Met de Druivencross van Overijse stevent het veldritseizoen vandaag op een eerste hoogtepunt af.
Meer dan 30 veldritten zendt Sporza dit seizoen rechtstreeks uit. Dat is opmerkelijk voor een discipline die steeds minder echte specialisten telt en aan aantrekkingskracht lijkt te verliezen. Almaar meer cyclocrossers kiezen voor een combinatie met de weg. Europees kampioen Toon Aerts is daar een voorbeeld van. Of Thibau Nys en het Nederlandse talent Tibor del Grosso. Zij aanzien het veld als een aanloop naar de weg.
Veel eerder deden ook Mathieu van der Poel en Wout van Aert dat al. Zij werken een beperkt aantal wedstrijden af waarbij Van der Poel, die in januari vader wordt, er zelfs over denkt een winter over te slaan. Nochtans past de UCI de kalender in functie van hen aan. Zo beginnen de wedstrijden voor de wereldbeker pas in november en worden de twaalf crossen van dit regelmatigheidscriterium tot eind januari samengebald.
Het kadert in de verwoede pogingen van de Internationale Wielerfederatie om deze discipline te internationaliseren. Veel succes leverde dat niet op. Het veldrijden baadt in een zekere beslotenheid, al blijft het voor de toeschouwers een gezonde winterse uitstap die bovendien door de televisie perfect in beeld wordt gebracht. Kortere seizoenen
Ooit noemde Roger De Vlaeminck het veld de autostrade naar de weg. Dat was al in de prehistorie zo. Toen het Belgisch Kampioenschap in 1910 voor het eerst werd georganiseerd, zegevierde de drievoudige Tourwinnaar Philippe Thys. Ook toen werd het cyclocrossen als een nuttige bezigheid aanzien die de fysieke weerbaarheid verhoogde.
Veel later deden echt specialisten hun intrede zoals André Dufraisse, Renato Longo, Albert Zweifel, Roland Liboton en Sven Nys. Zij reden amper op de weg, al waren er toen ook uitzonderingen zoals r Rolf Wolfshohl (winnaar van de Ronde van Spanje) en de zevenvoudige wereldkampioen Eric De Vlaeminck, ritwinnaar in de Tour.
De afgelopen jaren verschoven de verhoudingen weer. De drang naar de weg werkt verblindend en zo werd de top van het cyclocrossen steeds smaller. Sterker zelfs: de echte veldrijder sterft langzamerhand uit. De seizoenen worden ook steeds korter. Terwijl vroeger al begin september de eerste veldrit werd gereden, duurde het nu tot 10 oktober voor er in Vlaanderen, in Dendermonde, voor het eerst het veld werd ingedoken.
Een stoet supporters
In afwachting van de intrede van Wout van Aert en (eventueel) Mathieu van der Poel zijn het de pure veldrijders die op dit moment de wet dicteren. Zoals Michael Vanthourenhout, tot dusver de meest succesrijke crosser. De West-Vlaming is technisch gezien een van de besten, hij moet op dat vlak amper onderdoen voor Mathieu van der Poel. Maar Vanthourenhout vond het in het verleden moeilijk om zich een heel seizoen lang op zijn sport te concentreren. Die mentale kracht om constant het uiterste uit zichzelf te halen lijkt er nu wel te zijn.
Nieuw talent stroomt maar moeizaam door, het is voor jongeren niet gemakkelijk om een stap hogerop te zetten. Thibau Nys is hier de uitzondering op de regel. Maar in feite maakte hij de omgekeerde beweging en kwam via het veld op de weg terecht. Die heeft nu bij de zoon van Sven Nys voorgang, al zal niet crossen voor Thibau nooit een optie zijn. Hij begint op 1 november met de Koppenbergcross aan zijn wintercampagne. En overal waar Thibau Nys rijdt, trekt hij een stoet supporters met zich mee. Net zoals zijn vader vroeger.
Een festival van glijpartijen
Vandaag schiet het veldritseizoen echt uit de startblokken met de Druivencross in Overijse, ook wel de moeder van alles crossen genoemd. Het is dit seizoen de eerste wedstrijd voor de Superprestige, een klassieker die gereden wordt in een echt veldritdorp. Met een zeer eerlijke omloop, al moet je bij veel regen rekenen op een festival van glibber- en glijpartijen. Een slechte start hoeft niet dramatisch te zijn. Alles wat veldrijden zo interessant maakt zit vervat in deze wedstrijd: snelheid, fysieke kracht, behendigheid, modder, valpartijen en spanning. En het hele gebeuren ontrolt zich in een unieke sfeer. Al om tien uur ‘s ochtends staat er mensen langs de omloop. Sommige crossen buigen op een traditie die sterk genoeg is om te overleven.
Op zijn minst even interessant als de strijd bij de mannen wordt dit seizoen de cross voor vrouwen. Dat heeft onder meer te maken met de Nederlandse Fem van Empel die mentaal verzadigd was en een jaar inactief bleef. Nu maakt ze haar wederoptreden. Van Empel, die aanvankelijk voetbalde en droomde van een profcarrière bij… Bayern München, was de koningin van het veldrijden. Ze klimt goed, daalt uitstekend en wil al eens een cross winnen door in de afdaling het verschil te maken. Maar ook zij zal allicht weer voor een combinatie met de weg kiezen. Net zoals andere Nederlandse toppers als Puck Pieterse, Shiron van Anrooy en Ceylin del Carmen Alvardo. Wereldkampioene Lucinda Brand pakt het wel anders aan, ook al werd ze in 2013 en 2015 Nederlands kampioen op de weg. Toch legt ze de focus op het veld. Die keuze, zegt ze, heeft haar een stuk rustiger gemakt.
Een magische klank
De Druivencross telt enkele memorabele edities. Zo was er in 2015 de karatetrap van Bart Wellens die door het lint ging na meerdere beledigingen vanuit het publiek. Veelbesproken was ook de opgave van Sven Nys in 2014 die daardoor de afgesproken startpremie niet zou krijgen. Nys bleef de daaropvolgende jaren weg uit Overijse. Het belette hem niet om daar zes keer te winnen. En een erelijst te sieren waarop alleen grote namen staan. Ook buitenlanders als Hennie Stamsnijder, Thomas Frischknecht, Daniele Pontoni, Richard Groenendaal en uiteraard Mathieu van der Poel. En voordien Roland Liboton, met zestien overwinningen de absolute recordhouder in Overijse, al gebeurde dat in een tijd dat er in de druivengemeente twee veldritten per seizoen werden gereden.
Het is opmerkelijk dat er in Overijse nooit een wereldkampioenschap werd georganiseerd en dat het al van 1996 geleden is dat er een Belgisch Kampioenschap werd gereden. Terwijl in Overijse in 1982 de Superprestige ontstond, aanvankelijk een bescheiden project dat in de loop van de jaren nog op andere plaatsen werden opgenomen.
Allicht ook daarom behoudt de naam van de veldrit van Overijse een magische klank. Daar is het de organisatie om ook te doen. De veldrit is daar een volksfeest, een Vlaamse kermis. De inwoners trekken zonder te twijfelen hun laarzen aan, zetten hun muts op en trotseren als het moet de hele dag de kou en de modder.
Eigenlijk is dat ook de oorsprong van een discipline die blijft zoeken naar een andere identiteit, maar zijn specifiek karakter toch altijd weet te behouden: veldrijden is rijden en lopen, kimmen en dalen. Zeker in Overijse wordt dat perfect gedemonstreerd.