woensdag, juni 19

Van Lev Yashin tot Marcus Rashford – Helden & antihelden van het EK 1960-2021 – deel 12: Luís Figo

Pinterest LinkedIn Tumblr +

In de voorbije halve eeuw werden zestien Europese Kampioenschappen georganiseerd. Het begon met Frankrijk 1960 en eindigde met Europa 2021.

Telkens stonden spelers op die het toernooi naar hun hand zetten, een onvergetelijke indruk nalieten of op beslissende momenten faalden. Ze gingen als helden of antihelden de geschiedenis in. Lees op De Witte Duivel een serie in zestien afleveringen:
Van Lev Yashin tot Marcus Rashford, helden en antihelden van het EK 1960-2021.

 EK 2004 PORTUGAL

LUÍS FIGO – VOETBALVERDRIET OP FADORITMIEK

Finale: Griekenland – Portugal 1-0, Estadio da Luz Lissabon, 4 juli 2004

Força Portugal! Força Figo! Zo klonk het Portugese supporterskoor. In eigen land was het rood-groene nationale elftal de huizenhoge favoriet voor de eindzege. Met Luís Figo als orkestmeester kon het niet misgaan.

Luís Figo. De Anjerrevolutie van 25 april 1974 leek Portugal te veranderen. Ze rekende af met bijna vier decennia conservatieve dictatuur. Het land beleefde het opwindendste proces van zijn moderne geschiedenis. De revolutie werd genoemd naar het bloemensymbool van de geweldloze omwenteling en opende de poort naar de westerse sociaaldemocratie. Ze baarde twee godenkinderen: Cristina Branco en Luís Figo, beiden geboren in 1972? Cristina Branco nam de fadofakkel over na de dood van de beroemde zangeres Amalia Rodrigues. Zij bracht de perfecte verklanking van de verscheurdheid waarmee ze zich verbond met de voortdurende worsteling van haar land met het verleden. Branco’s geloof in de vernieuwing verpersoonlijkte de verandering van de fado. Behalve de eeuwige nostalgie perste ze ook levensvreugde en vrolijkheid in haar songs. Ze morrelde aan de vastgeroeste regels door elementen uit de jazz binnen te smokkelen: ‘Als de fado niet evolueert, sterft hij uit’, vertelde ze aan internationale media. Ze slaagde in haar opdracht: zingen zoals Amalia en toch afwijken van de platgetreden paden. ‘Met een gracieuze lichtheid’, volgens de Franse krant Le Monde.

Luís Figo droeg dezelfde missie als Cristina Branco: een monument uit het verleden overvleugelen. In zijn geval: voetballen zoals Eusébio en toch de eigen evolutie overbrengen. Niemand in het middenveldvoetbal bezat meer elegante lichtvoetigheid dan hij. Figo was een genot om naar te kijken. Hoe anders dan het zwoegen van Zidane! Luís Filipe Madeira Figo beleefde zijn kinderjaren in een bescheiden buurt in de omgeving van het stadion van Sporting Lissabon. Talentscouts hadden zijn technisch vernuft snel in de smiezen: de beste van een fel gesmaakte generatie. Toch twijfelden de echte kenners aan zijn doorbraakmogelijkheden voor de top. Hij gold als een weke jongen. Bekoorlijkheid troef. Zwakke fysieke conditie, broze mentaliteit. Met enige agressiviteit snel te intimideren. De jonge Figo hield van de bal, maar verafschuwde tackelende tegenstanders. Tijdens zijn jongensjaren deerde hem dat niet. Hij dacht altijd een stapje sneller dan zijn leeftijdsgenoten. Volgens beproefd recept leidde hij zijn jeugdelftallen naar internationaal succes. De korte combinatie, altijd de korte combinatie. De bal kleefde eindeloos aan de Portugese voet. De Portugezen groeiden onder Figo uit tot de koningen van het breedtespel. Geen team kon beter de bal in de ploeg houden. In 1989 blufte hij zich naar de wereldtitel U17 en in 1991 herhaalde hij dat kunstje bij de U21. Die overdaad aan balbezit, met staaltjes van techniek en individualistisch uittikken van de tegenstander, werd ook de schaduwzijde van het Portugese spel: traag aan de Taag. Zo was het leven in Lissabon, zo was het voetbal in Portugal.

Het fiere Sporting Clube de Portugal – de officiële naam van Sporting Lissabon – vond in hem zijn nieuwe leider in 1992. Na drie mooie seizoenen haalde hij zijn eerste toptransfer binnen: hij verhuisde naar Camp Nou, waar hij Johan Cruijff als trainer trof. De Nederlandse grootmeester haalde Figo naar Barcelona als opvolger van de naar Real Madrid vertrokken Michael Laudrup. Louis van Gaal promoveerde hem bij zijn komst in 1998 tot sleutelspeler en aanvoerder van het elftal. Hij gunde hem maximale speelgelegenheid. Dat vertaalde zich bij vlagen in subliem samenspel met Rivaldo en Kluivert. De Nederlandse spits verklaarde voor EURO 2000 aan The Sunday Times: ‘Spitsen houden van Luís, omdat hij ons creatieve oplossingen aanbiedt. Hij is een briljante analyticus van het spel en neemt daardoor de druk van de aanvallers weg.’ De combinatie Figo–Van Gaal stond garant voor succes en een surplus aan sensatie: de dubbel in 1998, de landstitel in 1999. Er volgende spectaculaire duels in de Champions League, maar Barça strandde in de halve finale. Tegen de verwachting in koppelde Portugal deze keer efficiëntie aan sierlijkheid op het internationale toneel. Vooral Figo’s wedstrijd tegen Engeland was memorabel. Na zijn magistrale doelpunt keerden de kansen van Portugal, dat op dat ogenblik tegen een 2–0-achterstand aanhikte. Het was een goal uit de oude school van Eusébio, die zelf vanuit de tribune juichend in beeld verscheen: schoonheid, kracht en gevoel vloeiden naadloos in elkaar over. Even de bal vrijmaken, vanuit één ooghoek de situatie overschouwen en dan uithalen. Keihard en met finesse. Portugal won met 3-2. De spelmaker navigeerde zijn ploeg naar een Braziliaans balfestijn. In het zicht van het goud, ging het toch nog fout. Zoals steeds. Portugal liep tegen Frankrijk op de sudden death, tijdens de verlengingen verloor het met 1-2. Onverdiend dat wel, maar toch vooral omdat het voor de controle koos. Het Portugal van de wedstrijden tegen Engeland (3-2) en Duitsland (3-0) zou vanuit zijn zwierige onvoorspelbaarheid de finale hebben gehaald. Tegen Frankrijk verviel het team in het oude euvel. Het trio Rui Costa–Joao Pinto–Nuno Gomes stuurde onder leiding van een superieure Figo de bal ongrijpbaar rond voor de Fransen. Het stadium van het angstig afwachten werd echter niet verlaten. Vier jaar later zou het in eigen land gaan gebeuren. Intussen had Figo Barça ‘geruild’ voor Real Madrid, al is deze omschrijving eufemistisch. De transfer ging gepaard met woede-uitbarstingen van het Catalaanse publiek, dat hem als ‘verrader’ brandmerkte. Nadat hij met de Koninklijke in 2002 de editie van de Champions League had gewonnen, zette hij het vizier op de volgende missie: Europees kampioen worden in eigen land.

Het liep niet meteen gesmeerd. Na een mislukte start tegen het zwak geachte Griekenland (1-2) volgden vier zeges: Rusland (2-0), Spanje (1-0), Engeland (2-2, penalty’s) en Nederland (2-1). In de finale ontmoette Portugal als topfavoriet opnieuw … Griekenland. Zou hij, zoals Cristina Branco in de muziek, de vastgeroeste zekerheden bedwingen en betoverde hij zijn land met een magische voetbalvariant? De echte liefhebber hoopte stiekem op de typische afgang. Zwierig voetbal dat uitmondde in de desillusie. Geen enkel volk straalt immers zo’n vreugdevol verdriet uit als het Portugese. Niemand ontkomt aan de oude wet van de fado. Zelfs hij niet. Luís Figo.

Share.

About Author

Raf Willems (1960) noemt zichzelf voetbalschrijver met een boekenkast. Hij is uitgever en auteur van meer dan 40 boeken over ‘voetbal met een knipoog naar geschiedenis & samenleving’ en schreef voor het Nederlandse weekblad Voetbal International (1995-2000), de krant NRC Handelsblad (2001-2006) en de website Stichting meer dan Voetbal (2008-20014). Sinds 2014 Initiatiefnemer van voetbaldenktank & onlineplatform De Witte Duivel.

Leave A Reply