Arthur Rimbaud was een Franse dichter, vertegenwoordiger van het symbolisme en decadentisme en een van de grote vernieuwers van de dichtkunst. Maarten Spanjer in zijn voetbalverhalenbundel ´Toen Godenzonen niet bestonden` (2021): ´Jan Wolkers noemde Piet Keizer de ¨Rimbaud van het voetbalveld¨. Keizer is dan ook de enige voetballer aan wie een dichtbundel is gewijd.´ ´Op schrift heeft Wolkers hem de Arthur Rimbaud van de voetbalvelden genoemd. Net zo grillig als de Franse dichter, net zo abrupt heeft hij een einde gemaakt aan zijn loopbaan.´, aldus Bart Jungmann en Jaap Visser in hun Keizer-biografie (2019)
´Elf gedichten voor Piet Keizer´ werd in 1973, als hommage aan Piet Keizer, samengesteld door Theun de Winter. Het laatste gedicht in de bundel is van de hand van Jan Wolkers. De aanhef van het gedicht van Nico Scheepmaker luidt: ´Piet Keizer is sinds lang een synoniem voor genialiteit en balverlies…´
Je zou kunnen zeggen dat de ´Rimbaud van de voetbalvelden´ een geheel eigen, ´persoonlijke´ benaming van Wolkers voor Keizer was. Keizer heeft opvallend genoeg nooit een echte bijnaam toebedeeld gekregen. Piet Keizer was Piet Keizer.
Onno Blom is de biograaf van Jan Wolkers. Hij promoveerde in Leiden op een proefschrift dat tevens diens biografie is. In oktober 2022 was hij gastspreker bij voetbalclub ASC in Oegstgeest. Dat was in het kader van de Jan Wolkers-maand met het motto ‘Terug naar Oegstgeest’. Dr. Blom presenteerde bij die gelegenheid een boekje dat hij over Jan Wolkers & voetbal had geschreven, met de titel: ‘Genialiteit staat nooit buitenspel’. Dat is een uitspraak van Wolkers toen hij op tv zag hoe Piet Keizer werd afgefloten voor offside. ´Meer dan Sjaak Swart en zelfs meer dan Johan Cruijff beschouwde Jan Wolkers Piet Keizer als de ziel van Ajax. Keizer was zijn held. Nummer 11. De virtuoze linksbuiten. Het nurkse, grillige genie met de gracieuze bewegingen. De schaar van Keizer (…) was elegant, prachtig om naar te kijken. Onnavolgbaar. Hij kon een man passeren alsof hij er niet stond.´, aldus Onno Blom.
Jan Wolkers was een groot voetballiefhebber, maar hij kwam uit een streng gereformeerd gezin. Zijn vader had hem verboden om op straat te voetballen. Maar hij deed het toch. Hij mocht zelfs niet gaan kijken naar de thuiswedstrijden van ASC. Met een vriendje kroop hij door een gat in de omheining om er toch bij te kunnen zijn. ASC staat overigens voor Ajax Sportman Combinatie en wordt in Leiden en omstreken ook wel ‘het kleine Ajax’ genoemd. ASC behoort tot de elite van honderdjarige voetbalclubs in Nederland, die een eigen veteranencompetitie hebben waaraan o.a. ook het ´grote´Ajax met een amateurteam deelneemt.
Wolkers was zelf zeer te spreken over zijn eigen voetbalcapaciteiten en ook zijn hardlooptalent. Ik heb Wolkers zelf eenmaal in levenden lijve gezien. Dat was in Amstelveen in het Cobra Museum voor Moderne Kunst. Hij was daar toen vanwege een tentoonstelling over zijn schilderwerk en liep de filmzaal van het museum in waar op dat moment een documentaire over hem werd gedraaid. Hij bleef staan, keek even naar het scherm en zei tegen de mensen in de zaal: ‘Je moet niet alles geloven wat ze zeggen.’ Wolkers schepte graag een beetje op, maar deed dat met humor. Hij kon zichzelf ook heel goed relativeren.
Aan ´Literatuur met een doel – Schrijvers over voetbal´ (de catalogus bij de gelijknamige tentoonstelling in het Letterkundig Museum in Den Haag in 2000) ontlenen we de volgende historie. Tijdens een weekend in december 1951 nam een team van poëziereeks De Windroos het bij kasteel Oud-Poelgeest in Oegstgeest op tegen schrijvers die waren betrokken bij het literaire tijdschrift Podium. Net als andere Vijftigers zoals Paul Rodenko en Bert Schierbeek, die later over Piet Keizer zou dichten, kreeg Simon Vinkenoog een basisplaats toebedeeld. Wie ook aantrad in de Podium-wedstrijd was Remco Campert, een andere dichter van naam en faam in de ´Gedichten voor Piet Keizer´, en Vijftiger van het eerste uur. Het werd een spannende wedstrijd. De Windroos nam een voorsprong van 2-1 en de kaarten leken geschud. Maar toen W.F. Hermans, uitgerust met een hoorn, voor het laatst blies, was de stand 3-2 voor Podium. Twee doelpunten van invaller Harry Mulisch hadden De Windroos alsnog de das omgedaan!
Rob Siekmann