In ´Bloed aan de paal – Voetbalverhalen´ (2004) noemt Tomas Ross Wim Landman ´De Man zonder Ringvinger´, ´die hij aan een hek van Houtrust liet hangen´. In zijn door Jan D. Swart geschreven biografie (2015) lezen we dat Landman op 14 augustus 1957 na de oefenwedstrijd SHS-ADO op weg naar zijn auto over een te snel gesloten hek was geklommen om Houtrust te verlaten. Hij wil zijn teamgenoot Wout Zuidgeest naar huis brengen, maar bij de afsprong blijft zijn rechterringvinger achter zijn trouwring aan het gaas haken. Later op de avond wordt die vinger in het Westeinde Ziekenhuis in Den Haag geamputeerd. In de Haagsche Courant verklaart hij die ingreep als een persoonlijk besluit. Een natuurlijke genezing zou een blijvende stijfheid hebben veroorzaakt en het einde van zijn keepersloopbaan hebben betekend.
Altijd is maar blindelings aangenomen dat Wim Landman als eerste Nederlandse profvoetballer was omgekocht. Bijzonder zwakke optredens in wedstrijden van SHS tegen NAC en BVV leidden tot geruchten dat Landman zich had laten omkopen. In het geval van de wedstrijd tegen BVV op 27 mei 1956 is dat heel lang voor waarheid aangenomen, omdat de KNVB hem in 1959 anderhalf jaar schorste. Maar intussen blijkt omkoping niet te zijn bewezen, zo valt ook te concluderen uit zijn biografie, die als ondertitel draagt ´Het drama – Oranje doelman slachtoffer van matchfixing´. Op 1 januari 1961 maakte Landsman – na zijn schorsing te hebben uitgezeten – zijn rentree voor SHS. Inmiddels had hij, nadat hij met zijn hand achter het hek was blijven hangen, nog maar negen vingers. Na het seizoen 1961-1962 beëindigde hij zijn voetballoopbaan. In 1979 pleegde hij zelfmoord door in Bleiswijk voor een trein te springen.
Ik herinner me Wim Landman, een fantastische keeper, nog goed van toen ik in mijn jeugd de thuiswedstrijden van Holland Sport (later: Scheveningen Holland Sport/SHS) bezocht. Houtrust, de thuishaven van amateurclub HBS waar het Nederlands Elftal in 1913 Engeland had verslagen door doelpunten van het ´Sparta-kanon´ Huug de Groot, was in die jaren altijd uitverkocht. Er heerste een geweldige ambiance. Holland Sport kon bij tijd en wijle zeer verrassend voor de dag komen tegen sterker geachte tegenstanders. Je kon toen in Den Haag elke week betaald voetbal zien, de ene keer op Houtrust en dan weer bij ADO in het Zuiderpark. Het was de tijd van Bertus de Harder, de ´Goddelijke Kale´, en Mick Clavan. De omkoopaffaire staat me ook nog helder voor de geest. Die sprak enorm tot de verbeelding in die tijd. Je kon gewoon niet geloven dat Landman zich daar werkelijk aan bezondigd zou hebben. Maar mijn broer vertelde me zojuist dat hij destijds had gezien hoe Landman in een wedstrijd de bal had uitgetrapt, zich had omgedraaid en met zijn rug naar de bal was teruggelopen in de richting van zijn doel. De bal werd vervolgens door de tegenpartij met een boog over hem heen geschoten in een leeg doel.
Rob Siekmann