Meer dan één miljoen mensen zullen zich zondag weer verzamelen rond het parcours van de Ronde van Vlaanderen.
Geen wielerwedstrijd waaraan zoveel vergeelde herinneringen kleven als de Ronde van Vlaanderen. Geen koers ook die met zo’n barok taalgebruik wordt omschreven en die een zo geromantiseerd beeld geeft van een volk en een streek. Het is telkens weer alsof Vlaanderens Mooiste zich niet kan bevrijden van het verleden.
De Ronde van Vlaanderen is de kristallisatie van alles wat het wielrennen mooi maakt: pijn, afzien, de emotie van de winnaar, de strijd van de mens tegen het overweldigende decor. Het is een metafoor, alles wat je in het leven vindt, tref je in deze koers aan. Ieder jaar lijkt de uitstraling van de Ronde van Vlaanderen groter te worden. Het enthousiasme langs de weg is onbeschrijfelijk, de symbolische waarde van deze wedstrijd is enorm. Alle problemen worden op die dag door iedereen vergeten, de Ronde van Vlaanderen lijkt de hersenen te reinigen, het zit ingebakken in onze genen. Ook de politieke wereld laat zich dan graag horen.
De Ronde van Vlaanderen heeft in de wielersport ook bepaalde trends gezet. Zo werd bijvoorbeeld sponsors en pers in 1988 voor de start een ontbijt aangeboden. Dat was in 1988, toen de wedstrijd op de Grote Markt van Sint-Niklaas startte. Jean-Marie Leblanc was toen net de nieuwe directeur van de Ronde van Frankrijk en was die dag uitgenodigd. Hij schoof ook mee aan voor het ontbijt en zei meteen dat hij dat ook in de Tour zou doen. Zo is dat idee naar de Ronde van Frankrijk overgewaaid. En zo is het allemaal uitgegroeid tot een vipdorp zoals we dat nu kennen.
STERKE NUMMERS
Ontelbare heroïsche prestaties zijn er in de Ronde van Vlaanderen geleverd. Het heeft te maken met de aard van de omloop die – met al zijn mythische en stekelige hellingen – van deze wedstrijd een haast devote uitputtingsslag maakt die gepassioneerd en geëmotioneerd wordt gevolgd. Er wordt gejubeld en gesakkerd.
Vaak maken klimatologische omstandigheden de koers nog afmattender. Hoe zwaarder die zijn, hoe meer dramatiek. De sterkste nummers zijn geschreven in regen en wind. Bijvoorbeeld in 1969 toen Eddy Merckx op zeventig kilometer van de meet aanviel. Helemaal alleen in een echt hondenweer. Merckx vertrok uit een groep waarin verschillende Italiaanse vedetten zaten, aangevoerd door Felice Gimondi. Iedereen verklaarde hem gek, ook Lomme Driessens, zijn sportdirecteur. Die reed naast Merckx en vroeg hem wat de bedoeling was. Toen zei Merckx dat hij gewoon zou doorrijden. Uiteindelijk won hij, ondanks een forse tegenwind, met ruim vijf minuten voorsprong.
TWEE SNELHEDEN
Door het epische duel dat Mathieu van der Poel en Tadej Pogacar in Milaan-Sanremo uitvochten zal de belangstelling voor de Ronde van Vlaanderen alleen maar toenemen. Iedereen verwacht een nieuwe spetterende tweestrijd tussen de beide tenoren. Tadej Pogacar wil zijn zege van vorig jaar hernieuwen, in afwachting dat hij zijn monumentenjacht de daaropvolgende week ook in Parijs-Roubaix verderzet. Het tekent de ingesteldheid van de Sloveen: steeds weer zoekt hij naar nieuwe doelen, in iedere koers blijft het aanvalsvuur in hem branden. Ook daarom tekent hij zelf zijn eigen programma uit en laat hij amper inspraak toe.
Mathieu van der Poel koerst met een opmerkelijke rust nadat hij alle doelen heeft bereikt die hij zich op de weg had gesteld. De Nederlander won inmiddels zeven monumenten. Het neemt niet weg dat hij de voorbije winter harder trainde dan ooit tevoren. En ook, op zijn dertigste, constateerde dat zijn lichaam dit aankan.
Het is alsof het wielrennen tegenwoordig op twee snelheden wordt bedreven en alle renners die zondag in Brugge aan de start staan van de Ronde van Vlaanderen tot figuranten worden gedegradeerd. Tenzij de verbazende en slimme Deen Mads Pedersen die elk jaar sterker wordt en aanvankelijk alleen voor kleinere ploegen reed. Ook Wout van Aert, die al jaren snakt naar zijn eerste overwinning in een grote klassieker, lijkt niet echt bij de favorieten te horen. Pogacar en Van der Poel zijn ook naast de fiets perfecte ambassadeurs van de huidige lichting. Voorbij lijkt de tijd dat renners zich niet goed verkopen en eigenlijk alleen maar clichés vertellen. Ze kregen mediatraining, maar dat leidde al eens tot nietszeggende antwoorden.
Pogacar en Van der Poel staan daarboven. Niet dat ze nu alle interne geheimen prijsgeven, maar ze ontleden de wedstrijden rustig en helder. En vooral: ze zoeken na verlies nooit naar excuses. Ook dat maakt het wielrennen aantrekkelijker. En bant de schimmigheid die veel te lang rond dit wereldje hing.