Vroeger, laat ons zeggen in de vorige eeuw, werd een bondscoach beschouwd als de beste trainer van het land en dat werd ook vertaald in zijn salaris. Het loon van bondscoaches en hun aanzien is echter behoorlijk gedaald. De bestbetaalde coach op dit WK is, volgens een Spaanse site, Carlos Ancelotti bij Brazilië met 10 miljoen euro. Hij moet de Goddelijke Kanaries na 24 jaar opnieuw aan de wereldtitel helpen. Als dat zou slagen is hij de eerste coach die het allerhoogste wint op clubniveau en met een landenteam.
Tweede beste verdiener is, volgens een Spaanse site, Julian Nagelsmann bij Duitsland met 7 miljoen euro. Mauricio Pochetinno, de coach van de VS, moet leren leven met 6 miljoen. Vierde is Thomas Tuchel bij Engeland met 5,8 miljoen. Vijfde Roberto Martinez met 4 miljoen bij Portugal. Hij verdubbelde dus zijn Belgisch loon, waarvoor hij naast bondscoach ook als technisch directeur moest fungeren.
Fabio Cannavaro strijkt bij het bescheiden voetballand Oezbekistan ook 4 miljoen euro op. Didier Deschamps (Frankrijk) is pas zevende met 3,8 miljoen. Ronald Koeman verdienstelijk achtste met 3,4 miljoen. Zeist zit dus goed bij kas, maar onze Henk Mees vermoedt dat het in werkelijkheid minder is. Marcelo Bielsa (Uruguay) krijgt 3 miljoen. Javier Aguirre (Mexico 2,5 miljoen) sluit de top-10 af met 2,5 miljoen. Dat bedrag staat ook op het loonstrookje van Gustavo Alfaro (Paraguay) en Jesse March (Canada).
Julien Lopetegui strijkt 2,4 miljoen op bij Qatar. Lionel Scaloni (Argentinië) is met 2,3 miljoen een kleine jongen vergeleken met zijn sterspeler Messi. Luis de la Fuente (Spanje) is 15de in de ranglijst met 2 miljoen euro en dat is niet overdreven – in vergelijking met de anderen – voor een coach die La Roja twee jaar terug naar de Europese titel leidde.
Rudi Garcia moet het rooien met een bedrag rond 1 miljoen euro en is daarmee een van de bondscoaches die het minst verdient. Cynici zullen zeggen dat dit al veel te veel is.