zondag, oktober 17

HET EPOS VAN DE BEKER MET DE GROTE OREN 1955 – 2020

Pinterest LinkedIn Tumblr +

De geschiedenis van de Europa Cup/Champions League (5) – RW

Aan de vooravond van jaargang 65 van de Europa Cup der Landskampioenen/Champions League schrijven we graag een beknopte geschiedenis van het belangrijkste voetbaltoernooi ter wereld.

Op de dag van de Engelse klassieker tussen Manchester United en FC Liverpool belichten we de editie van 1967-’68. Manchester United versloeg toen Benfica Lissabon met 4-1. Het was tien jaar na de vliegtuigramp in München, waar ‘the Busby Babes’ het leven verloren: The Day a Team Died! Coach Matt Busby en sterspeler Bobby Charlton overleefden de tragedie. Ze speelden een hoofdrol bij de heropstanding van de club.

1967-’68: MANCHESTER UNITED WILL RISE AGAIN! (MATT BUSBY NA DE RAMP MET DE BUSBY BABES IN 1958)

De weg naar de finale

‘Toen ik aan het hoofd van de ploeg Wembley betrad, was ik ijskoud van binnen. Ik dacht aan die prachtige voetballers van die in de lente van hun leven waren weggemaaid. Wat zij tien jaar eerder niet te einde hadden mogen brengen, lag die avond in onze handen. We moesten die beker pakken, ter ere van hen.’

Bobby Charlton bereidde op deze wijze de finale voor. Het was een avond waarop de nostalgie en de emotie ongeremd toesloegen. De bijna 100.000 Manchester Unitedfans zorgden voor een onnatuurlijke gemoedstoestand en zweepten onafgebroken en oorverdovend hun elftal op. De eerste negentig minuten verliepen erg nerveus. Bobby Charlton opende de score, Graca stelde gelijk. Net voor affluiten hield doelman Stepney de grote Eusebio van de winnende treffer. Tijdens de verlengingen ontplofte United en in acht minuten sloegen Best, Charlton en Kidd drie keer toe. Een trillende Matt Busby zocht na afloop onmiddellijk Bobby Charlton op voor een innige omhelzing. In de thuishaven Manchester bevolkte een uitzinnige mensenzee de stad. Manchester United voetbalde niet volgens beproefd Brits recept. Busby hield niet van de geestdriftige krachtpatserij en het hoge tempo. Hij bespeelde de creativiteit van het fabelachtige, de fantasie betokkelende en door de geschiedenis nog ongeëvenaard spitsentrio: Bobby Charlton, Denis Law en George Best. Binnen de vijf jaar werden ze allen uitverkoren tot Europees Voetballer van het Jaar. Geen enkele club deed ooit beter. Vierde naam die zichzelf letterlijk in de geschiedenis beitelde: Nobby Stiles. Een sinistere kale kop en een gebit minus voortanden als gevolg van zijn wekelijkse voetbalveldslagen. Stiles hanteerde zijn hele repertoire ‘rotzooien’ in de returnwedstrijd van de halve finale tegen Real in Madrid. Hij beet zich als een pitbull vast in Amancio en door strijdlust zette United de hopeloze situatie recht van 3-1 naar 3-3. Het Bernabeupubliek reageerde woedend en Stiles kreeg bij het verlaten van het stadion een fles op zijn knikker gemept door een niet in toom te houden Realfan. Stiles was goud waard voor United want door zijn beulswerk konden Charlton, Law en Best – the holy trinity – hun verbeeldingskracht in goals omzetten zonder zich al te veel te moeten bekommeren om hun defensieve opdrachten. Eenmaal buiten het veld beantwoordde Stiles overigens volledig aan het stereotiepe beeld van de conservatieve, brave Britse burgerman.

Het verhaal

Acht spelers hadden de vliegtuigcrash van München 1958 niet overleefd. Bobby Charlton wel. Nog diezelfde avond trokken duizenden Mancunians naar Old Trafford, waar de kampioenenvlag halfstok hing. De schrijver Eamon Dunphy  verhaalt van de sfeer in zijn boek A strange kind of glory – Sir Matt Busby & Manchester United: ‘Over de stad hing een doodse stilte. Een zeer vreemde, depressieve atmosfeer. Erger dan tijdens de oorlog.’ Onder de zwaargewonde overlevenden bevond zich ook coach Matt Busby. Aanvankelijk weigerde hij , door schuldgevoelens verteerd, nog een voet te zetten op Old Trafford. Zijn vrouw Jean wakkerde het heilig vuur weer in hem aan tot hij de historische woorden sprak: ‘Manchester United will rise again!’

Matt Busby spiegelde zich aan Clement Attlee. De prime minister van de Labour Party droomde na de Tweede Wereldoorlog van een nieuwe maatschappij. The New Society – een democratische verzorgingsstaat. Attlee stond voor een immense taak: de heropbouw van het land en de herinvoering van een nieuw gemeenschapsgevoel. De sociaaldemocraat Busby trok die lijn door naar Manchester United, waarover hij gelijktijdig met Attlee in 1946 de leiding nam.

‘Hij wilde een club waar iedereen gelijkwaardig was en waar men samen streefde naar verlicht voetbal.’ Busby ontwierp het ethos, de kracht van het individu. Tegelijk eiste hij dat iedereen zich zou onderwerpen aan het hogere doel: Manchester United. Hij brak een lans voor verbeelding en virtuositeit: ‘Enjoy yourself and entertain the people.’

De Schot met Ierse wortels was afkomstig uit van de mijnwerkersgemeenschap van Orbiston. Moeder vermeed alle godsdienstfanatisme en interesseerde zich voor onderwijs en vrouwenemancipatie. Vader Alex werkte in de mijn en stierf door een verdwaalde kogel in de Eerste Wereldoorlog. De zevenjarige Matt moest voortaan zonder vader door het leven. Zijn diepere spirituele roots vond hij al snel in het voetbal. Het redde hem uit de bitterste armoede en haalde hem als adolescent uit de mijnen van zijn geboortedorp. Busby zag voetbal als zijn lot. ‘It was my destiny.’ Hij raakte snel doordrongen van zijn eindbestemming: Manchester United. Daar gedroeg hij zich als een echte ‘Boss’. Hij begeleidde zijn spelers in hun groei naar volwassenheid. Hij hanteerde twee op het eerste zicht tegenstrijdige uitgangspunten: ‘Nobody is bigger than the club’ en ‘the individual first’. Hij verdedigde het individualisme maar eiste tegelijk van zijn spelers dat ze zich conformeerden aan het hogere doel: Manchester United. Busby beschouwde profvoetballers in de eerste plaats als mensen, als ‘human beings’. Dat was in de bestofte voetbalwereld van destijds niet de gewoonte. Hij creëerde een familiesfeer in de hoop dat het talent van zijn spelers sneller zou openbloeien. Rommelende jongens konden steeds rekenen op een begrijpend woord. Zwangere spelersvrouwen ontvingen een bos bloemen en voor de kinderen organiseerde hij kerstfeestjes. Achter zijn integere façade trok hij een muur van eenzaamheid op. Sinds de crash van 1958 stonden zijn ogen altijd triest. Busby vond slechts één gemeenschap die de geesten van de mensen tijdelijk bij elkaar bracht: het voetbal. Het geloof in het voetbal kreeg nooit een deuk bij hem. Voor de jongen zonder vader was het meer dan een spel. Busby bewaakte zorgvuldig het ethos van Manchester United: ‘de kracht van het individu’. De toppers van Old Trafford – Duncan Edwards en later George Best, Bobby Charlton en Denis Law – waren net als Busby ‘lonely people’. In wezen outsiders, vereenzaamde jongens in hart en geest, maar met een gemeenschappelijke passie. Bij Manchester United vonden ze elkaar en overstegen ze zichzelf. Busby gold in de jaren vijftig en zestig als een voorloper in de strijd om de cultuuromwenteling van het Britse voetbal. Hij predikte het pure spel, gebaseerd op de verbeelding van de spelers: ‘to entertain the people’. Old Trafford als ‘Theatre of Dreams’. De tragiek van het verleden bleef hem parten spelen. Hij groeide uit tot een legende, maar het was zijn levensparadox dat hij zijn vermaardheid dankte aan de wereldwijde treurnis om de Babes. Die pijn liet hem nooit meer los en verstrengelde zich met de alles verterende obsessie voor de Europa Cup voor Landskampioenen waar hij vol verlangen naar smachtte. Hij beschouwde het als zijn levensmissie om de Beker met de Grote Oren naar Old Trafford te halen. Tien jaar na de tragedie van München bereikte hij zijn doel. Op 29 mei 1968 dribbelden Best en Charlton naar de overwinning tegen Benfica Lissabon. Bobby Charlton viel na afloop huilend in de armen van Matt Busby: ‘This is a tribute to those who died in Munich, ‘ werd Busby later geciteerd in Manchester United, The Legendary Years 1958-’68. De cirkel van de legendarische jaren was rond. Op de resten van een nasmeulend vliegtuig ontstond de wereldwijde Manchestermystiek. Matt Busby’s verdriet ebde nooit weg.

DE VEDETTE: BOBBY CHARLTON

Bobby Charlton (1937) stamt uit een roemrucht voetbalgeslacht. Vier ooms schopten het tot profspeler en zijn moeders neef Jacky Milburn was topschutter bij Newcastle United. Broer Jack maakte carrière bij aartsrivaal Leeds United: hij vocht als voorstopper in de late jaren zestig keiharde duels uit met Bobby in de strijd om de Engelse landskroon. Bobby en Jack Charlton groeiden op in het asgrauwe Ashington, een somber mijndorpje in de Schotse grensstreek, waar zij de voorbestemming van het lot leerden. De destinatie van de dood deed de dagen van hoop snel vervliegen voor Bobby Charlton. ‘A row with a town of miners,’ schreef biograaf Norman Harris in The Charlton Brothers. Verder was er niets. Cissie, één van de drie zussen Milburn, huwde met mijnwerker Robert Charlton. In 1937 werd zoon Bobby geboren. De beelden van vaders thuiskomst uit de mijn, elke dag opnieuw, maakte diepe indruk op de kleine Bobby: van onder tot boven onder het zwarte en vuile mijngruis, en nat van het gutsende water.  Bobby begreep snel de paradox van het mijnwerkersleven. Hij vertelde: ‘Wie buiten kwam, toverde een lach op zijn zwarte gezicht. Wie helemaal schoon weer afdaalde, keek triest.’ Het was Bobby een raadsel hoe mensen zichzelf dit leven konden aandoen. Hij besloot daarom om niet in de mijn te gaan maar wel zijn oom op te volgen! Zijn talent leek onbegrensd. In Ashington zette men 1 pond in op het feit dat hij Engeland zou vertegenwoordigen voor zijn 21 ste levensjaar. Die weddenschap gebeurde rond zijn tiende verjaardag.

De droom ging in vervulling. Hij vertrok in de vroege jaren vijftig naar Manchester United. Moeder Cissie beantwoordde de boze brieven van de buurtbewoners – die het een ‘schande’ vonden om haar zoon op zo’n jonge leeftijd naar de andere kant van het land te sturen – kort en krachtig met ‘Alles is beter dan de mijn!’

De Manchester United Youth Side labelde zichzelf als de beste ooit, won tussen 1951 en 1956 de nationale en prestigieuze Youth Cup en trok 30.000 fans naar wedstrijden. De Busby Babes presenteerden zich, op één na, volledig gekneed in het jeugdcentrum van de club. Bobby Charlton baande zich een weg in de grote stad. Hij arriveerde in de zomer van 1953. ‘Ik zag de buildings, compleet ondergedompeld in een dikke, zwarte mistlaag.’ De industriële vervuiling hing in de jaren vijftig als een gesel om Manchester. De stad hulde zich zelfs overdag in een smoggy duisternis. Jimmy Murphy, de assistent-coach van Matt Busby, ving Bobby Charlton op. Hij was de complete tegenpool van de afstandelijke en beredeneerde Busby. Zijn passionele persoonlijkheid botste met die van de conformistische Charlton, maar toch ontstond er een merkwaardige vorm van chemie. Murphy schaafde Bobby’s overdosis techniek tot in de perfectie bij en trachtte hem in zijn gebrek aan zelfvertrouwen te helpen. Dat lukte wonderwel. Charlton timmerde aardig aan de weg met titels in 1965 en 1967, de Europa Cup in 1968 en de wereldbeker met Engeland in 1966. En 106 interlands, 49 goals én geridderd tot Sir. En ‘de beste voetballer van Europa’ in 1966.

Share.

About Author

Raf Willems (1960) noemt zichzelf voetbalschrijver met een boekenkast. Hij is uitgever en auteur van meer dan 40 boeken over ‘voetbal met een knipoog naar geschiedenis & samenleving’ en schreef voor het Nederlandse weekblad Voetbal International (1995-2000), de krant NRC Handelsblad (2001-2006) en de website Stichting meer dan Voetbal (2008-20014). Sinds 2014 Initiatiefnemer van voetbaldenktank & onlineplatform De Witte Duivel.

Leave A Reply