK’s deel. Alleen in Italia ’90 kon hij echter schitteren. De Italo-Belg werd te vroeg en te zeer de hemel in geprezen. Hij stagneerde vanwege een gebrek aan diepgang in zijn spel. Zelf voelde hij zich mis begrepen.

Scifo werd geboren in Haine-St.-Paul. Zijn vader Agostino immigreerde uit Sicilië en ging hier aan de slag als mijnwerker in de hoop op een betere toekomst. Enzo leerde voetballen in de Rue des Alouettes en sloot zich aan bij La Louvière. Jef Jurion beweerde dat hij hem ontdekt had, Scifo zelf hield het bij diens ex-ploegmaat Pierre Hanon.

Hij was nauwelijks zeventien toen hij op de bank zat bij de galawedstrijd tegen het FC Barcelona van Diego Maradona ter gelegenheid van de inhuldiging van het Constant Vanden Stockstadion. Hij maakte indruk in een aantal oefenwedstrijden en kwam op 16 december 1983 tegen Waterschei een eerste keer aan de aftrap. Hij tekende meteen voor een doelpunt en een assist (2-0).

De jonge snaak kende een bliksemstart. Hij speelde begin 1984 een fenomenale partij in de kwartfinale van de Uefacup in Tblissi tegen Spartak Moskou. Zelfs de Russen applaudisseerden. In de volgende ronde opende hij de score met een weergaloos schot tegen Nottingham Forest (3-0). De eindstrijd tegen Tottenham werd na een strafschoppenserie verloren. De jongste Anderlecht-speler had zijn strafschop nochtans omgezet en barstte in tranen uit.

Verrader

Een maand later begon echter het EK in Frankrijk. Scifo had na lang wikken en wegen tussen de Squadra Azzurra en de Rode Duivels voor de Belgische nationaliteit gekozen. Niet iedereen in zijn omgeving nam het hem in dank af.

‘God weet dat ik mij nog steeds Italiaan voel en dat ik mij altijd Italiaan zal blijven voelen’, probeerde hij te sussen. ‘Het was een ongelooflijk moeilijke beslissing. Ik heb lang gedroomd van de Azzurri. Veel mensen uit mijn omgeving noemden mij een verrader.’ Later vertelde hij dat ‘hij nooit spijt had gehad van zijn keuze’.

Een week voor het EK debuteerde hij tegen Denemarken in de nationale ploeg. Zijn eerste interland met inzet was een voltreffer. ‘Een ster werd geboren’, schreven de kranten na de overwinning tegen Joegoslavië (2-0). Hier en daar werd hij de nieuwe Platini genoemd. De volgende opdracht was echter de Franse ploeg van de echte Platini. De 5-0 maakte duidelijk dat er toch nog een verschil was.

Scifo werd drie jaar op rij kampioen met Anderlecht. Het seizoen voor het WK 1986 presteerde hij echter matig. Juan Lozano was teruggekeerd van Real Madrid en eiste de rol van spelmaker op. Scifo werd naar de rechterkant van het middenveld verbannen en kreeg het aan de stok met René Vandereycken, die als verdedigende middenvelder van oordeel was dat Enzo zijn defensieve taken onvoldoende ter harte nam.

Anderlecht werd na barragewedstrijden tegen Club Brugge alsnog kampioen, maar het gezwel barstte helemaal open in Mexico. Vandereycken werd zelfs vroegtijdig naar huis gestuurd. De Rode Duivels werden pas in de halve finales door het Argentinië van Diego Maradona uitgeschakeld, maar het toernooi werd geen succes voor Scifo. ‘Ik speelde geen groot toernooi’, gaf hij toe, maar hij weet dat aan het feit dat hij op rechts moest opdraven.

Rebelleren

De transfer naar het buitenland waar al maanden sprake van was geweest, vond geen doorgang. Het was slechts uitstel. Een jaar later trainde hij in Appiano Gentile en speelde in het Meazza-stadion. Bij Inter had hij echter te maken met de concurrentie van Gianfranco Matteoli en werd na een jaar uitgeleend aan de Girondins de Bordeaux.

Een foute keuze. De club kende financiële problemen en voorzitter Claude Bez maakte al snel zijn beklag over de hoge huurprijs voor de Nerazzurro. Tot overmaat van ramp werd Raymond Goethals trainer van ‘les Bordelais’ en hij was geen erg grote fan van het draaien en keren en het laterale voetbal van Scifo, die zelfs een tijdje in het tweede elftal in derde klasse speelde.

Zijn volgende etappe werd Auxerre. De vaderlijke Guy Roux beloofde hem klaar te stomen voor het WK in Italië en hield woord. Het zag er nochtans even naar uit dat Scifo er niet zou bij zijn op de Mondiale. Begin 1990 rebelleerde hij toen Walter Meeuws hem geen carte blanche wilde geven op het middenveld. Het was één van de redenen voor het ontslag van de nieuwe bondscoach een maand later.

‘Ik bewees dat ik niet meer over me heen liet lopen’, stelde hij. ‘Ik deed me gelden tegenover mijn ploegmaats, die mij een gebrek aan persoonlijkheid verweten. Het vervolg van het verhaal bewees dat ik gelijk had mijn frustraties te uiten.’

Scifo speelde een prima WK. Na een knappe groepsfase werd in de 1/8ste finale echter verloren van Engeland (David Platt 0-1 in de 119de minuut). Zijn imago in Italië werd opgekalefaterd en een jaar later kreeg hij een nieuwe kans in het calcio. Met Torino won hij in 1993 de Coppa d’Italia (5-2 en 3-0 tegen AS Roma).

De man uit La Louvière droomde ervan op 28-jarige leeftijd op het WK in Amerika een plaats op te eisen in de galerij van de grote orkestmeesters. De bondscoach was niemand minder dan Paul Van Himst, die hem bij Anderlecht gelanceerd had. ‘Ik geef het beste van mezelf in een rol achter de spitsen, niet als marathonman’, klonk het weer.

In 1997 keerde hij met een Franse landstitel van het mondaine Monaco terug naar Anderlecht. Het werd geen onverdeeld succes. Ook vanwege allerlei blessuretjes. Hij was echter van plan alles op het WK in Frankrijk te zetten. Bondscoach Georges Leekens liet hem echter thuis bij een vriendschappelijke interland tegen de VS. Scifo kondigde het einde van zijn internationale carrière aan, maar kwam op zijn beslissing terug en Leekens werd door de sponsors verplicht hem mee te nemen. Tegen Zuid-Korea werd hij halfweg de tweede helft gewisseld en overwoog even om de bondscoach een dreun te verkopen. Het was zijn laatste wedstrijd als Rode Duivel.

Scifo behaalde nog een vierde landstitel met Anderlecht en sloot zijn loopbaan als voetballer af bij Sporting Charleroi. Zijn trainerscarrière kwam niet echt van de grond. Hij coachte Charleroi, Tubeke, Moeskroen, Mons en de Belgische beloften.

Geboren: 19 februari 1966

Nationaliteit: Italiaan/Belg

Positie: middenvelder

Clubs:

1983-1987: Anderlecht

1987-1988: Inter

1988-1989: Girondins de Bordeaux

1989-1991: Auxerre

1991-1993: Torino

1993-1997: Monaco

1997-2000: Anderlecht

2000-2001: Charleroi

 

Trofeeën:

Kampioen van België: 1985, 1986, 1987, 2000

Kampioen van Frankrijk: 1997

Coppa d’Italia: 1993

Individuele trofeeën:

Gouden Schoen: 1984

Profvoetballer van het Jaar: 1991

Interlands: 84 (18)

 

 

 

 

 

Share.

About Author

François Colin (1948) was achtereenvolgens rubriekleider voetbal en chef-sport van Het Nieuwsblad en senior writer van De Standaard. Na zijn pensioen in 2014 was hij tot 2021 columnist van SportVoetbalmagazine. Hij bracht verslag uit van twee Olympische Spelen, tien EK's en negen WK's voetbal en was aanwezig bij ruim driehonderd interlands van de Rode Duivels. Hij is auteur of co-auteur van een vijftiental boeken over de mooiste sport op aarde.

Leave A Reply