VADER FELLAINI OVER DE EERSTE VOETBALSTAPJES VAN ZIJN ZOON MAROUANE

Pinterest LinkedIn Tumblr +
Deel dit artikel:

 

Een jaar of vier geleden had ik het geluk – met dank aan de pedagogische begeleider van topspelers in spe Peter Smeets – om een tocht langs ‘de Belgen in de Premier League’ te maken. Ik sprak toen met ouders, ontdekkers, mensen van invloed én de speler zelf. Dat resulteerde in mijn boek ‘Sympathy for the Devils’. Een portrettenreeks over de gouden generatie. De volgende dagen brengen we enkele vertellingen opnieuw tot leven. Vandaag een herinnering aan een gesprek met Abdellatif Fellaini, de vader van Marouane. Gisteren was de ‘Big Fella’  met zijn invalbeurt en gelijkmakende goal tegen Japan immers weer op zijn onnavolgbare wijze beslissend voor de Rode Duivels.

 

Het superieure lachje en enkele spitante voetbalopinies van vader Fellaini

 

Om zijn mondhoek krult een superieur lachje, waarmee hij een beetje spottend naar de wereld kijkt als hij weer eens een opinie omtrent voetbal ten beste heeft gegeven. Zoals: ‘Lev Yashin, de beste doelman aller tijden. Ik keek naar hem op.’  Hij praat traag en helder articulerend. Abdellatif Fellaini – Tifo voor de vrienden – wil er zeker van zijn dat men hem goed heeft begrepen. Zo was de Russische zwarte spin – omdat het leek alsof opponenten tussen 1950 en 1970 in zijn doelgebied vastkleefden – zijn voorbeeld omdat hij in zijn jeugd voor het keepen had gekozen. Abdellatif Fellaini: “Het trok me want ik was een beetje apart, het is iets voor originele mensen. Faut-il être fou pour devenir gardien de but?” Hij beschikte over sterke reflexen en toomde zich nooit in bij het uitkomen. Hij was zelden bang. Hij herhaalde het nog eens: “Keepen is voor originele mensen. Het is in wezen een ander vak dan dat van voetballer. C’est une spécialisation. Het is een zeer moeilijk en gevaarlijk onderdeel van het voetbal. En vooral ondankbaar. Een keeper kan 89 minuten alle ballen stoppen en in de laatste minuut blunderen. Dan wordt hij met de vinger gewezen. Men staat er alleen voor, er is ook maar één positie in het elftal.” Hij hield van het keepen, hij deed het graag, neen hij had nooit angst. Op zijn twintigste mocht hij tussen de palen van derdeklasser Proton, genoemd naar de molecule en geleid door het Spaanse Instituut in Tanger. Men schreef 1969. Hij verwees naar de Joegoslaaf Blagoje Vidinic, destijds bondscoach van Marokko op het wereldkampioenschap van 1970: “Dat was nà Yashin de beste van Europa want hij werd opgeroepen voor de afscheidsmatch van de formidabele dribbelaar Stanley Matthews tussen Engeland en de Rest van Europa. Yashin trok de trui aan in de eerste helft en Vidinic na de pauze.” Die Vidinic keurde hem met zijn kennersoog en gaf hem een uitnodiging voor de beloften. Intussen volgde ook opeenvolgende transfers naar eersteklassers Raja Casablanca en Hassania Agadir. Drie jaar na zijn debuut lokte een job hem onverwacht naar België. Dat dwarsboomde zijn loopbaan want de internationale regels legden hem een spelverbod van twee seizoenen op omdat er geen transfersommen werden betaald: “Ik trok mijn handschoenen nog aan bij clubs uit derde en vierde klasse zoals FC Boom, Uccle Sport en Daring Leuven. Ik eindigde om me te amuseren en de tijd te doden bij mijn vrienden van Etoile Marocaine Bruxelles.”

 

Dan meldde de liefde zich. Het koppel huwde in 1985 en één en twee jaar later werden respectievelijk Hamza (1986) en Marouane (1987) geboren. In 1992 completteerde het gezin zich met de komst van Mansour: “We voedden drie jongens op. We woonden aan de Avenue de la Reine, net buiten het centrum van Brussel in de buurt van het Koninklijk Paleis van Laken. Daar konden we lekker voetballen. Ik wist ook dat de jongeren van RSC Anderlecht een beetje verder aan de Heizel trainden.”

 

Hij zag het vermogen van Marouane om te voetballen en klopte op de paarswitte deur, letterlijk, van de kleedkamer. Barakken, zo maakt hij diets: “Daar stond Fernand Beeckman, le grand Moustache. De legendarische masseur van de grote elftallen uit de jaren zestig en zeventig werkte in die tijd op het secretariaat van de jeugdafdeling. ‘Alors bonjour monsieur, je veux inscrire mon fils.’ Hij vroeg me naar de leeftijd. ‘Il est sept ans’. Hij viel van verbazing van zijn stoel. Hij geloofde me niet want hij schatte hem minstens drie jaar ouder. Een hele vriendelijke coach nodigde hem uit op een synthetisch veldje. Hij kreeg de ene voorzet na de andere en trapte zowel met links als met rechts op doel. De keeper raakte geen bal aan. Dat was het gevolg van de uren die we samen hadden geoefend. Hij kreeg meteen zijn kaart.”

 

Voor Abdellatif leek een droom in vervulling te gaan. Hij supporterde sinds zijn aankomst in België voor les mauves et blancs nadat hij het champagnevoetbal van Paul Van Himst met eigen ogen had bewonderd tijdens een toernooi in zijn land, waar de eeuwige Belgische nummer één met jongeren op de foto ging. Hij somt het ‘team-van-toen’, de gouden generatie van Anderlecht in de jaren zestig, voor de vuist weg op: Trappeniers, Kialunda, Jurion, Hanon, Puis, Stockman, Mulder, ..

En roept Paul Van Himst, Rob Rensenbrink (decennium 1970) en Juan Lozano (generatie 1980) uit tot de ‘glorieuze drie’ van le meilleur club de Belgique. Vader Fellaini heeft een goede smaak. Il est un connaisseur du football. Weinig geheimen ontsnappen hem. Hij weet dat van zichzelf. Na weer een referentie voor ingewijden over zijn uitverkorenen van vervlogen tijden – Denis Law, de Schotse solist van Manchester United; Jorge Mendoza, de Angolese buitenspeler van Atletico Madrid en Gordon Banks, de betrouwbare doelman van Engeland – verschijnt er dat superieur lachje om zijn mond. Voor de jonge Marouane leek het bedje gespreid bij de club van vaders voorkeur: RSC Anderlecht.

 

Share.

About Author

Leave A Reply