woensdag, mei 29

Serie vijftig jaar Belgisch profvoetbal, aflevering 5: Raoul Lambert over de pijn van het missen van de finale op Wembley 1978 met Club Brugge

Pinterest LinkedIn Tumblr +

 

Het Belgisch profvoetbal viert dit seizoen zijn vijftigste verjaardag. Auteur Raf Willems brengt wekelijks een serie van 25 portretten uit de eerste 25 seizoenen toen ons clubvoetbal zijn beste – met talrijke Europese successen – tijdperk beleefde. Hij voerde deze gesprekken de voorbije decennia en in functie van in 2020 verschenen boek O Belgisch Voetbal. Hoogtepunten en sterke verhalen van 1920 tot 2020. Vanuit het motto: de verhalen zijn belangrijker dan de resultaten. Intussen zijn we beland in 1978, op de belangrijkste dag uit de geschiedenis van Club Brugge én van het Belgisch clubvoetbal: 10 mei, Wembley, finale Europa Cup der Landskampioenen. Club Brugge blijft tot dusver de enige Belgische ploeg die een eindstrijd van de Beker met de Grote Oren kon halen. Grote afwezige was echter haar ‘eeuwige vedette’ Raoul Lambert. Vanwege een blessure. Dertig jaar later, op 10 mei 2008, keek ik met hem terug.

 

 

Raoul Lambert en de pijn om het missen van de finale op Wembley 1978: ‘Mijn gevoel zegt mij dat ik de Europa Cup der Landskampioenen met Club had kunnen winnen.’

 

Raoul Lambert. Hij werd verkozen tot ‘Speler van de Eeuw’ van Club Brugge. De man met het motto ‘voetballen is aanvallen’ droeg vijftien seizoenen het blauwzwarte shirt en won vijf landskampioenschappen en eindigde vijf keer tweede. Hij miste echter de belangrijkste meeting uit de geschiedenis van Club Brugge: 10 mei 1978, finale Europacup der Landskampioenen. Blessure. Hij is er tot vandaag het hart van in, als ik hem erover aanspreek. Precies dertig jaar later, in het gezelschap van ‘de mannen van toen’.

‘Terwijl de duizenden supporters tot in de vroege uurtjes feestvierden en de rest van de ploeg in het café van mijn zus Nicole de bloemetjes buiten zette, zat ik thuis de pijn te verbijten. In het gezelschap van dokter Michel D’Hooghe. Die had zelfs in het midden van de nacht…biefstuk met frit gebakken voor mij. Om alles te verzachten want ik hield het zoals gezegd niet uit van de pijn.’ Het blauwzwarte deel van Brugge bevond zich op de avond van 12 april 1978 in extase. Club had na een halve finalethriller van 120 minuten het machtige Juventus uitgeschakeld met 2-0, na een 0-1 nederlaag in Turijn.

Haalt hij de aftrap? Dat was heel vaak de vraag die de Clubfans kwelde over Raoul Lambert. De pijlsnelle aanvaller kampte vaak met spierblessures, als gevolg een anatomische ‘weefselfout’ enerzijds en de botte ingrepen van even botte verdedigers anderzijds. Coach Ernst Happel gaf zijn spits het etiket ‘Europese klasse’ mee. Hij ging tot het uiterste om hem speelklaar te maken voor een historische afspraak: de laatste hindernis op de weg naar de finale van de ‘Beker met de Grote Oren’. Om de muur van de ‘bianconeri’ te slopen, voerde Happel de grootste gok uit zijn loopbaan op. Hij stuurde Club met vier spitsen in het veld om het Italiaanse ‘catenaccio’ te slopen. En daar hoorde Raoul bij. Lambert was zijn belangrijkste pion op zijn hele schaakbord: ‘Ik was niet honderd procent fit maar ik werd toch opgelapt zoals dat heet. Een spuitje in de knie in de namiddag en net voor de match nog een. Het bracht ons geluk want we wonnen, maar ik reed meteen na de wedstrijd naar huis omdat ik jammerde van de pijn.’ Hoe versloeg Club Brugge in de halve finale Juventus Turijn? Zoals gezegd: met vier spitsen. De Italianen schrokken zich rot toen Bastijns al na drie minuten de bal voorbij doelman Zoff knalde, na een crosspass van Vandereycken. Doelman Jensen bleef de Juventusspitsen tot vier keer toe de baas. Vier minuten voor het einde van de verlengingen ging linksbuiten Jan Sörensen op snelheid achter een voorzet aan, dribbelde zich voorbij de tegenstander en legde een strakke voorzet op de voet van René Vandereycken: 2-0. Vreugde-explosie. Wembley. Finale tegen Liverpool FC, één maand later. Zonder Raoul Lambert. Ook zonder spelmaker Paul Courant. En met linksachter Jos Volders en libero Edi Krieger op halve kracht. Club was uitgeblust. In de plaats van Raoul draafde de Hongaarse huurling Lajos Kü op, die amper veertig minuten bekervoetbal in de benen had. Birger Jensen demonstreerde zijn opperste keeperskunsten aan Europa, maar diende toch ook keer te buigen voor Liverpooldraaischijf Kenny Dalglish.

Raoul Lambert blijft het tot vandaag de grootste voetbalteleurstelling van zijn leven noemen: ‘Ontgoocheling, echte ontgoocheling. We waren zo sterk. Happel hamerde ons het idee in dat we beter waren dan de tegenstander. Met offensief en snel spel. Beweging! Ook zonder bal! Met onze oprukkende backs Jos Volders en Fons Bastijns en onze aanvallende libero Krieger waren wij onze tijd ver vooruit. Voetballen op de helft van de tegenpartij. De diepe bal van Vandereycken, de één-twee met Cools: het zat erin geslepen, op automatisme maar ook op gevoel. De spelers keken naar de coach op. De theorieles duurde amper een kwartier. Hij schroefde ons zelfvertrouwen op zonder woorden. Wembley? Ik heb het gemist. Mijn grootste teleurstelling want Liverpool lag mij. Ze speelden achteraan op één lijn. Ik scoorde in 1976 in de twee Uefa Cupfinales twee keer tegen hen en trof ook de binnenkant van de paal. Mijn gevoel zegt mij dat ik de Europacup der Landskampioenen had kunnen winnen.’

Na deze woorden staarde hij even voor zich uit. Raoul Lambert.

 

Share.

About Author

Raf Willems (1960) noemt zichzelf voetbalschrijver met een boekenkast. Hij is uitgever en auteur van meer dan 40 boeken over ‘voetbal met een knipoog naar geschiedenis & samenleving’ en schreef voor het Nederlandse weekblad Voetbal International (1995-2000), de krant NRC Handelsblad (2001-2006) en de website Stichting meer dan Voetbal (2008-20014). Sinds 2014 Initiatiefnemer van voetbaldenktank & onlineplatform De Witte Duivel.

Leave A Reply