donderdag, april 9

Parijs-Roubaix: terug naar de prehistorie

Pinterest LinkedIn Tumblr +

In geen enkele eendagswedstrijd zie je de rauwheid van de wielersport zo als in Parijs-Roubaix.

Drie wedstrijden, drie overwinningen: Tadej Pogacar domineert dit wielerjaar. Afgelopen zondag hoefde hij in de Ronde van Vlaanderen niet eens te demarreren. Hij reed op een gegeven moment zo hard dat Mathieu van der Poel gewoon niet kon volgen. Lukt dat zondag in Parijs-Roubaix weer? De stuurvaardige Van der Poel is een kasseispecialist. Als hij in een klassieker de wereldkampioen kan kloppen, dan is het in Parijs-Roubaix. Niet toevallig won hij de wedstrijd de afgelopen drie jaar.

Parijs-Roubaix blijft een Helletocht. Na een reeks kasseistroken begint het pas echt goed in het roemruchte Bos van Wallers-Arenberg, op 100 kilometer van de finish. Het is de meest iconische strook in de geschiedenis van het wielrennen. En het past perfect in het aparte karakter van deze wedstrijd. Het gevecht voor de beste plaatsen begint een kilometer voor de renners het Bos induiken. Je voelt op dat moment de angst in het peloton. De renners, die tot dan langs tientallen mijnwerkershuisjes hebben gefietst, plakken als het ware op elkaar, er is geen ruimte, geen bewegingsvrijheid, ook al niet door de dranghekken die de enthousiaste menigte van de kasseien moet houden. Er wordt getrokken en gewrongen, er woedt een kleine oorlog.

Het Bos van Wallers is een overlevingsgevecht, ook al wordt de koers er zelden in een beslissende vorm gegoten. De favorieten groeperen zich vooraan, dat vraagt de nodige ervaring en behendigheid. Veel renners zochten naar middelen om de kasseien op de best mogelijke manier te verteren. Zo onthulde Tom Boonen na zijn carrière dat hij thuis altijd een kapotte tuinslang had liggen die hij voor Parijs-Roubaix stuk sneed. Hij nam die dan altijd mee naar de wedstrijd en plakte de tuinslang aan de binnenkant van zijn stuur. Maar alles heeft met ervaring te maken. De drievoudige winnaar Fabian Cancellara reed bij zijn eerste deelname zo traag dat de mensen die naast hem wandelden sneller gingen. Maar het was het Bos van Wallers dat later richting gaf aan zijn carrière. Het gaat er vooral om geconcentreerd te blijven om de putten en de schokken zoveel mogelijk te ontwijken.

GODSLASTERING

Veel beslissender dan het Bos van Wallers is een andere mythische strook, Carrefour de l’Arbre. Vanwege de slechte stenen, de scherpe bochten en de ligging, op zestien kilometer van de streep. Voor de renners is het op dat moment alsof er over het dokkeren van de stenen geen einde komt. Inspanningen wegen steeds meer door, renners worden gelost en tot achterhoedegevechten veroordeeld. Ook daar kijk ja als toeschouwer naar de ziel van Parijs-Roubaix, naar uitgeputte renners, vaak met stof in de ogen. Het zijn schimmen op een fiets.

Het einde komt dan in zicht, de grauwe woonkazernes van Roubaix vormen een laatste erehaag. Dan bereik je de vervallen piste die alls waar je pas goed merkt dat je met Parijs-Roubaix teruggaat naar de prehistorie. De kleedkamers liggen in een sobere ruimte, de betonnen kleedhokjes hebben geen deur. Wie daar toeft, hoort het gevloek en het gekerm van de renners die zweren nooit meer naar deze wedstrijd terug te keren, maar het jaar daarop toch weer aan de start staan.

Los van de wielerwedstrijd gaat de piste van Roubaix maar één keer per jaar open. Op 14 juli, de Franse nationale feestdag. Dan wordt er daar een concert gegeven en vuurwerk afgestoken. Op de wielerbaan van Roubaix worden dromen verbrijzeld en carrières naar een absolute climax gevoerd. De piste is niet weg te denken bij het eindpunt van dit monument. Tussen 1986 en 1988 lag de aankomst voor de fabrieken van La Redoute, een van de hoofdsponsors, en sprak Jean-Mare Leblanc, destijds journalist bij de sportkrant L’Equipe, van Godslastering. Toen Leblanc later directeur werd van de Societé du Tour de France, die ook Parijs-Roubaix organiseert, besloot hij meteen de piste als aankomstplaats in ere te herstellen.

NOSTALGISCH GEVOEL

Parijs-Roubaix is een onwezenlijke wedstrijd, 250 kilometer lang, waarvan 54 kilometer op bonkige kasseien. In een tijd dat organisatoren wel eens aan hun omloop willen sleutelen, gebeurt dat bij Parijs-Roubaix amper. Ook aan de vooroorlogse douches wordt niet geraakt. En renners hebben er kennelijk geen problemen mee. Zo gingen de nummers één en twee van vorig jaar, Mathieu van der Poel en Tadej Pogacar, zich daar omkleden, terwijl ze zich in veel meer comfortabele omstandigheden zouden kunnen wassen in de bus van de ploeg. Ze prefereren een nostalgisch gevoel boven de luxe van een ploegbus..

Het zal zondag niet anders zijn. Na een koers van geluk en rampspoed, van dolle vreugde en dodelijke depressiviteit. Nog meer dan de Ronde van Vlaanderen is Parijs-Roubaix een koers vol heroïek en dramatiek. Of, zoals de vroegere Tourbaas Jacques Goddet het verwoordde: ‘De laatste schakel met een traditie waaraan de wielersport haar grootheid dankt.’

Share.

About Author

Jacques Sys (1950) werd geboren in Keulen en volgt al van in zijn jeugdjaren de Bundesliga op de voet. Hij begon zijn journalistieke carrière in 1974 bij Sport’70. Tussen 1994 en 2022 was hij hoofdredacteur van Sport/Voetbalmagazine. Naast alle grote voetbaltoernooien volgde Jacques Sys ook verschillende keren de Ronde van Frankrijk en alle topklassiekers. Over de wielersport schreef hij onder meer twee monumentale naslagwerken: de top 1000 van de beste Belgische wielrenners en de top 1000 van de beste internationale wielrenners.

Leave A Reply