Twee uur lang gedroeg Bashir Abdi zich als een opperhoofd, een frisse, van zelfvertrouwen blakende topfavoriet die als een concertdirigent erop toekeek dat iedereen in de kopgroep precies verrichtte wat hem, Abdi, in de kaart speelde. Kan bovendien het publiek wat enthousiaster worden? Mooi zo. Alleen, het tempo lag iets te hoog.
Niettemin maande Abdi met niet mis te verstane gebaren gebaren zijn gezellen aan kopwerk te verrichten. Dat lukte niet helemaal, het gedeelte tussen de kilometers 35 en 40 was het traagste van alle. In zijn honger naar een derde overwinning in Rotterdam en een verbetering van zijn eigen Europees record ging Abdi er in zijn eentje tegenaan. Tot zijn lichaam, misschien extra aangetast door al dat mentale en psychologische gedoe, protesteerde: kramp in de kuiten.
De marathon was één kilometer te lang. Weg overwinning, weg Europees record. Komt het er nog van? Abdi is zevenendertig, Carlos Lopes was een half jaar ouder toen deze Portugees in 1985 op hetzelfde parkoers in Rotterdam het wereldrecord verbeterde. Maar de omstandigheden waren ideaal, toen en ook gisteren.
De winnaar Guye Adola, een vijfendertigjarige Ethiopiër, is bepaald geen figurant. In 2017 legde hij in Berlijn Eliud Kipchoge, de beste marathonloper ter wereld, het vuur na aan de schenen. Met 2.03.46 was hij tweede op de wereldranglijst van dat jaar. In Rotterdam liep hij acht seconden trager. Op de ranglijst aller tijden is Adola zesendertigste, Abdi is met 2.03.36 de nummer dertig. Het dagje Rotterdam beviel ook Koen Naert niet. Hij moest al vroeg het tweede pelotonnetje laten gaan en finishte in 2.10.33, bijna vier minuten meer dan zijn persoonlijke record.