´Cruijff staat even aan de zijlijn. Hij heeft van de kant een wit lintje ontvangen, om zijn sok op te houden. Even vastbinden en dan pas verder, daarvoor is wel even tijd.Maar dan komt daar die bal aangezweefd. Opeens is Cruijff een en al oplettendheid. Hij kijkt omhoog en kromt zijn rug. In één keer, vlak na de stuit, neemt hij de bal mee naar binnen, vanaf de zijlijn, op pakweg 35 meter schuin voor het doel. Vanuit een voor de tegenpartij veilige houding, met de rug naar het doel, kiest hij opeens de aanval.De enige verdediger die in de buurt is, is eigenlijk al te laat om te reageren. Hij had ook niet verwacht dat Cruijff opeens zou ontwaken uit zijn schijnslaap. Cruijff rent de bal achterna en kruist voor de verdediger langs. De bal landt en draait door het meegegeven effect perfect naar binnen.Grofweg heeft hij nu de keuze uit twee mogelijkheden om de doelman te passeren. Je mag verwachten dat hij verder zal dribbelen om de keeper – de enige speler die hij nog zal tegenkomen op zijn weg naar het doel – te passeren met een van zijn schijnbewegingen. Maar Cruijff besluit tot een lob over de doelman heen, die weliswaar iets voor zijn doel staat maar ook weer niet zo heel ver. Hij staat nog binnen zijn doelgebied. Voor een boogbal is er eigenlijk helemaal geen ruimte.Cruijff had de bal dus ingehaald, nadat hij die vanaf de zijlijn in één keer had meegenomen. En nu geeft hij een lob van ongeveer 18 meter, vanaf links voor het doel, van even buiten het strafschopgebied. De bal heeft vaart en effect. Cruijff blijft een fractie van een seconde staan, om te kijken of datgene wat hij onderweg heeft bedacht, ook lukt. De keeper raakt de bal ogenschijnlijk heel lichtjes aan, waarna die vlak onder de lat in het doel valt.´
Bron: Willem Vissers, Pingelaars & Pegels en andere voetbalverhalen, 2013, blz. 201 e.v.Het doelpunt, over grote afstand voorbereid – ter hoogte van de middenlijn tot rand strafschopgebied – vergde dus slechts twee balaanrakingen. De eerste was een dropkick die uitmondde in een selfpass, de tweede was een lob over de keeper.Johan Cruijff maakte dit doelpunt op 2 januari 1972 voor Ajax in een competitiewedstrijd in het Haagse Zuiderpark tegen ADO. Het was de winnende treffer (1-2) op die winterdag. In de 53e minuut. De verdediger tegenover hem op dat moment was Kees Weimar en de doelman die hij met zijn paraboolachtige schot versloeg, Ton Thie. Cruijff had de neerdwarrelende bal gekregen van Ruud Krol, via een wilde trap.Vóór de aftrap had Cruijff bloemen ontvangen van de Haagse aanvoerder Aad Mansveld, omdat hij een paar dagen eerder voor het eerst was uitgeroepen tot Europees voetballer van het jaar, als eerste Nederlander ooit in de voetbalgeschiedenis.
Rob Siekmann
Share.