maandag, april 22

Over het Bosman-arrest en de Super League – Rob Siekmann

Pinterest LinkedIn Tumblr +

‘Ik steunde Jean-Marc Bosman in zijn strijd. Zijn situatie was symbolisch voor het anachronisme van het voetbal tegenover de maatschappij. Hij had gelijk om tot de finish door te gaan. Ten persoonlijke titel applaudiseer ik voor het feit dat één man erin slaagde om een bijna een eeuw gesmeerd lopend maar vaak onrechtvaardig systeem te ontregelen. De kruistocht van Jean-Marc veroorzaakte enkele zaken die hij misschien zelf wel niet wenste.

Het vrije verkeer van sportlui heeft de mentaliteit veranderd. Ik besef dat heel wat spelers, vaak jongeren, te gemakkelijk bezwijken voor winstbejag. Het heeft weinig belang of hun opleiding al gedaan is. Ze tekenen contracten bij buitenlandse clubs met slechts één obsessie in hun hoofd: het aantal nullen in het salarisvakje. Balans van de operatie: hun carriere is omgekeerd evenredig met hun bankrekening. Erger nog, ze boeken geen vooruitgang meer. Ze worden bevangen door bitterheid, geraken gedemotiveerd en trachten zich op te jutten door over te stappen naar een andere club. Vervolgens nemen ze nog eens een transfer mee en nog een. Als ik hun één raad kon geven, dan zou het deze zijn: verbreek niet het sportieve en psychologische evenwicht dat je club je aanbiedt. Het zwaarste voor een jongen die aan een buitenlands avontuur begint, is de breuk met zijn naaste omgeving.
 
Ik blijf ervan overtuigd dat de ideale leerschool voor een jongere bestaat uit de klassieke opleidingsfasen en een opeenvolging van te bereiken doelen. De scholier die naar de junioren overstapt, moet motivatie vinden in de wil om tot de besten te behoren. Als dat lukt, kan hij een andere uitdaging aangaan: de invallersbank van de eerste ploeg of, waarom niet, een scholingsperiode bij de reserven. Vervolgens zal zijn doel erin bestaan om zijn persoonlijkheid in de A-ploeg te bevestigen. En tot slot vormen de Europacup en de Rode Duivels een uitdaging. Behalve heel zeldzame uitzonderingen heeft een jongere, die geleidelijk op de ladder klimt, meer kansen om stand te houden dan een die enkele sporten overslaat.
 
Het arrest-Bosman had een ander spijtig gevolg: het onophoudelijke komen-en-gaan bij het merendeel van de clubs brengt de supporter zodanig in de war dat hij zich niet meer identificeert met zijn club. Alles verandert zo snel. Van het ene op het andere jaar en, soms ook, in de loop van het seizoen. Het publiek neemt in mei afscheid van zijn favoriete club met de hoop zijn idolen in juli weer te zien, maar bij de hervatting van de trainingen herkent het niemand meer. De meeste spelers zijn weg en zijn vervangen door spelers van wie ze niets weten. En ze krijgen de tijd niet om hen te ontdekken. De mallemolen begint enkele maanden later alweer te draaien.
 
Je merkt die ingrijpende verwarringen overal. Bij de kleintjes omdat de clubkas het vereist en bij de groten omdat de clubkas hen ertoe aanzet. FC Barcelona heeft me steeds doen dromen door de kwaliteit van zijn spelers en zijn symboliek. Ik vraag me af of de socio’s nog steeds bevangen zijn door dezelfde geestdrift. Barça is een filiaal van de nationale ploeg van Nederland geworden, met al die Nederlandse vedetten. Ik zeg bravo voor het spektakel maar ik verkies de tijd dat de mensen in Nou Camp zich vereenzelvigden met hun ploeg rond een Catalaans idee. Wat zich in Barcelona heeft voorgedaan, doet zich ook in heel wat andere grote voetballanden voor. Ik zal er uiteindelijk misschien aan wennen op de dag dat Europa zijn eigen identiteit gevonden heeft.’
 
Bron: Enzo Scifo – Mijn verhaal (Opgetekend door Lucien Gallinella), 1999, blz. 78-79
 
De zaak-Bosman werd natuurlijk niet alleen door het doorzettingsvermogen van de speler, maar vooral ook door het fabuleuze werk van zijn beide advocaten tot een goed einde gebracht in de rechtszaal. Een van hen, Jean-Louis Dupont, heeft nu opnieuw toegeslagen, maar dan niet ten faveure van de voetballers, de werknemers maar de clubs, hun werkgevers. Of men het nu eens is met het resultaat en zijn mogelijke gevolgen, een ding is zeker: na ‘Bosman’  is dit verdict opnieuw historisch te noemen in het kader van de ontwikkeling van het Europees sportrecht, dat bij ‘Bosman’ zijn oorsprong had. Clubs mogen nu eigen Europese competities opzetten en dat kan niet meer worden verboden door de UEFA zoals al veel eerder het verbod aan clubs om naar de ‘gewone’ rechter te stappen voor de bijl ging. Het Europese mededingingsrecht laat niet toe dat financieel-economische eenheden zoals betaald voetbalclubs wordt verhinderd hun geld te verdienen op de wijze die zij zelf verkiezen. Het monopolie van UEFA op Europees clubvoetbal is doorbroken. 
 
We zien nu dat het zakenconsortium achter het alternatief van een Europese Super League een competitiestructuur presenteert die het Europese sportmodel volgt: met promotie en degradatie tussen drie divisies. In een vroeger stadium werd nog gedacht aan een gesloten systeem naar Amerikaans profmodel, maar dat is niet acceptabel naar Europeesrechtelijke  maatstaven. Daarom moest er in Nederland tenslotte ook een promotie- en degradatieregeling worden ingevoerd tussen de onderkant van het betaald voetbal en de top van het amateurvoetbal. Er wordt gedacht aan tientallen deelnemende clubs voor de nieuwe opzet. Het is dus geen elitaire aangelegenheid meer zoals ten tijde van de G-14, die, zetelend in Brussel, tot een alternatieve opzet trachtte te komen. Geen coöptatie. Clubs kwalificeren zich op basis van verdienste, sportieve prestaties behaald in het verdere en vooral recente verleden.
 
De keuze is nu aan de clubs. Gaat een behoorlijk aantal ervan de Champions League inruilen voor een échte League, zonder knock-out voetbal na de groepsfase? Ze kunnen tegelijk gewoon in hun nationale competities blijven spelen. Het zal er vooral van afhangen hoezeer deelname aan deze League financieel voordeliger zal zijn. En dat hangt weer van de investeerders af. Zullen de Arabieren instappen met hun oliemiljarden zoals ze dat al bij een aantal Europese topclubs hebben gedaan? Het wordt dan ook denkbaar dat de League in Divisie A buiten-Europees gaat opereren met deelname van een aantal clubs uit die regio. Je gaat dan op termijn richting een wereldcompetitie als de Amerikanen en Chinezen ook meedoen, met in de gelederen van hun clubs Europese topvoetballers om de teams op sterkte te brengen. En laten we Zuid-Amerika ook niet vergeten! Een interessant businessmodel. Zullen de supporters protesteren? De clubs blijven volwaardig meedoen in hun nationale competities, maar spelen ‘Europees’ alleen maar in een andere competitie dan de Champions League, Europa League en Conference League – nu de drie ‘divisies’ van de UEFA, waaraan het zakenconsortium zich blijkbaar heeft gespiegeld. 
 
Rob Siekmann
Share.

About Author

Regelmatig publiceren we artikels van eenmalige gastschrijvers. Ook zin om een artikeltje te plegen? Neem contact op met info@dewitteduivel.com en bezorg ons jouw tekst.

Leave A Reply