donderdag, december 3

HET EPOS VAN DE BEKER MET DE GROTE OREN 1955 – 2020. De geschiedenis van de Europa Cup/Champions League (6) – RW

Pinterest LinkedIn Tumblr +

Aan de vooravond van jaargang 65 van de Europa Cup der Landskampioenen/Champions League schrijven we graag een beknopte geschiedenis van het belangrijkste voetbaltoernooi ter wereld. In Barcelona demonstreren deze dagen miljoenen Catalanen tegen de draconische straffen die de Spaanse rechtbank – een ‘rechtstaat’ onwaardig – de ‘independistas’ heeft opgelegd: gevangenisstraffen tot meer dan tien jaar. De Guardia Civil knuppelt intussen onschuldige burgers in elkaar. En op hetzelfde moment halen extreemrechtse organisaties al hun oude sentimenten boven bij ‘de herbegrafenis van dictator Franco’ in Madrid. De ‘Clasico’ van 26 oktober 2019 in Camp Nou werd onder druk van de omstandigheden uitgesteld naar een latere datum. In deze aflevering belichten we daarom het seizoen 1991-’92.

1991-’92: JOHAN CRUIJFF EN HET MES QUE UN CLUB-GEVOEL VAN BARCELONA

DE WEG NAAR DE FINALE

Johan Cruijff lanceerde als trainer een uitgekiende, vaak onbegrepen, maar wel zeer efficiënte selectiepolitiek en een vernieuwend, door intelligentie gestuurd offensief model, waarin een hoog tempo gepaard ging met het geduldig blootleggen van de achilleshiel van de tegenstander. Cruijff schuwde het risico niet. Het deerde hem niet dat heerlijke hoogtepunten zich afwisselde met dramatische verliezen. Het door Cruijff gepredikte systeem was zo veeleisend, dat het pas een delicieus niveau bereikte wanneer alle smaakmakers naar magistrale momenten streefden. Zubizaretta, Ronald Koeman, Ferrer, Bakero, Guardiola, Salinas, Michaël Laudrup en Stoichkov dreven hun coach tot wanhoop in Rostock (1-0 tegen Sparta). Ze schotelden Camp Nou bruisende avonden voor tegen Hansa (3-0), Kaiserslautern (2-0), Sparta Praag (3-2, met zijn tienen, na een 1-2 achterstand), Benfica (2-1) en Dynamo Kiev (3-0).

Ondanks het avontuurlijke concept vertolkte Ronald Koeman een cruciale rol in Cruijffs elftal. Hij wedijverde sinds 1988 met Franco Baresi om de titel van

Europa’s meest klasrijke libero. Ondanks zijn trage startsnelheid beheerste Koeman zijn métier tot in de kleinste details. Vooral in het schrander positioneel inschuiven, waardoor het middenveld een numerieke overmacht verwierf, blonk Koeman uit. Ook dankte hij zijn uitstekende reputatie aan zijn verschroeiende afstandsschot, waarmee hij tegen Sampdoria het verschil forceerde.

In een zeer hoogstaande finale, met wisselende kansen voor beide teams, verplichtte Barcelona Sampdoria de kelk tot op de bodem te ledigen. Op de Ramblas klonk tot aan het prille ochtendgloren slechts één steeds schoner wordende jubelkreet: Barça! Barça! Barça! Een uitbundige uitroep met een zoveel diepere betekenis dan een simpele eed van trouw aan een voetbalclub.

HET VERHAAL

20 mei 1992. Om 22:47 uur precies scheurde een verschroeiende trap van Ronald Koeman het net achter doelman Gianluca Pagliuca van Sampdoria aan flarden. De Italianen stevenden af op een knock-out. Op hetzelfde ogenblik overspoelde een mensenzee de Ramblas. Opgekropte frustraties zochten een uitlaatklep. Hier was gedurende 36 jaar naar verlangd. Deze ongeremde, helse opwelling verbond in overdrive passie met vertedering, onderhuidse haat, fanatisme en ‘cri de coeur’. De Barçafans zagen hun naar een dwangmatig hersenspinsel neigende wensdroom in vervulling gaan. Free at last! De wraak op Madrid, Spanje, het Franquisme en Real, was eindelijk voltooid. Al sinds de Koninklijke in 1956 de eerste Europa Cup won, maakte Barcelona als een bezetene jacht op de meest begeerde voetbaltrofee. Het heilige vuur smeulde, maar doofde nooit volledig. En toen Ronald Koeman de eeuwig lijkende betovering doorbrak, swingde de Ramblas zichzelf het delirium voorbij. Het maakte heroïek en telepathie los. Het diepte een déjà vu-effect op. FC Barcelona, Barça voor de vrienden, is een cultureel product van Catalonië. De club schonk veel mensen een identiteit. Ze is steeds een missie voor vrijheid en democratie geweest. Twee breukmomenten uit de historie van stadium Camp Nou tonen het ware gezicht van Barça. Ten eerste 1977: Josep Tarradellas was de laatste minister van Catalonië voor de Francodictatuur (1939-1975). Hij keerde terug uit een ballingschap van bijna veertig jaar en schreeuwde: burgers van Catalonië: hier ben ik weer! Met de Europa Cup! Met dank aan Barça!’

Volkszanger Juan Manuel Serrat zette zijn populairste song in. Een ode aan de opposanten tegen Franco en aan iedereen die het goed heeft voor gehad met Catalonië: Barça! Barça Barça! Tardellas, Guardiola en Serrat. Zij spraken en zongen voor 100.000 mensen.

Politieke democratie, culturele identiteit en inspirerend voetbal smeedden een natuurlijk verbond in het meer dan honderd jaar durende epos van FC Barcelona. Voor de burgers van Catalonië en hun identiteit. Dankzij de aanwezigheid van de sierlijkste voetbalscholen – de Hongaarse (Kubala, Czibor, Kocsis) in de jaren vijftig; de Nederlandse (Michels, Cruijff, Neeskens) in de jaren zeventig en de Braziliaanse (Romario, Rivaldo, Ronaldo) in de jaren negentig. Dat heeft te maken met het allesoverheersende gevoel van seny en rauxa. Volgens auteur Robert Hughes zijn dit de twee levensaders van Catalonië. Hij omschreef ze in zijn boek Het epos van Barcelona, de Koningin der Steden: ‘Seny heeft als betekenis gemeenschapszin, werkzucht én ironie. De mens staat centraal in dit denkbeeld. Rauxa verwijst naar de ongeremde emotie, de irrationele uitbarsting. Doe wat je wil! Catalanen verheerlijken hun ‘anderszijn’. Persoonlijkheid is hun voornaamste vrucht.’

Barcelona genoot bekendheid om zijn open geest, tolerantie en traditie van opstandigheid.

Josep Tarradellas. Over hem beweerde men dat hij slechts twee hoeden droeg: één met de geelrode kleuren van Catalonië en één met de paarsblauwe van Barça. Hij riep bij zijn ovationele terugkeer uit Franse ballingschap in 1977 in Camp Nou op tot verzoening en compromisbereidheid tussen linkse en rechtse partijen. Hij feliciteerde de ‘duizenden Barçasupporters die de geest van Catalonië tijdens de dictatuur levend hadden gehouden.’

De samenhorigheid brokkelde langzaam af tijdens de opbouw van de democratie. De verschillende politieke vleugels, die voorheen omwille van de gemeenschappelijke strijd de violen op elkaar afstemden, gingen elkaar als vanzelfsprekend bestrijden binnen de club, zodat de dubieuze bouwondernemer Josep Nunez uit het niets kon worden verkozen. Dat proces beschrijft de Britse auteur Jimmy Burns in het zijn boek Barça, A People’s Passion: ‘Nunez was een man zonder gevoelens, zonder politieke visie. Hij hing op een scrupuleuze wijze nieuw rechts aan in de jaren tachtig: winst maken zonder ethiek.’ Nunez deed FC Barcelona desondanks uitgroeien tot één van de rijkste en succesvolste voetbalbedrijven ter wereld. Toch pestte hij coach Johan Cruijff het bloed onder de nagels vandaan. Hij respecteerde de rechtsregels niet. Corruptie, fraude en intimidatie vormden de ijkpunten van zijn beleid. De Beweging van de Blauwe Olifant – een intellectuele stroming van meer dan 15.000 fans, nam Nunez daarom in het vizier en steunde Cruijff.

De Blauwe Olifant waakte angstvallig over het behoud van de identiteit van Barça. De machtige supportersvereniging voerde de opstand aan tegen het afkalven van de democratische tradities van de blaugrana: ‘Het is de passie van het trotse volk van Catalonië.’ FC Barcelona teert op de seny- en rauxacombinatie sinds de oprichting in 1899. Voetbal was meteen een onderdeel van de Catalaanse cultuur. Daar kan politieke dictatuur, noch economische mannetjesmakerij tegenop. Més Que Un Club! Meer dan een club!

DE VEDETTE: JOHAN CRUIJFF, DE COACH

Johan Cruijff heeft in Barcelona de oude verhoudingen door elkaar geschud. Hij presteerde er wat niemand ooit voor hem deed en hij zal er definitief de geschiedenis in gaan als ‘Messias’. Een hysterische massa haalde hem in 1973 – op het toppunt van zijn spelerskunst – in als ‘J.C.Superstar’, naar analogie met de op dat ogenblik waanzinnig populaire musical Jesus Christ Superstar. Cruijff bevrijdde Barcelona een eerste keer in 1974. Barça pakte toen voor het eerst, en met overdonderend overwicht, sinds 1960 de Spaanse landstitel. Atletico Madrid finishte op acht punten en het onuitstaanbare Real werd in het eigen Bernabeustadion tot op het bot vernederd: 0-5. Zijn tweede prijs met Barcelona behaalde hij in 1978, net voor het afscheid als speler: de Copa del Rey! Precies tien jaar later werd Johan Cruijff ten tweede male met grote sier naar Barcelona gelokt. In zijn prille trainerscarrière gooide hij hoge ogen met fabuleus aanvalsspel dat hij Ajax, met de jonge Marco van Basten als attractiepool, opdroeg. Ajax maakte telkens meer dan honderd doelpunten en Cruijff leidde de club in 1987 naar zijn eerste Europa Cup – die van de Bekerwinnaars – sinds zijn vertrek als speler in 1973.

Toch stond zijn aanpak voortdurend ter discussie. Als een echte Einzelgänger roeide hij halsstarrig tegen de stroom in een projecteerde hij onveranderlijk zijn, volgens zijn tegenstanders naïve, aanvallende denkbeelden op zijn spelersgroep. Bij Barcelona trok hij die lijn door. Tussen 1988 en 1995 won hij maar liefst tien prijzen en liet hij zijn elftal het spectaculairste voetbal van de jaren negentig opdissen. Het Dream Team – met Michael Laudrup, Ronald Koeman, Romario en Hristo Stoichkov – regeerde met onnavolgbare acties onafgebroken over Spanje tussen 1991 en 1994, met vier landstitels op een rij. Op de avond van 20 mei 1992 initieerde Cruijff op de Ramblas een spontane volksopstand. Toen stond immers vast dat Barcelona eindelijk 36 jaar opgekropte frustratie kon wegspoelen. Zo lang was het immers geleden dat aartsrivaal Real Madrid aan het langste eind trok in de eerste Europa Cup voor Landskampioenen (1956).

Johan Cruijff mocht zich in Barcelona op de borst kloppen. Hij kreeg er artistieke erkenning als coach. In zekere zin trad hij in de voetsporen van Pablo Picasso. In de geest van de grote meester van de Ontaarde Kunst keerde Cruijff zich tegen elke academische voetbaltraditie en lapte hij de gevestigde regels aan zijn laars. Picasso is, vanwege diens grensverleggende vernieuwingen, de meest omstreden én bewonderde schilder van zijn tijd geweest. Cruijff vond in Barcelona het in de jaren tachtig vastgeroeste voetbal op zijn beurt als het ware opnieuw uit. Hiermee heeft hij zich onsterfelijk gemaakt in de woelige en broeierige Catalaanse hoofdstad. De geschiedenis van FC Barcelona viel nooit te vereenzelvigen met één pertinente persoonlijkheid. Dankzij Johan Cruijff, de coach, heeft El Barça nu eindelijk ook zijn legende.

Share.

About Author

Raf Willems (1960) noemt zichzelf voetbalschrijver met een boekenkast. Hij is uitgever en auteur van meer dan 40 boeken over ‘voetbal met een knipoog naar geschiedenis & samenleving’ en schreef voor het Nederlandse weekblad Voetbal International (1995-2000), de krant NRC Handelsblad (2001-2006) en de website Stichting meer dan Voetbal (2008-20014). Sinds 2014 Initiatiefnemer van voetbaldenktank & onlineplatform De Witte Duivel.

Leave A Reply