Het WK in Montréal kleurde 52 jaar geleden al Belgisch toen Eddy Merckx won. Nu start Remco Evenepoel als grote favoriet. In een land dat zich als wielernatie wil profileren.
De geschiedenis van het wielrennen in Canada is fel verbonden met het wereldkampioenschap dat in 1974 in Montréal werd georganiseerd. Het was de eerste keer dat er buiten Europa voor de regenboogtrui werd gestreden. De renners kregen een pittig parcours voorgeschoteld en het werd dan ook een zware wedstrijd die slechts achttien van de zeventig deelnemers uitreden. Eddy Merckx, nochtans niet als superfavoriet gestart, pakte er zijn derde wereldtitel.
Al in 1899 werden er baanwereldkampioenschappen ingericht in Montréal; in Canada werden aanvankelijk vooral pistiers gevormd. De eerste vedette was een baanrenner: William Peden vestigde in 1932 een record dat nooit meer zal gebroken worden. Hij won in één jaar tien zesdaagsen. Voor de Olympische Spelen van 1976 werd er in Montréal een olympische piste gebouwd.
Stevig klimwerk
Na het WK op de weg zou het 36 jaar duren voor Canada zich met twee wielerwedstrijden op de internationale kaart zette. De GP Québec beet de spits af, twee dagen later gevolgd door de GP van Montréal. Twee steden in het Franstalige gedeelte van Canada. De Fransman Thomas Voeckler en de Nederlander Robert Gesink waren de eerste winnaars. Ofschoon er in Québec op een heuvelachtig parcours wordt gereden, hebben beide wedstrijden een ander profiel en groeide vooral de GP van Montréal uit tot een loodzware beproeving. In iedere ronde moet er 12,3 kilometer worden geklommen; er vallen dubbel zoveel hoogtemeters te overwinnen als in de Ronde van Vlaanderen. Het was geen toeval dat een klimmer als Gesink daarin zijn slag thuishaalde. Toch won de Gelderlander ook in Québec. Net zoals Simon Gerrans, Peter Sagan en Michael Matthews de beide koersen op hun naam schreven.
Stevig klimwerk hoort bij de GP van Montréal. Daarbij speelt vaak de Mont Royal, een midden in de stad liggende 233 meter hoge heuvel, een cruciale rol. Het was daar dat Eddy Merckx in 1974 het WK openbrak. Alleen de op dat moment 38-jarige Raymond Poulidor kon zijn wiel houden, maar maakte in de spurt geen enkele kans.
De traagste sprint
Ook Tadej Pogacar gebruikte op deze klim in 2025 zijn versmachtende versnelling nadat zijn ploeg de wedstrijd had gecontroleerd. Toen de wereldkampioen hoorde dat zijn ploegmaat Brandon McNulty alleen in de achtervolging was, wachtte hij hem op. Vanaf het moment dat de Amerikaan aansloot, was het voor hem een snel uitgemaakte zaak wie er moest winnen. Achteraf zei Pogacar dat hij de traagste sprint uit zijn carrière had gereden. Het deed denken aan het gebaar dat Wout van Aert in 2023 had gedaan toen hij zijn ploegmaat Christophe Laporte in een spurt met twee Gent-Wevelgem liet winnen. Alleen hadden velen daar toen moeite mee. Nu gold het gebaar van Pogacar als een voorbeeld voor de manier waarop je aan de teamgeest werkt.
Op de erelijst van de GP van Montréal staat ook twee keer de naam van Greg Van Avermaet. Net zoals die van Tadej Pogacar. Die had dus al drie keer kunnen winnen. Ook nu, voor het wereldkampioenschap, werd het tweeluik Québec-Montréal gereden, als een soort generale repetitie. Met Remco Evenepoel en Isaac del Toro wonnen twee van de kanshebbers voor het WK. De wedstrijden werden enigszins onthoofd door de afwezigheid van de in de Ronde van Spanje gevallen Tadej Pogacar die ook zijn wereldtitel niet kan verdedigen.
Glinsterende ogen
De omloop van het WK toont veel overeenkomsten met die van de GP Montréal, al moet er iets minder geklommen worden. Er is een lange, vlakke aanloop van 120 kilometer, maar er zijn voldoende stroken om het verschil te maken. De Mont Royal blijft de scherprechter. En de laatste rechte lijn van 560 meter loopt vier procent op. Het is een evolutie die niet tegen te houden valt. Wereldkampioenschappen kunnen de laatste jaren niet zwaar genoeg zijn. Ook in het bruisende en hippe Montréal niet dat dit WK niet toevallig 50 jaar na de Olympische Spelen organiseert.
De kans dat een outsider wereldkampioen wordt, is heel gering. Naast Remco Evenepoel en Isaac del Toro horen ook het Franse supertalent Paul Seixas en de Nederlander Mathieu van der Poel tot de gegadigden. Evenepoel vergelijkt het parcours met Luik-Bastenaken-Luik en de Amstel Gold Race, twee wedstrijden die hij al won. Hij vertelt het met glinsterende ogen. En lijkt zo de druk nog meer bij zichzelf te leggen. Na een vierde opeenvolgende wereldtitel in het tijdrijden zal een dubbel van Evenepoel in dit land voor een grenzeloze euforie zorgen. De schreeuwerige uitspraken zullen de pan uit swingen. Dat enige nuance op zulke momenten ver te zoeken is, hoort kennelijk bij dit tijdsbeeld.
Ongewoon zal het in ieder geval zijn om Tadej Pogacar na twee jaar in de regenboogtrui volgend jaar in een gewone merktrui te zien rijden. Meer nog dan voor Evenepoel was het parcours in Montréal voor de Sloveen op maat geknipt.