dinsdag, april 28

Top 100 van de Belgische atletiek van Ivan Sonck en Patrick Audenaert: Karel Lismont

Pinterest LinkedIn Tumblr +

Nog even en de Belgische atletiek bestaat anderhalve eeuw. Een perfect moment om een top 100 van de grootste (mannelijke) atleten van ons land op te stellen, vond Ivan Sonck.

Sonck was gedurende een paar decennia, samen met Roger Moens – die zelf ook in het boek staat, dé stem van de atletiek bij de BRT (later VRT). Voor deze top 100 kreeg hij de steun van atletiekexpert Patrick Audenaert. De komende dagen brengt dewitteduivel.com u een drietal portretten uit deze top 100. Na Eddy Annys brengen we Karel Lismont.

Het is fris, zo vroeg in de ochtend. Nu en dan rijzen huizen als reusachtige spookgedaanten op uit het duister. Alleen het zachte ruisen van de wind houdt de solitaire loper gezelschap. De afzondering, de stilte, de rust: een gevoel van vrijheid en geluk daalt over hem neer, als een warme mantel in de eerste winterlucht. Karel Lismont loopt graag, het verveelt hem nooit. Vermoeidheid kent hij evenmin. In ieder geval lijkt de zwaarste inspanning hem nauwelijks te deren of te verontrusten. Ik zie hem nog voortbewegen op de smalle wegen van Peizegem en Wolvertem, afstand nemend van zijn laatste concurrent in de marathon van een zogenoemde Zeslandenkamp in 1971 in Brussel. De Spanjaard puft en blaast; Lismont daarentegen wekt de indruk nog uren te kunnen doorgaan, misschien zelfs tot in Borgloon.

Volgens mij kan hij minder dan twee maanden later Europees kampioen worden, maar dat waag ik, piepjonge neofiet, niet uit te spreken tegenover ervaren en wijze collega’s. Bijna bezwijkt Lismont nog onder de lauwerkrans die hem bij aankomst in het Olympisch Stadion van Helsinki om de hals wordt gehangen. Borgloon verwelkomt hem alsof hij olympisch kampioen is geworden. Of kàn worden, volgend jaar in München, of later.

Beide keren stuit Lismont op Frank Shorter, een in München geboren Amerikaan. Bijna blijft ook Mamo Wolde, een door de wol geverfde Ethiopiër van veertig, hem nog voor. Lismont is achttien jaar jonger. En te jong voor de marathon, beweren kenners; hij zal vroeg opbranden. Het besef dat de marathon niet langer het domein is van 5.000- en 10.000-meterlopers die hun beste tijd achter de rug hebben, zal pas veel later doordringen. Shorter is negenentwintig wanneer hij op de Olympische Spelen in Montreal andermaal Lismont voorafgaat, maar zijn tanden stukbijt op de enige marathonloper van wereldniveau die de triomfrijke DDR ooit heeft klaargestoomd: Waldemar Cierpinski. In 1980 in Moskou beslecht deze ex-bokser een boeiend duel met Gerard Nijboer in zijn voordeel. Shorter is als Amerikaan uiteraard niet van de partij op deze Olympische Spelen. Lismont is negende. Geen drie zonder vier, waarom ook niet? In de hitte van Los Angeles finisht hij nog als eerste Belg op de vierentwintigste plaats. Hij is dan vijfendertig.

Natuurlijk kan hij evenmin ontbreken op enkele Europese kampioenschappen. In 1978 in Praag verschijnt hij ziek aan de start. Toch behaalt hij nog brons, achter twee Sovjet-Russen. In 1982 in Athene vieren de Lage Landen hoogtij: Nijboer wint, Armand Parmentier is tweede, Lismont legt beslag op brons, Cierpinski moet genoegen nemen met de zesde plaats. Samenvattend: in zeven van de grootste competities, gespreid over dertien jaar, behaalt Lismont één gouden, één zilveren en drie bronzen medailles. Daarnaast wint hij nog een flink aantal klassieke of minder klassieke stadsmarathons. Net zoals Cierpinski is hij geen recordjager, in zijn ogen zijn overwinningen en medailles belangrijker dan toptijden.

Lismont blinkt ook uit in het veldlopen. Op de wereldkampioenschappen in 1974, het gloriejaar van Erik De Beck, en 1978 breidt hij zijn collectie bronzen medailles nog uit. Opmerkelijk genoeg ontvangt Lismont naast de Nationale Trofee voor Sportverdienste maar één keer de Gouden Spike. Het illustreert het hoge niveau van de Belgische lopers in die periode. Nogmaals: van Oost-Afrikanen is dan nog nauwelijks sprake.

Lismont is een kampioen in discipline en onverzettelijkheid. Met krachtige pas en het hoofd licht gekanteld geeft hij altijd het beste van zichzelf, zoals het een rechtgeaarde Zuid-Limburger betaamt. Ook zo op training, als een belangrijke wedstrijd dichterbij komt zelfs driemaal per dag. En dan te bedenken dat Lismont absolute topatletiek combineert met een verantwoordelijke baan bij het ministerie van Financiën, later omgedoopt tot Federale Overheidsdienst Financiën, in Tongeren. Mensen die het kunnen weten, zeggen dat hij ook op dit terrein niet van toegeeflijkheid of laksheid beschuldigd kan worden.

Na zijn carrière begeleidt Lismont enkele afstandslopers. Shorter van zijn kant wordt advocaat en is een fervent dopingbestrijder. Volgens sommigen is hij verantwoordelijk voor de looprage die in de jaren zeventig in de Verenigde Staten ontstaat. Na de ineenstorting van de DDR blijkt dat Cierpinski vanaf 1973 informant was van de Stasi, de Oost-Duitse geheime dienst.

 

 

 

 

Share.

About Author

Leave A Reply