woensdag, december 1

De Story van Kevin De Bruyne: Van Drongen tot Porto (4)

Pinterest LinkedIn Tumblr +

Kevin De Bruyne wordt momenteel beschouwd als de beste middenvelder ter wereld. Sommigen zien in hem zelfs de toekomstige winnaar van de Gouden Bal. Om dat waar te maken zal KDB een internationale prijs moeten pakken. Zijn vijfde Engelse ligabeker heeft hij reeds op zak. De derde Premier League-titel is inmiddels ook binnen. En hij heeft ook één kans op twee om op 29 mei zijn eerste Champions Leaguefinale te winnen. Auteur Raf Willems volgt al enkele jaren het fenomeen en vertelt hierover in zijn ‘Story van KDB’. In twee afleveringen per week te volgen op De Witte Duivel.

Engels voetbal! Duits voetbal? Premier League? Bundesliga! Liverpool, Chelsea, Bremen, Dortmund…

‘De kleine en papi’: spelvreugde of prestatie? Het zwak voor de Engelse school versus de lichte neiging richting Bundesliga. Enthousiast aanvallen of ook al eens de bal in de ploeg houden?

Kevin: ‘Ik zie voetbal als een spel en ik wil dat dit zo blijft. Ik weet dat ik in een professionele omgeving vertoef, maar plezier komt voor mij op de eerste plaats. Ik voel nooit nervositeit, dat ligt nu eenmaal in mijn karakter. Ik ben rustig, bijzonder rustig. Ik kreeg veel vertrouwen van Frank Vercauteren, die van mij een sleutelspeler maakte in het kampioenenjaar 2011 van KRC Genk. We voetbalden toen zeer constant, aanvankelijk met efficiënt counterspel, maar na verloop van tijd ook met balbezit. De slotmatch tegen Standard had alles van een thriller die het kampioenschap zou beslissen: wat een spanning, wat een sfeer! Ik speelde de wedstrijd uit met een zware hersenschudding. Ik was even knock-out geweest, maar voetbalde verder als in trance. Zonder na te denken: verdedigen, pushen, knokken alsof je leven ervan afhangt. Mijn beste positie is centrale middenvelder, tussen aanval en verdediging in. Zoals in mijn laatste matchen met de Rode Duivels.

Ik hou van offensieve vrijheid en zoek altijd de vrije ruimte op. Ik loop tussen de lijnen zodat er meer openheid in het spel komt. Ik verkies die centrale positie boven die aan de zijkant, want ik ben niet zo explosief als de winger. Een centrale middenvelder kan zowel aanvallen als verdedigen en haalt een hoge score op het gebied van passing, controle en ritmeverandering. Hij weet wanneer te versnellen of te vertragen. Ik hou van het rondtikken van de bal op de eigen speelhelft. Ik ben iemand die altijd kijkt om te weten wat hij doet, dat gebeurt al voor ik de bal ontvang. Ik weet wie waar staat, met Christian Benteke heb ik op dat gebied een gevoelsmatige relatie ontwikkeld. We speelden al samen bij de beloften van KRC Genk en zoals blijkt uit enkele beslissende acties met de Rode Duivels is Benteke-De Bruyne een mooie connectie geworden.’

Het voetbal dat mijn voorkeur geniet is dat van Borussia Dortmund en van coach Jürgen Klopp: omwille van het spektakelgehalte, het uitstekend in blok verdedigen en het hoog druk zetten. Dat past bij mij, ik zou daar best kunnen functioneren. In de Bundesliga ontdekte ik mijn fysieke mogelijkheden. Naar het schijnt had ik er de meeste kilometers in de benen. Ik heb gevochten om Werder Bremen mee te helpen overleven. Borussia Dortmund geeft je soms het gevoel dat je mag meevoetballen, maar als ze beslissen dat het voorbij is, dan liggen er zomaar drie goals in je mand. Ik werd uitgeroepen tot de beste jongere van de Duitse competitie, ik wist het niet eens en heb het achteraf vernomen. Individuele trofeeën zeggen me niet veel. In de Bundesliga groeide ik op tot een volwassen mens.’

Bruno: ‘Na klassieke muziek is voetbal mijn tweede passie. In de jaren vijftig bezocht ik La Gantoise, het waren de hoogdagen van de Buffalo’s en spelverdeler Freddy Chavez d’Aguillar. Mijn buurman Van Kerkvoorde en mijn oude schoolkameraad ‘Roste’ Willems speelden in het eerste elftal en zorgden soms voor kaartjes, want het Ottenstadion was vaak uitverkocht. In Ivoorkust richtte ik een bedrijfsteam van British Petroleum (BP) op, dat zogenaamde interlands speelde tegen Franse en Nederlandse collega’s. De toernooiwinnaar ontving enkele tonnetjes bier van een brouwerij. Bij onze overkomst naar Londen in 1972 raakte ik onder de indruk van ….Liverpool FC. Ik supporterde voor Kevin Keegan en genoot met volle teugen van de vrolijke jaren zeventig van The Reds met kampioenschappen en Europacups. Het toeval speelt soms een rol in een mensenleven. Toen Keegan – destijds de beste speler van Europa – in de zomer van 1977 naar Hamburger Sport Verein werd getransfereerd, was mijn schoonbroer juridisch adviseur van de coach van HSV.

Ik volgde in die tijd op Wembley de bekerfinale tussen Liverpool FC en Manchester United en de partij tussen Engeland en Schotland. Ik kende er dus mijn weg. Mijn schoonbroer belde me vanuit België in grote paniek op, want vanwege de algemene staking in Engeland was het onmogelijk om het nummer te pakken te krijgen van het hotel waar Keegan verbleef. Ik zocht dat uit en zo heeft hij Keegan gecontacteerd en de overgang tot een goed einde gebracht. Onrechtstreeks ben ik er dus mee verantwoordelijk voor dat mijn favoriete speler mijn lievelingsclub heeft verlaten. Sinds mijn kleinzoon Kevin – what’s in a name, dat moet toch onbewust een rol hebben gespeeld – de top heeft bereikt, supporter ik voor zijn ploegen: KRC Genk, Werder Bremen, FC Chelsea. Toch gaf ik het Liverpoolgen aan hem mee, want in zijn kindertijd was hij gek van Michael Owen: hij bestudeerde diens bewegingen op dvd en probeerde zelfs zijn biografie te lezen, terwijl hij amper Engelse begreep.

Tegenwoordig bezoek ik alle thuismatchen van ‘The Blues’. Ik neem mijn elfjarige kleindochter mee – het nichtje van Kevin en mijn buurmeisje – en volg de matchen vanuit de familielounge van Stamford Bridge. Zo is de cirkel rond en speelt Kevin als het ware opnieuw in mijn achtertuin.’ Die accolade van grootvader valt in goede aarde bij de kleinzoon: ‘Zet me hier opnieuw met enkele vrienden en een bal en we vermaken ons enkele uren.’

De avond eindigde in een Italiaans restaurant. Tijdens de autorit van pakweg vijftien minuten draait Kevin De Bruyne zijn ‘rapper van de maand’: Het is allesbehalve ‘middle of the road’-muziek. Hij hoort het geconcentreerd en intens aan en zegt geen woord. Tijdens het diner laat zijn elfjarige nichtje hem geen seconde met rust. Hij reageert amper en blijft zijn onverstoorbare zelf. Na afloop rijdt ook Bruno mee. Ze geven me een lift tot aan het metrostation. De auto verdwijnt in de kille herfstnacht. Zouden ‘de kleine en papi’ samen naar hiphop luisteren?

O Belgisch voetbal | Raf Willems

Share.

About Author

Raf Willems (1960) noemt zichzelf voetbalschrijver met een boekenkast. Hij is uitgever en auteur van meer dan 40 boeken over ‘voetbal met een knipoog naar geschiedenis & samenleving’ en schreef voor het Nederlandse weekblad Voetbal International (1995-2000), de krant NRC Handelsblad (2001-2006) en de website Stichting meer dan Voetbal (2008-20014). Sinds 2014 Initiatiefnemer van voetbaldenktank & onlineplatform De Witte Duivel.

Comments are closed.