‘Veredelde oefeninterlands? Neen, de Nations League is het onverwachte juweel van het voetbal’. U hoeft mij niet te geloven, maar het was een paar dagen terug een kop uit de eerbiedwaardige Times uit Londen. Daarom deze oproep aan mensen zonder jonge geest: sta open voor iets nieuws.
Sommige mensen, ook met een perskaart, hebben het vaak moeilijk met nieuwe dingen. Het duurt even voor ze er het nut van inzien of er de angst voor verdrijven. Het geldt voor zowat elke uitvinding, elke nieuwigheid, door de eeuwen heen. En niet alles bleek achteraf een stap voorwaarts, maar dat waren toch eerder uitzonderingen.
Het is in de sport niet anders. Alsof er niet ooit een eerste Tour de France, Olympische Spelen of WK’s waren. Die werden aanvankelijk ook niet door iedereen au sérieux genomen. Aan het eerste WK in 1930 namen slechts dertien landen deel, waarvan slechts vier uit Europa (België, Frankrijk, Joegoslavië en Roemenië). Engeland, de bakermat van het voetbal, maakte pas in 1950 zijn opwachting op de Wereldbeker.
Voor het eerste EK in 1960 schreven slechts zeventien landen zich in. West-Duitsland, Italië en Engeland deden niet mee. Ook Nederland en België namen niet deel. Vier jaar later ontbrak nog alleen West-Duitsland. Bij de start van de Europese beker voor Landskampioenen in 1955 kregen Engelse clubs het verbod deel te nemen. Matt Busby, de toenmalige manager van Manchester United, wekte de woede op van de voetbalbond door zijn club desondanks in te schrijven. De man had een visionaire geest.
Gebrandmerkt
Daar kunnen we Jürgen Klopp, hoe hoog we hem ook inschatten, voorlopig niet van verdenken. ‘Ooit werd deze competitie door Jürgen Klopp als ‘zinloos’ gebrandmerkt, schreef Jonathan Northcroft vorige donderdag in The Times. ‘De competitie brengt echter snelle en kwaliteitsvolle wedstrijden met interessante verhaallijnen en overtreft de verwachtingen van veel mensen.’
Je kan het oefenmatchen blijven noemen, maar dan moet je tenminste consequent zijn. Dan kan je met de resultaten niet proberen je gelijk te halen. Oefeninterlands worden niet belangrijk(er) omdat ze je gelijk lijken te bewijzen. Dat noemen we intellectuele oneerlijkheid.
Maar waardeloze oefeninterlands dus. Waarom trapte Zinedine Zidane dan van pure blijdschap vol tegen een bal bij de late winningsgoal van Michael Olise in het Koning Boudewijnstadion? Waarom stapte Cristiano Ronaldo als een klein kind op jaren op? Omdat hij in een potje vrijetijdsvoetbal niet mocht meedoen? Waarom werd in Turkije en Kroatië al om het ontslag van de bondscoach geroepen na nederlagen in overbodige landenmatchkes? En, wellicht de belangrijkste waardemeter, waarom zitten bijna overal de tribunes vol? Het publiek is eerder mee dan een aantal journalisten.
Neen, het zijn heuse interlands met inzet tussen teams van min of meer hetzelfde niveau. Elke speeldag staan er een paar echte topaffiches op het menu. Dat er vaak gewisseld wordt als er vier wedstrijden in elf of twaalf dagen moeten afgewerkt worden, is logisch. Maar wat is het probleem? Het zijn altijd internationals die op het veld staan. De betere voetballers van een land. Kwantiteit is voor een keer even belangrijk als kwaliteit.
Onbenullig
Natuurlijk worden er tegenwoordig te veel interlands gespeeld. Daarom zijn er nu al bijna evenveel jongens met meer dan 200 interlands dan met 100 interlands in de vorige eeuw. Fifa, Uefa en alle nationale bonden hebben zoveel interlands nodig om de kas te spijzen. Voetballiefhebbers treuren echter niet als er spektakel wordt geboden. Veel mensen, die normaal nauwelijks of geen belangstelling hebben voor de sport, kijken naar interlandvoetbal. Om de een of andere reden (grapje) voelen ze zich verbonden met een team, dat ook hen vertegenwoordigt.
De klok gaat echt niet meer teruggedraaid worden. De Nations League heeft overigens niets veranderd aan het aantal interlands. De wedstrijden vervangen echte oefenwedstrijden, waar inderdaad niemand wat aan had.
In die oefenwedstrijden ontliepen de sterkste ploegen immers elkaar. Een topland uitnodigen kostte een smak geld en mondde vaak in een ontgoocheling uit omdat de grootste sterren op de bank of thuis op de bank bleven. De grootste landen ontweken elkaar. Niemand verliest immers met plezier. Toen Roberto Martinez als bondscoach met België de Fifa Ranking aanvoerde, deed hij er alles aan om onbenullige tegenstanders uit te zoeken om een nederlaag te voorkomen en de hoogste positie vast te houden.
Rammeling
In de Nations League staan de beste landen van het continent tegenover elkaar. Straks volgt er een Final Four om vingers en duimen bij af te likken. De trofee heeft nog niet de waarde van een EK of WK, maar dat komt wel. De winnaar zal in ieder geval in de zevende hemel zijn.
Positief aan het concept is ook dat de bescheiden voetballanden tegen elkaar spelen. In plaats van nog maar eens een rammeling te krijgen, spelen ze nu voor een overwinning. Voor promotie zelfs. Wie van hen had dat kunnen denken. Ja, ze zijn hun topaffiches kwijt, maar wie kwam nog naar kwalificatiematchen als Liechtenstein-Engeland, Andorra-Duitsland of Gibraltar-Frankrijk kijken? Dat waren voor zij die de Nations League maar niets vinden dus wel belangrijke wedstrijden. Jongens toch.
Dat de meeste ploegen de Nations League ernstig nemen blijkt uit het niveau van veel wedstrijden. Er waren de voorbije anderhalve week meer heuse toppers te zien dan op het hele WK met zijn 104 matchen. ‘Ik kijk alvast uit naar de match in Rijeka’, schreef Northcroft de dag voor Kroatië-Engeland. ‘Heel anders dan naar een EK- of WK-kwalificatiewedstrijd tegen Andorra of San Marino.’ Wie niet?
Oliedom
De Nations League werd pas in 2018 ingevoerd en mag een bliksemsucces worden genoemd. Klopp noemde het toen ‘de meest zinloze competitie in de voetbalwereld’ en lijkt daar nog even aan vast te houden, vandaar zijn keuze voor een selectie met zo’n veertigtal spelers. ‘In 2019 bij de eerste eindronde in Portugal proefde je al het potentiële belang van deze nieuwe competitie’, aldus The Times. Portugal, dat de eindfase organiseerde, deed er werkelijk alles om te winnen … en won ook.
De editie 2020-2021 werd verknald door covid, maar de volgende jaargang zette de potentie van het nieuwe opzet weer in de verf. Sindsdien zijn steeds meer mensen overtuigd geraakt van de mogelijkheden van het format. Een groep met alleen maar evenwaardige teams, zonder kanonnenvoer. Wat een verschil met bijvoorbeeld een WK-kwalificatietoernooi met Wales, Kazachstan, Noord-Macedonië en Liechtenstein (de Belgische groep voor het WK 2026) en zelfs met een groep op het WK (Nieuw-Zeeland, Egypte, Iran). Je moet echt oliedom zijn om het verschil niet te merken.
Belofte
‘The Nations League had delivered on its promise to ‘’improve the standard and quality of international football’’. ‘De Nations League heeft zijn belofte waargemaakt om de standaard en de kwaliteit van het interlandvoetbal te verbeteren’, aldus The Times. Een belofte uit 2014, toen het Uefa-congres in Kazachstan het nieuwe opzet goedkeurde.
Het succes van de Nations League (meer duels tussen de topploegen) was een van de redenen om het format van de Champions League te veranderen. Confederaties buiten Europa krijgen nu ook hun Nations League. Bij Concacaf (Noord- en Midden-Amerika) is de eerste editie al aan de gang.
Uefa gaat straks de competitie nog bijschaven. In de editie 2028-2029 van de Nations League krijgen we drie afdelingen in plaats van vier, kondigt The Times aan. Elke afdeling zal drie groepen met zes ploegen tellen en elk land zal zes wedstrijden tegen vijf landen spelen, met de garantie dat er twee tegenstanders uit de toplaag bij zitten, twee uit de reeks daar onder en twee tegen ploegen van het derde niveau.
De kwalificatie voor het EK 2032 zal eveneens gelaagd gebeuren, met een League 1 (36 landen) en League 2. Het format zal op de Champions League lijken. Elke ploeg zal zes wedstrijden spelen, waarvan twee tegen toplanden.
Zinloos
Nog even het slot van het stuk in The Times meenemen. ‘Jammergenoeg heeft het interlandvoetbal de voorbije veertig jaar niet altijd voetbal van hoge kwaliteit voortgebracht. Daarom, dank je Nations League. Je zou zin krijgen om op de tribunes te beginnen zingen: ‘Je bent niet zinloos meer …’