maandag, april 20

Straatvoetbal: Cody Gakpo

Pinterest LinkedIn Tumblr +
Voor Cody Gakpo was er maar één sport, en dat was voetbal. Hij perfectioneerde zijn trap eindeloos samen met zijn oudere broer in hun achtertuin, waarbij het tuinhuisje dienst deed als doel. Samen met hun jongere broer groeiden ze op in Stratum, een middenklassewijk in Eindhoven. Als zesjarige speelde Cody op een pleintje voetbal met de twaalfjarige vrienden van zijn oudere broer. ¨Naast ons huis zat een dokterspraktijk, met een klein grasveldje in de tuin. Sidney speelde daar altijd voetbal met zijn vrienden. Ik wilde meedoen, maar zij vonden me eerst te jong. Later mocht het toch. Ik werd steeds handiger met de bal en pikte dingen snel op. Elk trucje dat je op YouTube zag – nou ja, toen nog op tv – probeerde je op straat na te doen.¨
Zelfs binnen professionele kringen werden Cody´s kwaliteiten als voetbalspeler al vroeg herkend. Volgens Bas Mommers, destijds hoofd opleiding bij FC Eindhoven AV, was zijn talent zelfs op die leeftijd al overduidelijk: hij kon met beide benen schieten en had een opvallend goede coördinatie. ´Zijn oudere broer Sidney was al door ons gescout en kwam bij ons trainen. Zijn ouders waren erbij, en de jonge Cody ook – hij was toen twee jaar. Hij was al een bal tegen de muur aan het trappen. Met zowel links als rechts. Ik zei tegen zijn vader: ¨Die kleine mag ook wel komen.¨
 
Op basisschool De Klimboom in Stratum was hij een voorbeeldige leerling – leergierig, sociaal, maar altijd met een bal in de buurt.
Een jeugdtrainer: ¨Hij voetbalde toen al veel op straat. De omstandigheden op straat en in zijn omgeving zorgden ervoor dat hij voor zichzelf opkwam als hij vond dat dat moest.¨
 
In zijn tienerjaren was Gakpo bijna dagelijks te vinden op het Arnaudinaplein, aan de zuidoostelijke rand van Stratum. ¨Ik heb daar veel gevoetbald. Er ligt een Cruyff Court waar je altijd terechtkunt. We speelden vaak partijtjes van drie tegen drie of vier tegen vier.Wat ik daar het meest heb geleerd? Mijn techniek – maar vooral de wil om te winnen. Ik voetbalde ook met mijn oudste broer, na school en na mijn training, op de velden van zijn club RPC of bij de amateurs van Eindhoven.¨ 
 
¨Toen ik veertien was gingen we vaak voetballen op het Edison-pleintje in Woensel-West. Daar waren veel meer kinderen, veel meer jongens om tegen te spelen. Vaak speelden we vijf tegen vijf, en teams moesten wachten omdat er zoveel mensen waren. Tijdens de ramadan was het er superdruk – nog leuker dan op een doorsnee woensdag of zaterdag. Op sociale media werd dan gepost: kom op dit tijdstip. Zo maakten we van tevoren al teams. We voetbalden meestal van drie tot negen uur. We maakten best veel lawaai, maar we probeerden wel rekening te houden met de buurtbewoners. Het team dat als eerste drie keer scoorde, moest naar de kant. Als het echt druk was, wisselden we al zodra een team twee keer had gescoord. Dan moest je echt elke seconde scherp zijn, anders stond je een half uur aan de zijkant te wachten. We voetbalden voor de lol, maar soms ook om geld. Dan werd het serieus. De laatste keer dat ik daar was, was tijdens de coronaperiode. Omdat we niet mochten trainen bij de club, moesten we op zoek naar een andere plek. Ik wilde mijn conditie en balgevoel op peil houden. Zijn er andere jongens van het pleintje in het profvoetbal beland? Nee, ik ben de enige. De meesten voetballen niet eens meer bij een club, ze hebben andere keuzes gemaakt. Ik spreek ze buiten het veld nog weleens.¨
 
¨Mijn vader was zelf een nummer 10 en speelde op het hoogste niveau in Togo.* We spelen nog steeds samen – gewoon thuis, op het veldje. Dan bespreken we situaties uit de wedstrijden en spelen die soms na.  Ik oefen met mijn vader vooral op afwerken op doel. Hij blijft erop hameren dat ik laag moet schieten, in de hoek.¨
 
¨Ik kijk de wedstrijden van het national elftal met mijn vader. Hij heeft verschillende shirts van het nationale team, maar draagt ze niet tijdens de wedstrijden. Zelf droeg ik als kind vaak een van zijn shirts als ik op het pleintje in de buurt aan het voetballen was.¨´
* Johnny Gakpo was een technisch vaardige aanvaller die uitkwam voor les Éperviers (de Sperwers), het nationale elftal van Togo. De naam Gakpo betekent in het Togolees zoiets als ¨krachtig´ of ´sterk´. 
 
Bron: Maarten Meijer, Gakpo – De biografie, 2026, blz. 12-13, 15, 16, 23-24, 30, 31, 61, 66
Rob Siekmann
Share.

About Author

Rob Siekmann is van jongs af aan een groot voetballiefhebber. Hij speelde vijftig jaar amateurvoetbal. Tegenwoordig doet hij als veteraan met veel enthousiasme aan road running. Hij is supporter van 'good old' Sparta Rotterdam. Van hem verscheen in 1978 het eerste Nederlandse Voetbalwoordenboek (met een Voorwoord van Jan Mulder), twee jaar later gevolgd door Moderne voetbaltheorie. Recentelijk publiceerde hij boeken over de Voetbalspelregels (met een Voorwoord van Marco van Basten), totaalvoetbal en het monumentale CRUIJFFIAANS, dat genomineerd werd voor de Taalboekenprijs 2020. Willems Uitgevers deed in 2023 Het straatvoetbalboek het licht zien. Met Chris Willemsen verscheen ´Louis & Johan: een dubbelportret in citaten´. De nieuwste loot aan de stam is ´Straatvoetbal wereldwijd - Van Alemão tot Zidane: quotes en anekdotes´, uitgegeven door Best in Books. Rob Siekmann studeerde Slavische talen en rechten in Leiden. Hij is gepromoveerd op een proefschrift over de vredesoperaties van de Verenigde Naties. Siekmann was hoogleraar internationaal en Europees sportrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij is de oprichter en eerste directeur van het ASSER International Sports Law Centre in Den Haag.

Leave A Reply