vrijdag, augustus 21

In memoriam Frans Verbeeck

Pinterest LinkedIn Tumblr +

De melkboer die altijd tegen zichzelf koerste

 Frans Verbeeck kende een uitzonderlijke, door felle contrasten gekleurde carrière. De voormalige melkboer overleed op 85-jarige leeftijd.

Frans Verbeeck had er nooit enige moeite mee om zich uit te sloven. Hij gleed met de lijfspreuk ‘liever sterven dan opgeven’ door de wielerwereld. Weinig renners waren in staat om zo diep te gaan als Verbeeck. Toen hij na zijn carrière invoerder werd van een Italiaanse firma in sportkledij, tegen het advies van zijn vader in, werkte Verbeeck zestien uur per dag. Zes maanden lang deed hij amper een oog dicht. Met die inzet baande hij zich een weg in de zakelijke wereld. Hij kon niet stilzitten en bracht later met Vermarc een eigen merk op de markt. Die wordt nu geleid door zijn zoon Marc en levert fiets- en sportkledij in tien landen.

Frans Verbeeck leefde niet met het verleden. In de living van zijn woning hangt geen enkele foto uit de tijd van toen. Al diepte hij wel graag herinneringen op uit zijn periode als wielrenner. Frans Verbeeck viel in zijn beginjaren als beroepsrenner amper op. Hij gedroeg zich ook niet echt als een prof, ook al eindigde hij in de Rund um den Henninger Turm in Frankfurt eens tweede achter Jean Stablinski. En werd hij in 1966 in acht ritten in de Ronde van Spanje tweede na Rik Van Looy. Niettemin stopte Verbeeck op het einde van dat jaar omdat hij met een salaris van 5000 Belgische frank (125 euro) de kost niet verdiende en zijn vrouw in wezen voor hem moest werken. Er viel toen in Wilsele een melkronde over te nemen, een ideale kans om een andere toekomst op te bouwen.

Champagne en wijn

Maar Frans Verbeeck, die maar tot zijn vijftiende naar school was geweest, tuimelde in een leegte. Daarom herbegon hij. In combinatie met zijn melkronde en bij het modale Okay Whisky waar hij amper 2500 Belgische frank (62,50 euro) per maand opstreek. Zo kon hij zich herontdekken en vierde hij in 1969 in de Omloop van de Vlaamse Gewesten een eerste grote overwinning sinds zijn comeback. ’s Avonds kwam de sponsor bij hem thuis met champagne en wijn.

Het was voor hem de mooiste zege uit zijn carrière. Frans begon als een waanzinnige te trainen. Na zijn melkronde. Toen Verbeeck in 1970 voor de eerste keer de Omloop Het Volk won, was hij ‘s ochtends om vijf uur opgestaan om aan zijn melkronde te beginnen. Hij laadde zijn auto in en zag dat als een laatste vorm van powertraining. Nadien reed hij in  zijn oude Volkswagen met een broodtrommel naar Gent. Onderweg at hij zijn botenhammen op, een vriend naast hem hield een bakje koffie vast. Het bleek zijn prestatie niet af te remmen. Zijn zege had een bevrijdend effect

Steendood zitten

In tegenstelling tot vroeger vond Frans Verbeeck het nu schitterend om af te zien. Zo verwierf de Brabander, intussen naar Watney overgestapt, een plaatsje onder het kransje der toppers. Hij eindigde in de klassiekers veertig keer binnen de eerste vijf. Van een overwinning kon hij alleen genieten als hij na afloop steendood zat. Verbeeck constateerde dat de aanwezigheid van Eddy Merckx hem naar een hoger niveau tilde. Zijn memorabelste zege pakte Verbeeck in 1973 toen hij in Soumagne op een lastige omloop nationaal kampioen werd. Voor Merckx. Zware wedstrijden waren Verbeeck op het lijf geschreven. Hij won de Waalse Pijl en eindigde vier keer bij de eerste drie in Luik-Bastenaken-Luik.

Met zijn markante gelaatsuitdrukking symboliseerde Verbeeck het afzien op de fiets. Is dat laatste beter gebleken dan in de legendarische Ronde van Vlaanderen van 1975 toen Verbeeck op 100 kilometer van de meet, op de Oude Kwaremont, een nijdige aanval van Eddy Merckx beantwoordde en stierf in zijn wiel? Op vijf kilometer van de meet moest hij lossen. Verbeeck zei na afloop op het televisiepodium dat Merckx vijf kilometer te snel reed, een uitspraak die al vaak vanonder het stof is gehaald. Voor de eerste en enige keer in zijn carrière moest zijn vrouw hem toen met de auto naar huis rijden.

Driftbuien

Verbeeck was een zenuwpees die vloekte en sakkerde en zijn ploegmaats stijf schold en in een koers ooit eens de rode vlag van een hem mateloos irriterende commissaris afpakte en in het veld gooide. Hij had die driftbuien nodig om zich af te reageren. Achteraf bleef er nooit iets hangen. Verbeeck stopte toen hij 36 jaar was. Hij wist altijd dat hij een gebrek aan zuivere klasse door zijn karakter moest compenseren.

Dat deed hij dan ook. Verbeeck kon ook niet genoeg koersen; doseren was niet aan hem besteed. Hij reed zo’n 150 wedstrijden per jaar. Als hij niet in een rittenwedstrijd zat schuimde hij vier kermiskoersen per week af. En altijd probeerde hij om te winnen of zelfs een premie te pakken, steeds weer gaf hij plankgas. Ook en vooral om zichzelf te overtuigen. Voor Verbeeck was iedere koers een gevecht tegen zichzelf

Share.

About Author

Jacques Sys (1950) werd geboren in Keulen en volgt al van in zijn jeugdjaren de Bundesliga op de voet. Hij begon zijn journalistieke carrière in 1974 bij Sport’70. Tussen 1994 en 2022 was hij hoofdredacteur van Sport/Voetbalmagazine. Naast alle grote voetbaltoernooien volgde Jacques Sys ook verschillende keren de Ronde van Frankrijk en alle topklassiekers. Over de wielersport schreef hij onder meer twee monumentale naslagwerken: de top 1000 van de beste Belgische wielrenners en de top 1000 van de beste internationale wielrenners.

Leave A Reply