´Aan Johan Cruijff is heel het moderne voetbal schatplichtig. In de loop van de eeuwen werd Jezus Christus het brandpunt van een religie die de wereld zo ingrijpend heeft veranderd dat we worstelen met de vraag hoe onze geschiedenis en cultuur er zonder hem zouden hebben uitgezien. Cruijff had slechts enkele tientallen jaren nodig om zijn rijk te veranderen. In het voetbal hebben we een v.C. (vóór Cruijff) en de periode erna, omdat de meeste topteams (en veel teams op een lager niveau) het spel nu spelen op een wijze die dor hem is beïnvloed. Bij gebrek aan een beter woord noem ik dit ¨cruijffdom¨, hoewel totaalvoetbal, Nederlandse School, tiki-taka, Wengerball, Danish Dynamite, gegenpressing en andere namen ook zouden passen, want allemaal zijn het variaties op een thema. (1)
Het vroege christendom leidde tot tal van tegenstrijdige interpretaties en rituele praktijken. aanhangers van het nieuwe voetbalgeloof benadrukken de verschillende aspecten van Cruijffs leer. Zijn succesvolste discipel, Pep Guardiola, legt de nadruk op het beheersen van de ruimte en het domineren van de bal. Anderen vinden juist Cruijffs ideeën over vrijheid en creativiteit belangrijker. Wat is de meest authentieke erfenis? Het is een discussie die gevoerd blijft worden.
(1) We zouden het snelle, beweeglijke positiespel dat in de jaren zeventig door Valerij Lobanovskyj bij Dynamo Kiev werd ontwikkeld een verwante beweging kunnen noemen, zij het dat de herkomst verschilt.´
Bron: David Winner, ´Waarschijnlijk onsterfelijk – Hoe de leer van Cruijff zich als een religie over de wereld verspreidde´, 2026, blz. 7
In dit boek trekt de auteur* paralellen tussen de evolutie van het moderne cruijffdom en het eeuwenoude christendom. Waarom zou je het verhaal van de verspreiding van het cruijffdom niet combineren met het verhaal van de verspreiding van het christendom, zo vraagt hij zich in de Inleiding af. Cruijffdom is als term de taalkundige tegenhanger van christendom. Het wordt met een kleine letter geschreven, want het gaat om het veralgemeniseerde voetbaltechnische gedachtengoed van Cruijff. Zoals er ook een verschil is tussen Cruijffiaans (het taalgebruik en de uitspraken van Cruijff zelf) en cruijffiaans dat in de Grote Van Dale als volgt omschreven wordt: ´raadselachtige, diepznnig aandoende uitspraken die niet altijd de regels van de logica lijken te volgen´. Cruijffiaans met een hoofdletter is een taal die je niet kunt leren spreken, want alleen Cruijff beheerste die taal. Je kunt je soms wel – tot je eigen verwondering – op z´n cruijffiaans uitdrukken.
Wat Lobanovski betreft, zien we het verschijnsel dat dezelfde soort baanbrekende innovatie ongeveer tegelijkertijd plaatsvindt op verschillende plaatsen in de wereld. In interviews verwees hij naar het Nederlandse totaalvoetbal uit 1974 als inspiratiebron. Dat duidt niet alleen op een zekere verwantschap, maar ook op een mate van beïnvloeding. Ik heb Lobanovski (´robotvoetbal´) dan ook in mijn boek ´De Hollandse School van het totaalvoetbal – Historie en analyse: een literatuurstudie´ (2021) opgenomen – naast Cruijff, Michels, Sacchi, Van Gaal, Guardiola en Klopp. Arsène Wenger ontbreekt daarin: uit zijn biografie ´Mijn verhaal´ (2020) viel geen samenhangende voetbalvisie af te leiden. Uit de biografie van Dennis Bergkamp (door Jaap Visser en David Winner; 2013) blijkt echter wel degelijk dat Wengers uitganspunt altijd totaalvoetbal was. Maar wat de specifieke onderscheidende kenmerken van ´Wengerball´ zijn, is mij niet duidelijk geworden uit de Nederlandstalige literatuur.
De voetbalvisie van Cruijff heb ik in het voormelde ´Totaalvoetbalboek´ op basis van zijn uitspraken kunnen analyseren en reconstrueren tot een samenhangend geheel onder de noemer ´Dominantie en georganiserde chaos´.
* Eerdere publicaties: ´Briljant Oranje – Het genie van het Nederlandse voetbal´ (2001, 2006), ´Het land van Oranje – Kunst, kracht en kwetsbaarheid van het Nederlandse voetbal´ (2001), ´Zwaar leer – Van echte kerels op Engelse velden´ (2005)
Cruijff en Calvijn
´De ruimte ontbreekt hier om elk mogelijk verband (of niet-verband) te verkennen tussen Cruijff en het cruijffdom, en Calvijn, calvinisme, neocalvinisme of de vele scheuten ervan. Maar een paar voor de hand liggende relaties komen wel bij me op. Totaliteit bijvoorbeeld. Cruijff predikte totaalvoetbal; Calvijn geloofde in de totale verdorvenheid. Dit is de idee dat, als gevolg van de ongelukkige kwestie met de appel in de Hof van Eden, alle mensen aan de zonde waren onderworpen. Kijk ook naar deze beschrijving van Calvijn; ¨(Hij) geloofde dat hij gelijk had en wellicht ook onfeilbaar was in zaken met betrekking tot doctrine.¨ Doet je dat aan iemand denken? Beide C´s zagen zichzelf als leraren en profeten met een nieuwe aanpak, die vanzelfsprekend moreel superieur was aan de eerdere. Beiden werden verbannen uit de steden of uit organisaties die ze als hun huis beschouwden, en beiden werden later op diezelfde plekken gerehabiliteerd en vereerd. (1) Allebei richtten ze onderwijsinstellingen op of gaven er een nieuwe inhoud aan om hun visie te verspreiden. Cruijff reorganiseerde Ajax´ jeugdopleiding in Amsterdam en later La Masia in Barcelona, terwijl Calvijn zijn academie in Genève stichtte. (2) Geen van beiden had erg veel op met afwijkende meningen. Cruijffs methode om rivalen te bestrijden door, bijvoorbeeld in een door een ghostwriter geschreven Telegraaf-column, te hameren op de pedagogische superioriteit van 4-3-3, lijkt een beschavingsvoordeel in vergelijking met de veroordeling tot de brandstapel van een dissident wegens ketterij.
(1) Calvijn werd in 1538 uit Genève verbannen nadat hij bij de autoriteiten in ongenade was gevallen. Cruijff vertrok beledigd bij Ajax of werd er gedwongen te vertrekken, in 1973, 1983 en 2012. En hij werd als trainer ontslagen bij Barcelona in 1996, vervolgens werd hem in 2010 zijn titel als erevoorzitter afgenomen, drie maanden nadat die hem was verleend.
(2) Cruijff hoopte uitzonderlijk creatieve voetballers te stimuleren en ontwikkelen die hun talent mee de wereld in namen; Calvijn wilde een kader van profeten opleiden die de godsdienstige waarheid – en de godsdienstoorlog – mee naar Frankrijk zouden nemen.´
Bron: David Winner, Waarschijnlijk onsterfelijk – Hoe de leer van Cruijff zich als een religie over de wereld verspreidde, 2026, blz. 228-229
Beide C´s? Ook hier twee JC´s (naast Jesus Christus en Johan Cruijff): Johannes Calvijn en Johan Cruijff (Nico Scheepmaker, Cruijff, Hendrik Johannes, fenomeen, 1972, 1984, 1997).
Winner vraagt zich overigens af of Cruijff een calvinistische aanhanger van de predestinatieleer was. ´Nee, maar een verre, geseculariseerde, verwaterde echo ervan lijkt toch deel van zijn denken te zijn geweest. Hij gebruikte nooit de term ´uitverkorene´ en praatte nooit over redding. Maar hij geloofde wel degelijk dat een handvol uitzonderlijk begaafde voetballers van nature speciaal was, terwijl de meeste gedoemd waren om niet speciaal te zijn. (…) De voornaamste verantwoordelijkheid van zijn speciale spelers was de plicht om de leiding op zich te nemen.´ (blz. 230, 232)
Winner gaat in zijn boek grotendeels voorbij aan de eigen, persoonlijke verhouding van Cruijff tot religie. In mijn boek ´CRUIJFFIAANS – Uitspraken, gedachtegoed en voetbalvisie: een thematisch totaaloverzicht´ (2020) heb ik ruim aandacht besteed aan de uitspraken van Cruijff over levensbeschouwing: godsdienst, kerk, geloof en bijgeloof. (blz. 377-384). Zijn uitspraken blijken te kunnen worden gerangschikt in de volgende rubrieken: ´Over wat het verstand te boven gaat´, ´Over het bestaan van een hogere macht´.,´Over goddelijke gerechtigheid´, ´Over de wil van God en de lotsbestemming´, en ´Over bijgeloof en vaste rituelen´. Conclusie: Cruijff geloofde in het bestaan van een hogere macht, in God en zijn sturende en, zo nodig, ook bestraffende hand. Hij was niet gelovig in kerkelijke zin, in die zin dat hij officieel de christelijke geloofsleer aanhing. Hij geloofde in predestinatie, althans lotsbestemming: ´Niets gebeurt zonder voorbestemming.´ , ´Je lot is uitgestippeld.´ was de kern van veel van zijn boodschappen.
Rob Siekmann
Share.