donderdag, november 26

GERD MULLER, TOPSCHUTTER VAN BAYERN EN DE MANNSCHAFT, BELEEFT EEN DROEVIGE 75 STE VERJAARDAG: OP WEG NAAR HET LEVENSEINDE

Pinterest LinkedIn Tumblr +

Een portret van Gerd Müller uit het boek ‘111 Legendarische Voetbalhelden sinds 1920’. Nu te koop via onder meer dit online platform.

Uschi, de vrouw van Gerd Müller, sprak vandaag in de krant Bild over ‘het nakende afscheid’ van haar man: ‘Er schläft langsam hinüber.’ Begrijp: hij slaapt langzaam naar zijn einde. Op 3 november wordt de ‘eeuwige doelschutter’ van zowel Bayern als de Mannschaft 75 jaar. Hij lijdt sinds 2015 aan Alzheimer en herkent vrijwel niemand meer. Uschi, die sinds 1967 een koppel vormt met Gerd, vertelt openhartig over hoe haar man zijn drankverslaving overwon. En op een ontroerende wijze voegt ze eraan toe: ‘Es ist so schön, wenn Gerd kurz die Augen aufmacht.’ Gerd Müller speelde zijn beste interlandwedstrijden…in België toen West-Duitsland met elegant en avontuurlijk voetbal het EK 1972 won.

 

Zijn we er toch ingetuind!

Gerd Müller. München, 7 juli 1974. WK-finale tussen West-Duitsland en Nederland. Herman Kuiphof, televisiecommentator van de NOS, verweert zich tegen zijn ongeloof en spreekt die ene onthutste zin: ‘Zijn we er toch ingetuind.’ De ontreddering had een naam: Gerd Müller. De midvoor aller midvoors. Der Bomber von Bayern. Müller zat niet in de wedstrijd. Hij liep zich één keer op het gepaste moment vrij, vlak voor de rest, en zette van dichtbij Jan Jongbloed op het verkeerde been (2-1). Met een ogenschijnlijk comfortabel balletje, dat eenvoudig te keren leek.

 

Scoren vanuit het niets met de voet, het hoofd, de knie, de buik, de kont

Tot vandaag woedt de discussie over de zogenaamd knullige wijze waarop Jongbloed zich voor schut liet zetten. Peter Bonetti, de klasrijke Chelsea-chat, en Christian Piot, de betrouwbaarste Belgische doelman ooit, leven met dezelfde vernietigende frustratie. Müller nam hen te grazen in respectievelijk de kwartfinale van het WK 1970 en de halve finale van het EK 1972. Zijn goals wekten de valse indruk dat keepers blunderden. Zij zijn bij dezen definitief vrijgepleit. Gerd Müller was voor het doel niet te stuiten. Hij sloop als een silhouet door het strafschopgebied. Het spel trok aan hem voorbij. Plots werd de schaduw mens en scoorde. Ongecompliceerd, vanuit het niets. Met het hoofd, de knie, de buik, de kont. Of met een verdediger. Uit stand, de brede wreef ertegen. Zijn positiespel was zo uniek Mülleriaans, dat hij de bal letterlijk naar zich toe zoog.

Lichaamscontact met de bal tot de geboorte van een goal

 

Der Bomber verplichtte de bal tot lichaamscontact, tot gemeenschap als het ware, die vrijwel altijd uitmondde in de geboorte van een goal. Zijn teamgenoot en voorstopper Georg Schwarzenbeck botste elke dag tegen hem aan in het trainingspartijtje. Hij hield hem vrijwel steeds in de greep, op die ene tien seconden na. Dan scoorde hij toch.

De doelpunten van Gerd Müller misten elk stijlkenmerk, behalve dat ze zijn eigen spel typeerden. Het enige dat voor Müller, Bayern en de Mannschaft telde, was dàt ze telden: de goals. Niet te imiteren en in wezen een parodie op de typisch onverzettelijke Duitse tankspits. Hij deed het moeiteloos, vanuit een innerlijke explosie, en met iets zigeunerachtigs. Hij vierde even mee, waarna hij het feestgedruis aan anderen overliet. Müller, de Boheem van Bayern. Waarmee hij onbewust terugkeerde naar de roots van de Beierse trots: het kunstenaarskwartier van München. ‘Zonder Gerd Müller peelde we nog steeds in de Säbener Strasse,’ zei Franz Beckenbauer ooit. Beckenbauer was der Kaiser die der Bomber in stelling bracht, vrijwel steeds met een-tweetjes door het centrum, en als geen ander begreep dat hij zonder zijn bombardier geen keizer was geweest.

 

Der Dicke, ‘de kleine olifant’: sympathiek en verwoestend

De Säbener Strasse drukt de frivole historiek van Bayern uit. Het gezellige, gammele stadionnetje werd bewoond van 1927 tot 1972 en na de Olympische Spelen, verruild voor de hypermoderne, onpersoonlijke Olympiaberg. Bayern veranderde er tot een wereldvoetbalconcern. Aan de basis lag de eerzuchtige ondernemer Wilhelm Neudecker. Hij paarde tomeloze ambitie aan financiële kunstgrepen en voetbalverstand. Hij lokte de jonge paradepaardjes Maier, Beckenbauer en Müller. De doelman, de libero en de spits bezorgden Bayern en West-Duitsland van 1966 tot 1976 een gouden decennium. De Joegoslavische coach Cajkovski, de ‘ontdekker’ van de drie, serveerde hem aanvankelijk af als ‘der Dicke’ en ‘de kleine olifant’. In zijn verwoestend optreden stopte hij iets sympathieks, alsof hij zich wilde verontschuldigen voor de ravage.

 

 

Der Bomber und der Kaiser

Hij scoorde en bleef zichzelf: der Bomber, die opkeek naar zijn vriend der Kaiser. Samen bouwden ze aan een onwaarschijnlijke erelijst: vier keer Meister, vier keer Pokalsieger, drie keer de Europacup I, één Europacup II,  één wereldbeker. Met de Mannschaft Europees en wereldkampioen. Hij sloot zijn loopbaan af in de Verenigde Staten. Scoren tegen doelmannen uit de galerij der groten: Banks, Piot, Viktor, Hellström, Albertosi, Tomaszewski, Mazurkiewicz. Zeven keer topschutter van de Bundesliga. Een statistiek berekende het totaal aantal en kwam tot het duizelingwekkende cijfer van 1497 doelpunten in 1222 optredens. Waarvan 68 in 62 interlands en 62 in Europese duels.

Hoofdzaak: de bal moet achter de doellijn

In het boek Schrecken in Strafraum pakte hij uit met een simpele verklaring: ‘Ich wollte ein Tor, das war alles. Hauptsache, der Ball war hinter der Linie.’

München, 7 juli 1974. Het feest na de finale. Wereldbekerwinnaar Gerd Müller bood zich samen met zijn vrouw Ursula aan. ‘Uschi’ bleef aan de deur staan, de echtgenotes waren niet ten dis genodigd. De woede was gemeend. De anticlimax totaal. Der Bomber trok meteen een streep onder het hoofdstuk ‘Mannschaft’, enkele uren na zijn voor Nederland zo verwoestende beweging. Al speelde hij al wel met het idee en had zijn voornemen al enkele dagen eerder aan de bondscoach gemeld.

Alcoholkwaal, huwelijkscrisis, bankroet: verlossing dankzij der Franz

Van dan af liep zijn pad niet meer langs de rozentuin. De gordiaanse knoop van ruzies met Netzer – bracht met hem in 1972 das Wunder von Wembley voor het voetlicht – en Overath – zijn aangever op de wereldkampioenschappen van 1970 en 1974 – en Breitner – teamgenoot bij Bayern en de nationale elf – raakten nooit ontward. Ze bleven opvallend afwezig bij zijn afscheidswedstrijd in 1982.  Na zijn loopbaan vocht hij met een vernietigende alcoholkwaal, een huwelijkscrisis en een bankroet. Zijn onafscheidelijke meester Franz Beckenbauer – intussen president bij Bayern – bracht verlossing: hij begeleidde zijn ontwenningskuur en bood hem in 1995 een goedbetaalde baan als jeugdcoach aan. De bescheiden Bomber vond zijn plaats in de pose van de Beierse glamour. Vandaag bereidt zijn omgeving zich voor op zijn levenseinde.

 

Share.

About Author

Raf Willems (1960) noemt zichzelf voetbalschrijver met een boekenkast. Hij is uitgever en auteur van meer dan 40 boeken over ‘voetbal met een knipoog naar geschiedenis & samenleving’ en schreef voor het Nederlandse weekblad Voetbal International (1995-2000), de krant NRC Handelsblad (2001-2006) en de website Stichting meer dan Voetbal (2008-20014). Sinds 2014 Initiatiefnemer van voetbaldenktank & onlineplatform De Witte Duivel.

Leave A Reply