maandag, augustus 17

EK atletiek: een terugblik

Pinterest LinkedIn Tumblr +

Negentien medailles behaalde gastland Groot-Brittannië, alleen Italië deed verrassend beter. Maar veel Britten zouden een groot deel van dat eremetaal hebben willen ruilen voor één bepaalde gouden medaille die als bij goddelijke wet voor hen bestemd was. Olympisch kampioene Keely Hodgkinson zou, zo verwachtten de Britten, genadeloos afrekenen met brutale uitdaagsters Audrey Werro en Femke Broeders-Bol en de rijke Britse 800 metertraditie, gevestigd door Seb Coe, Steve Cram en Kelly Holmes, voortzetten. Zelfs ernstige bladen meenden bovendien dat het overwicht van Hodgkinson onvermijdelijk zou leiden tot een wereldrecord. Het deed me denken aan de 3000 meter van de Olympische Spelen in 1984 in Los Angeles. Met een Amerikaanse, Mary Decker, in de rol van Hodgkinson en een ingeweken Britse, Zola Budd, als grote rivale. Ook toen ging de gedoodverfde kampioene ten onder, door een domme val nog wel, de overeenkomst mer Birmingham 2026 is frappant. Met één niet onbelangrijk verschil: Budd werd zevende, terwijl Werro, kennelijk weinig gehinderd door haar onzachte contact met het tartan in de halve finales, in de eindstrijd van bij de start wegliep van Hodgkinson en Broeders-Bol.
De sweetheart of the nation verloor en het ruim drieënveertig jaar oude wereldrecord van de Tsjechoslowaak-se Jarmila Kratochvilova kwam niet in gevaar. De vraag is: hoe lang nog? En waarschijnlijk gebeurt dat dan niet in een nieuwe titanenstrijd, maar in een zorgvuldig georganiseerde en geregisseerde wedstrijd, waarin de kandidaat weinig tegenstand hoeft te vrezen, de haas doet wat van haar verlangd wordt en de weergoden geen stokken in de wielen steken. Werro heeft de beste papieren. In drie jaar werd ze bijna 5 seconden sneller en het is redelijk te veronderstellen dat het daar niet zal bij blijven. Bovendien is ze pas 22, 2 jaar jonger dan Hodgkinson en 4 jaar jonger dan Broeders-Bol. De Nederlandse heeft zich in het eerste zomerseizoen sinds haar afscheid van de 400 meter horden beter ontwikkeld dan de meeste kenners verwachtten. Met als bonus bij het Europese brons een evenaring van het Nederlandse record dat op naam staat van Ellen Van Langen sinds die in 1992 in Barcelona olympisch kampioene werd. Goud, in de estafette, brons èn een record voor Broeders-Bool, als symbool van de Oranje-razzia: veertien medailles, tien meer dan België, waaronder vijf gouden.
Comeback
De lang verwachte 800 meter kwam als gelegen. De Europese kampioenschappen begonnen aan bloedarmoede te lijden: weinig spectaculairs, geen opmerkelijke records, en daarnaast halflege tribunes, klachten over dure toegangstickets en over 21 euro voor een broodje. Vooral de sprintnummers vielen tegen. Meer dan één Amerikaanse commentator verbaasde zich over de slappe eindtijden. Vaak hielp de wind niet mee, maar toch. Tja, dit seizoen liepen al dertien Amerikanen minder dan 10 seconden, vijf minder dan 9.90.
In de States en elders in de atletiekwereld werd vooral uitgekeken naar de comeback van Jakob Ingebrigtsen. Zijn laatste wedstrijd dateerde al van september vorig jaar, toen hij na ongemakken van diverse aard op de 5000 meter van de wereldkampioenschappen in Tokio in de achterhoede belandde. Pech bleef hem achtervolgen. Zou hij weer de oude zou worden (al klinkt dat raar, de Noor met de uitpuilende prijzenkast is pas vijfentwintig)? Ingebrigtsen zelf liet al die tijd de buitenwereld in het ongewisse. Tot in het laatste rechte stuk van de 5000 meter in Birmingham. Het gemak waarmee hij in zijn gloriejaren op een kilometer van de finish naar de leiding oprukte en die niet meer afstond, bleef weliswaar nog achterwege, maar het tegendeel zou overmoedig zijn geweest.
Ook Gianmarco Tamberi, de Italiaanse hoogspringer met Romeinse allures, belandde na zijn olympische titel in 2021 in het sukkelstraatje. En ook hij viel hij vorig jaar in Tokio hopeloos door de mand. 2026 zou het beruchte seizoen te veel worden, besefte hij dat zelf niet? In Birmingham wipte Tamberi, 34 inmiddels, over 2,32 meter, 9 centime-ter meer dan zijn seizoensrecord. Topfavoriet Ole Doroschtschuk, uit Oekraïne, snapte er niets van. Na een moment van reflectie trakteerde Tamberi als naar gewoonte vriend en tegenstander op een uitbundig feestje. Ik geloof dat het telkens recht uit het hart komt. Dat gevoel heb ik ook bij Mondo Duplantis. Het is de vierde Europese titel van Tamberi, tien jaar na zijn eerste succes.

Ook 400 meter hordenloper Karsten Warholm stond voor de vierde maal op de hoogste trap van het podium, acht jaar na zijn eerste zege. Tamberi was niet de enige Italiaan die ophef maakte. Hinkstapspringer Andy Diaz Hernandez, drie jaren geleden gevlucht uit Cuba, landde bij na 18,15 meter, slechts 14 centimeter minder dan het 31 jaar oude wereldrecord van de Britse domineeszoon Jonathan Edwards die weigerde op zondag te sporten tot hij zo ongeveer de wereldtop bereikte en gelijk van zijn geloof viel. Diaz Hernandez profiteerde van een rugwind van meer dan 2 meter per seconde, maar wat dan nog?
De Italiaan deelde zaterdagavond de honneurs met 10.000 meterloper Andreas Almgren. Na een belachelijk trage eerste kilometer kon deze Zweed het niet meer aanzien en startte hij een offensief dat het hele veld, inclusief de Franse wereldkampioen Jimmy Gressier, naar adem deed happen. Binnen de kortste keren liep Almgren alleen. De ene ronde van minder dan 64 seconden volgde op de andere, met een 61.11 als superieur bewijs van zijn tempo-vastheid. In allesbehalve optimale omstandigheden nota bene. Hij finishte in 27.23.44, na een tweede wedstrijdhelft in 13.17. 77. De 30 jarige Almgren, vorig jaar derde op de wereldkampioenschappen in Tokio, staat bekend om zijn enorme gedrevenheid en slopende trainingen, meestal op de Oost-Afrikaanse hoogvlakten.
Vrouwen overtreffen mannen
Een van de slachtoffers van Almgren was Isaac Kimeli. De vice-wereldkampioen op de 5000 meter stapte voortijdig uit de baan. Enkele dagen eerder was hij ook op zijn favoriete afstand ten onder gegaan. Een aantal Belgische kanshebbers en boegbeelden, van Eliott Crestan tot Noor Vidts, waren al geblesseerd uitgevallen of niet helemaal fit. De stemming in het Belgische kamp sloeg om toen twee oudgedienden, de ene nog onbekender dan de andere, een medaille in de wacht sleepten. Zowel sprintster Delphine Nkansa als hinkstapspringster Saliyya Guisse was na een paniekerige inhaalbeweging van de bond in extremis aan de ploeg toegevoegd. Sommigen grijpen hun onverwacht succes aan om te pleiten voor een blijvende milde selectiepolitiek. Te gek voor woorden. Tegenover twee meevallers staan een paar dozijn atleten die niets klaarmaakten. Hoe dan ook, willen de bondsleiders voortaan eindelijk een beetje ruggengraat vertonen en hun eigen regels naleven?
Ster van de Belgische ploeg in Birmingham was Jana Van Lent. Ze liep een perfecte 10.000 meter, vol zelfvertrouwen, tactisch sterk ook: altijd alert, op het juiste moment aanvallend om minstens één mede-koploopster kwijt te spelen. Ook Chloé Herbiet en Lisa Rooms deden het niet onaardig. Kortom, het Belgische afstandslopen bij de vrouwen zit in de lift, terwijl de beste halve fond- en fondlopers in Birmingham als op afspraak collectief de mist in gingen; nog niet zo lang geleden was het net andersom.
Niet alleen de drie medaillewinnaressen lieten zich gelden, ook onder anderen Paulien Couckuyt, Helena Ponette en Elien Vekemans kwamen goed voor de dag. De mannen moet niet wanhopen. Want laat net nu een kwartet onder impuls van Simon Verherstraeten de eer van de Belgische mannenspurt hebben gered door in Birmingham het brons te veroveren.

Tot slot: Saliyya Guisse zorgde voor een bijzonder aangename verrassing en dat is haar van harte gegund, driewerf bravo, maar 14,46 meter is, nog afgezien van de 2,4 meter per seconde rugwind, goed voor de 122 ste plaats op de ranglijst aller tijden. En dus verre van ‘fenomenaal’. Kimeli was vorig jaar in Tokio ‘waanzin’, iedereen weet hoe het hem inmiddels is vergaan.

Share.

About Author

Leave A Reply