vrijdag, december 3

De Story van Kevin De Bruyne: Van Drongen tot Porto (6)

Pinterest LinkedIn Tumblr +

Kevin De Bruyne wordt momenteel beschouwd als de beste middenvelder ter wereld. Sommigen zien in hem zelfs de toekomstige winnaar van de Gouden Bal. Om dat waar te maken zal KDB een internationale prijs moeten pakken. Zijn vijfde Engelse ligabeker heeft hij reeds op zak. De derde Premier League-titel is inmiddels ook binnen. En hij heeft ook één kans op twee om op 29 mei zijn eerste Champions Leaguefinale te winnen. Auteur Raf Willems volgt al enkele jaren het fenomeen en vertelt hierover in zijn ‘Story van KDB’. In twee afleveringen per week te volgen op De Witte Duivel.

Ik zag Kevin De Bruyne spelen

Ondanks de wat mindere ervaringen schreven KRC Genk en Kevin De Bruyne samen toch een mooi verhaal. Na amper één seizoen (2009-2010) in het eerste elftal werd hij al een sleutelspeler. Dat leidde tot het uitbundig vieren van het landskampioenschap in 2011.

Als bij toeval zat ik op een zachte lenteavond in mei 2009 op de tribune bij KRC Genk-Sporting Charleroi. Ik ontdekte daar een zeventienjarige voor wie zijn allereerste match op een vorm van vermaak leek. Vrij vertaald naar wat de beroemde filosoof Johan Huizinga als ‘de spelende mens’ definieerde – als voorwaarde tot schepping van cultuur én vrijheid – zag ik daar: ‘de spelende jongen’. Die liep met enkele simpel ogende bewegingen het zwart-wit-raamwerk aan flarden. Hij rammelde met de Zebravoeten dat het een lieve lust was, vanuit een natuurlijke soepelheid die me aan de jonge Paul Scholes van Manchester United deed denken.

Hij flaneerde flairvol doorheen de middenlinie zonder zich te bekommeren om zijn positie en leek toch – Paul Scholesgewijs – alomtegenwoordig én zijn onverstoorbare zelf. Ik zag Kevin De Bruyne spelen. Onder het trainerschap van Frank Vercauteren kwam KRC Genk verrassend en bijzonder sterk voor de dag, na een half seizoen moeizaam en zelfs play-off 2-geploeter.

Ontbolstering van een draaischijf

Met Kevin als één van de draaischijven: ‘We voetbalden zeer constant toen, aanvankelijk met efficiënt counterspel. Ik legde ze neer voor Jelle Vossen en die trapte ze blindelings binnen. In het begin van het seizoen mikten we niet op balbezit. We wonnen van Sporting Charleroi met 5-0, na een balbezit van veertig procent. Dat verbeterde naargelang het seizoen vorderde. Coach Vercauteren liet me doorstromen en gaf me kansen, ook al liep het niet altijd van een leien dakje. Ik begon op rechts in zijn 4-4-2, terwijl ik me beter op mijn gemak voel aan de linkerzijde. Fysiek had ik ook nog een lange weg af te leggen, want na zeventig minuten was mijn ‘pijpke’ uit.

Op het einde van het seizoen had ik deze moeilijkheden overwonnen. Ik liet me in de beslissende wedstrijd tegen Standard zelfs niet door een hersenschudding uit mijn lood slaan. Vermijden dat die bal er nog in kan gaan, desnoods ga je ervoor liggen. Op dat ogenblik trek je als team aan hetzelfde zeel: na die 1-1 komt hier niets meer binnen. Tot die titel van ons was.’

Hoe keek Frank Vercauteren terug op de ontbolstering van een van één van zijn belangrijkste spelers? Ik stelde hem de vraag op de man af in hotel-taverne Frederiksborg aan de overkant van de basiliek van Koekelberg en op de grens met Sint-Jans-Molenbeek, de gemeente waar hij vandaan komt. Het spelersparcours van Vercauteren is indrukwekkend: vier landstitels (1981, 1985, 1986, 1987), één Belgische beker (1976), twee Europacups voor Bekerwinnaars (1976, 1978), tweede Europese Superscups (1976, 1978) en één UEFA Cup (1983) met RSC Anderlecht. Hij nam als Rode Duivel (63 selecties) deel aan de wereldbekers van 1982 en 1986. Ook als coach geniet hij van een zekere faam. Hij was het brein achter de kampioenschappen van Anderlecht (2006, 2007) en van KRC Genk (2011). Daar investeerde en geloofde hij volop in Kevin De Bruyne.

Niet altijd even handelbaar

‘Diepgang, snelheid van uitvoering, geen breed getik. Dat zijn de drie punten van mijn voetbalfilosofie. Bij KRC Genk kwam ik op die wijze tamelijk vanzelfsprekend bij Kevin terecht, want ik begon in december 2009 als opvolger van Hein Vanhaezebrouck met een zogenaamd leeg blad. Sommigen hadden moeite met mijn visie, maar hij kon ze op zijn achttiende uitvoeren. Men beschouwde hem als een buitenbeentje. Er gonsde al wat commentaar rond hem. Begeleiding, staf, jeugdverantwoordelijken: ze hadden allen iets met hem meegemaakt. Ik vond dat niet slecht, dat wees op een sterke persoonlijkheid. Zo heb ik hem ook leren ervaren.

Ik vergaarde informatie over hem, net als over de anderen, want hij hing bij mijn aankomst zo’n beetje tussen beloften en het eerste elftal. Ik kreeg het beeld binnen van een jongen die niet altijd even handelbaar was. Mij stoorde het niet, want ik verkies iemand met een moeilijk karakter boven iemand zonder karakter. Hij accepteerde lang niet alles, maar zo gedroeg ik me vroeger ook. Aanvankelijk controleerde hij niet altijd zijn emoties en frustraties ten opzichte van zijn trainers en medespelers. Hij haatte verliezen en slecht spelen. Dat vond je terug in zijn reacties. Voor mij was dat een goed uitgangspunt, want in die karaktertrek ontdekte in motivatie en ambitie. Hij viel moeilijk af te remmen: op training perste hij er nog altijd dat beetje extra uit. Hij wilde altijd wat langer naar doel blijven trappen dan de anderen. Ik stimuleerde dat.’

Kevin koesterde de drijfveer naar meer. Tegelijk verkondigde hij zijn mening: de plaats van de centrale middenvelder genoot zijn voorkeur. Frank Vercauteren: ‘Hij zag zichzelf als de tien, maar ik had daar nog andere kandidaten en ik oordeelde dat voor deze groep de 4-4-2 de beste bezetting was. Dan was hij niet content en interpelleerde hij mij. Aanvankelijk negeerde ik dat, want je moet als coach niet altijd verantwoording komen afleggen aan je spelers. Ik trachtte wel te zorgen dat hij zich goed voelde, maar ging zeker niet op al zijn reacties in. Ik probeerde zijn aard te leren kennen door hem te observeren en vooral door hem te negeren. Dat moest je wel doen met hem, want hij toonde zich altijd: discussie, emotie, vurigheid. Soms stopte hij dat weg, maar dat duurde zelden lang want hij kon dat niet volhouden. Op alle vlakken had hij uitstraling en dat is het beste wat je als coach kunt hebben. Communicatie is veel meer dan babbelen. Hij had expressiviteit, ook bij blije reacties stopte hij die nooit weg. Hij amuseerde zich met het spelletje. Op een functionele wijze: zelden gezever, hij schiep plezier in functie van het voetbal.’

O Belgisch voetbal | Raf Willems

Share.

About Author

Raf Willems (1960) noemt zichzelf voetbalschrijver met een boekenkast. Hij is uitgever en auteur van meer dan 40 boeken over ‘voetbal met een knipoog naar geschiedenis & samenleving’ en schreef voor het Nederlandse weekblad Voetbal International (1995-2000), de krant NRC Handelsblad (2001-2006) en de website Stichting meer dan Voetbal (2008-20014). Sinds 2014 Initiatiefnemer van voetbaldenktank & onlineplatform De Witte Duivel.

Comments are closed.