Recensie ‘Antwerpen 1920’

Pinterest LinkedIn Tumblr +
Deel dit artikel:

Jasper TruyensAntwerpen 1920. Verhalen van de VIIe Olympiade, Antwerpen, Davidsfonds – Standaard Uitgeverij, 2020, 172 p., ill.; ISBN 9789002269097; € 22,50.

Antwerpen 1920. Een titel die nauwelijks uitleg behoeft. Het is inderdaad precies honderd jaar geleden dat de Olympische Spelen in Antwerpen werden gehouden. Maar tegelijkertijd een gegeven waarmee Antwerpen in vergelijking met de andere Olympische gaststeden (met op kop Stockholm 1912) naar aanleiding van een eeuw Spelen heel weinig heeft gedaan. Vanuit het moderne standpunt van city marketing heeft Antwerpen hier door een veel te bescheiden aanpak gouden kansen laten liggen. Daarbovenop kwam dan nog het Coronavirus dat ervoor zorgde dat ook de geplande activiteiten werden afgelast. Je hoeft niet altijd aan onmiddellijke opbrengst te denken. 

Boeken hebben gelukkig geen last van virussen en het werk van Jasper Truyens verscheen dus wel netjes op tijd om de Spelen van Antwerpen terug in herinnering te brengen. De auteur vertelt het verhaal van die Olympische Spelen dat begon voor de Eerste Wereldoorlog, want reeds in 1913 stelde Antwerpen zich kandidaat voor de Spelen. Berlijn zou gaststad zijn in 1916, maar omwille van de oorlog werden die Spelen uiteraard afgelast. In 1919 werden uiteindelijk de spelen van de VIIe Olympiade aan Antwerpen toegewezen. Dat betekende dat Antwerpen nauwelijks een jaar had om deze enorme organisatie op poten te zetten. Uiteraard zijn die Spelen qua omvang in niks te vergelijken met de huidige Spelen, maar het is toch de kortste periode ooit. De daaropvolgende Spelen in Parijs hadden 35 maanden de tijd en voor de Spelen van Los Angeles in 2028 hebben de Amerikanen zelfs elf jaar de tijd. Het dichtste bij komt Londen 1948 met 22 maanden, toevallig of niet ook vlak na een wereldoorlog. Het lijkt misschien een detail, maar mede door die korte inlooptijd en heel wat andere factoren (niet ingevulde financiële beloftes, faillissementen, financiële kater, weinig publiek, …) werden de Spelen van Antwerpen toch net een beetje anders dan de andere Spelen. En bovendien is er ook heel veel door de geschiedenis opgeslokt, zodat het moeilijk is om een aantal zaken te reconstrueren. Van sommige wedstrijden is het bijvoorbeeld niet meer te achterhalen waar ze plaatsvonden. Het is misschien net omwille van al die factoren dat de Spelen van Antwerpen soms toch wel enigszins mysterieus blijken.

Prof. dr. Roland Renson is de absolute kenner van de Olympische beweging en de Spelen en doet al jaren onderzoek wat heeft geleid tot enkele belangwekkende publicaties hieromtrent. Hij heeft in ieder geval de historische kant van de Spelen in het verleden uitstekend in kaart gebracht. We hoopten op Truyens daarom voor een wetenschappelijk vervolg vanuit een ander oogpunt. De auteur is van opleiding socioloog en daarom geschikt om dat andere stapje te zetten bij de metadata die deze Spelen hebben opgeleverd. Antwerpen 1920 is een mooi en uiterst verzorgd boek, maar ontgoochelt ons toch wel wat, omdat die extra stap niet is gezet. Truyens brengt in feite niks nieuws. Naast de voorgeschiedenis brengt hij het verhaal van de Spelen in een twintigtal hoofdstukken, maar het lijken vaak lukraak gekozen titeltjes, waardoor het verhaal eerder uit losse en vulgariserende stukjes bestaat. Het geheel is uiterst descriptief, gelardeerd met heel wat schema’s en tabellen, maar er is weinig plaats voor synthese. De hele receptie van de Antwerpse en Belgische bevolking van deze Spelen wordt slechts zijdelings aangeraakt. Dat de Spelen vooral een elitair gebeuren was, weten we, maar hoe stond de gewone bevolking hier tegenover. Waarom waren er zo weinig toeschouwers? En hoe reageerde die bevolking op de Spelen? Hoe schreven de kranten hierover? En wat betekenden die Spelen voor België, zo kort na die grote wereldbrand?

Dit is natuurlijk wel een strenge beoordeling, want er is natuurlijk niks fout met een keuze voor de eerder populistische aanpak van Truyens, maar de achterflap en de achtergrond van Truyens hebben me waarschijnlijk op het verkeerde been gezet. Want de auteur brengt wel degelijk mooie verhalen en laat de lezer wel meegenieten van de soms haast amateuristische manier waarop die Spelen in elkaar werden geknutseld. Verhalen zoals waarom en hoe de Belgen brons haalden in het trekken. Of over het Nederlandse voetbal waar blijkt dat lang voor Cruyff en Neeskens het ook al hommeles was in het team. En dat in sommige sporttakken het voor een medaille volstond om deel te nemen wegens te weinig deelnemers. Of nog sterker, dat er ook een soort kunstolympiade was, waarin vooral Antwerpenaars met de prijzen gingen lopen omwille van een allesbehalve neutrale Belgische jury.

Zo blijkt dat deze recensie wat op twee benen hinkt. Als sportliefhebber heb ik van het boek genoten, als volkskundige bleef ik eerde op mijn honger. Of maakt dat een boek net interessant?

Nog dit, toevallig woon ik in vogelvlucht op minder dan 500 meter van de paal waar de lopers halverwege de marathon draaiden. En dat is niet echt de plaats die in het boek wordt aangeduid. Maar ik geef toe, dit is een pietluttig detail.

Paul Catteeuw

Recensie Volkskunde 121/2

Share.

About Author

Leave A Reply