zaterdag, april 13

Het Gouden Boek van de Beker met de Grote Oren 1956-2023 – The story of FC Barcelona (2)

Pinterest LinkedIn Tumblr +

 

Royal Antwerp Football Club stapt voor de tweede keer in de strijd om de Beker met de Grote Oren: precies 66 jaar na de eerste keer. Toen werd er gespeeld tegen het grote Real Madrid van Alfredo di Stefano. Voor een recordopkomst van bijna 60.000 toeschouwers op de Bosuil. Vandaag staat onder meer FC Barcelona op de agenda. Vanuit ‘Het Gouden Boek van de Beker met de Grote Oren. Van Real Madrid 1956 tot Manchester City 2023’ schetst auteur Raf Willems in enkele afleveringen ‘The Story of FC Barcelona’. Aflevering 2 brengt een geschiedkundige schets die begint en eindigt met ‘de droevigste dag uit het leven van Laszlo Kubala’: de verloren finale van 1961.

 

 

 

1960-1961: BARCELONA, DE STAD DER WONDEREN, HOOPTE TEVERGEEFS OP EEN MIRAKEL

Finale: Benfica Lissabon – FC Barcelona 3-2, 31 mei 1961 in Bern

 

De weg naar de finale in Bern

 

Na de majestueuze prestatie tegen Eintracht Frankfurt liep het witte Madrid enkele maanden later opnieuw feestelijk uit. Real toonde vol trots de eerste Wereldbeker voor Clubs, nadat Nacional uit Montevideo een 5-1 incasseerde.

In twee seizoenen tijd noteerde FC Barcelona liefst 22 Europese confrontaties. Dat had te maken met het redelijk absurd georganiseerde toernooi van de Europa Cup der Jaarbeurssteden, dat over twee seizoenen liep tussen 1958 en 1960. Dat was exact het dubbele van Real in dezelfde periode en liefst dertien meer dan Benfica Lissabon, de nieuwe ster aan het firmament. Overdaad en vermoeidheid speelden de Catalanen – met hun fantastische aanvalskwintet Kubala-Kocsis-Czibor-Suarez-Evaristo – parten in de finale tegen de ‘onbekende’ Portugezen. De loting van de achtste finale gaf een schok: Real Madrid – FC Barcelona. Enkele maanden na de halve finale van 1960, waar Real zich twee keer de sterkste toonde met 3-1 en 1-3. Barça trok deze keer  het laken naar zich toe na 2-2 in Madrid en 2-1 in Catalonië. Vijfvoudig bekerhouder Real hing voor de winter in de touwen. De Belgische en Tsjechische kampioenen Lierse SK en Hradec Kralové vormden slechts een formaliteit voor Barça, maar in de halve finale lag Uwe Seelers Hamburger Sportverein stevig dwars. De Hongaarse topschutter Kocsis van het WK 1954 vond zijn weerwraak op de West-Duitsers in het Volksparkstadion. In het Brusselse Heizelstadion, waar het derde én beslissende duel voor meer dan 60.000 toeschouwers werd gespeeld, stelde de Braziliaan Evaristo veilig. Totaal in de schaduw van de Catalaanse gigant rukte het onbekende Benfica uit Lissabon naar Bern op. Het eerste veelkleurige elftal uit de Europese voetbalhistorie swingde op z’n Afro-Braziliaanse. De tegenstand liep vaak op adembenemend sambaspel dat werd geanimeerd door spelmaker Mario Coluna. Trotse clubs als Heart of Midlothian (6-1), Ujpest Dosza (6-2), Aarhus (3-1) en Rapid Wenen (3-0) werden in het Estadio da Luz met ruime cijfers afgetroefd. Vooral de hoge Portugese productie sprong in het oog: 23 doelpunten in acht wedstrijden, verdeeld over de aankomende toppers Coluna, Aguas, Augusto en Santana. In de finale kwam de eerste opening van Barça via de geniale Hongaarse vluchteling – een liberale opposant – Czibor. Vervolgens kwijnde de favoriet weg en begaf het onder de zenuwen: nog voor het uur bracht Benfica de stand op 3-1. De tegentreffer van Kocsis een kwartier voor tijd bleek niet meer dan een stuiptrekking. Benfica, dat bijzonder kundig werd gecoacht door Bela Guttmann, greep verdiend naar het goud. De Beker met de Grote Oren belandde in nieuwe en onverwachte handen. En het beste moest nog komen. Want een ‘parelduiker’ wachtte in Lissabon geduldig op zijn kans.

 

De droevigste dag uit het leven van Laszlo Kubala

 

De stad der wonderen. Met de historische roman van Eduardo Mendoza onder de arm, stapte ik op Camp Nou af. De auteur beschreef hoe Barcelona altijd trots was op zijn traditie van tolerantie en opstandigheid en zich afkeerde van het puriteinse Madrid.  Mendoza duidt de link met volgende passage: ‘In 1701 liet Philips V – vanuit het Spaanse huis van Bourbon – in Barcelona de Ciudadela bouwen: een enorme vesting voor zijn bezettingsleger dat alle opstanden de kop indrukte. De manschappen plunderden de stad. Daarna werden de Catalanen in groten getale geëxecuteerd, ter lering en vernedering werden hun hoofden op lansen geprikt en op drukbezochte pleinen tentoongesteld. ‘

Ik keek naar een standbeeld. Het standbeeld bij Camp Nou. Van Ladislao Kubala. Men zegt: hij creëerde Camp Nou. Op het einde van de jaren vijftig werd met de bouw van het stadion de capaciteit verdubbeld van 40.000 naar 90.000. Ze kwamen voor hem: vier landskampioenschappen, vijf nationale bekers en evenveel internationale cups tussen 1951 en 1961. Maar dus net niet: de Beker met de Grote Oren. Hij benoemde de verloren finale, zijn laatste wedstrijd in het shirt van de blaugrana, als ‘de droevigste dag uit mijn leven.’

 

De droom van de verloren vrijheid van Catalonië verborg zich in het voetbal

Barcelona. Catalonië. De erfgenamen van het democratische Volkseenheidsfront. El Barça. De droom van de verloren vrijheid verborg zich grotendeels in het voetbal. Nadat Real Madrid in 1956 de eerste Europa Cup won, maakte Barcelona als een bezetene jacht op de meest begeerde voetbaltrofee. Er leek een vloek te rusten op de Beker met de Grote Oren, waaraan de erfvijand uit Madrid zich zo gulzig had gelaafd. Tijdens de Spaanse Burgeroorlog raakte de befaamde schrijver George Orwell verslingerd aan Barcelona en schreef hij zijn hommage Salut aan Catalonië. Hij verhaalt hoe in juli 1936 een impulsieve mensenmassa de Ramblas – het historische zenuwcentrum van de stad aan de Plaça de Catalunya – overweldigde nadat de falangistische milities van generaal Franco alle zeilen hadden bijgezet voor hun militaire escapades tegen de democratische Republiek. Een woedende menigte mepte Franco’s opstand aan gruizelementen. Citaat van George Orwell uit Saluut aan Catalonië: ‘Op de Ramblas stroomden voortdurend mensen heen en weer en brulden luidsprekers revolutionaire liederen. De Catalanen raakten aangestoken door het anarchistische virus. Iedereen sprak iedereen aan met ‘kameraad’ in plaats van met ‘Don’ of ‘Senor’ en zei ‘Salud’ en niet ‘Buenos Dias’. Dit alles was vreemd en ontroerend.’

 

Share.

About Author

Raf Willems (1960) noemt zichzelf voetbalschrijver met een boekenkast. Hij is uitgever en auteur van meer dan 40 boeken over ‘voetbal met een knipoog naar geschiedenis & samenleving’ en schreef voor het Nederlandse weekblad Voetbal International (1995-2000), de krant NRC Handelsblad (2001-2006) en de website Stichting meer dan Voetbal (2008-20014). Sinds 2014 Initiatiefnemer van voetbaldenktank & onlineplatform De Witte Duivel.

Leave A Reply