zondag, juni 14

Frantisek Planicka, Praagse keeperskunst en verloren wereldbekereer in 1934 – Raf Willems

Pinterest LinkedIn Tumblr +

Een dagelijkse serie van 31 afleveringen…Iconen van het WK Voetbal 1920-2026 uit het gelijknamige boek. Vandaag: Frantisek Planicka, 2 juni 1904 – 20 juli 1996.

Tsjecho-Slowakije – Italië 1-2, finale Mondiale 1934 – 10 juni 1934

 

Frantisek Planicka. De beste doelman ter wereld van zijn tijd, zo beschreven de internationale media zijn zowel secure als spectaculaire optreden. Maar zelf deed hij dat altijd af met de nodige zelfrelativering, op zijn typisch Praagse manier. Wereldkampioen was hij echter nooit geworden. En dat had hem altijd dwarsgezeten. Het knaagde… vooral dat optreden van die irritante scheidsrechter tijdens de finale tegen Italië van de Mondiale 1934 in Rome. Hij zweeg er meestal over, want eigenlijk vond hij het te gortig voor woorden.

Toen kwam de lente van 1978. Aan de vooravond van de Mundial in Argentinië trof hem plots een schok. De Italiaanse spits Raimundo Orsi – een genaturaliseerde Argentijn – publiceerde in de krant El Gráfico uit Buenos Aires een geruchtmakende Open Brief aan Frantisek Planicka. Vierenveertig jaar na de feiten.

De openbaring sloeg in als een bom. Orsi bekende:
Alles draaide bij ons in de finale om één vraag: hoe bedwingen we die duivelskunstenaar Planicka? We waren doodsbang dat we, bij een nederlaag, op bevel van dictator Mussolini zouden worden terechtgesteld. Tenzij scheidsrechter Eklind ons gunstig gezind zou zijn…”
De vrees van Orsi bleek ongegrond want scheidsrechter Eklind koos wél degelijk duidelijk partij…voor de Italiaanse Squadra van Orsi. Uit eerlijke schaamte schorste de Zweedse voetbalbond hem nadien gedurende maanden.

Planicka – de Kat van Praag – was 74 toen hij Orsi’s brief las, en stond aan de grond genageld. De kwellende gedachte liet hem nooit meer los: verloor hij in het Stadio Olimpico van Rome in 1934 de wereldtitel door toedoen van een corrupte arbiter?

Zijn geheugen gleed terug naar de speelse kracht van zijn nationale elftal. Tussen 28 oktober 1932 en 16 mei 1934 had Tsjecho-Slowakije achtereenvolgens Oostenrijk, Italië en Engeland verslagen – toen de drie sterkste landen van Europa. Waren zij dan niet de terechte favoriet voor het wereldkampioenschap?

In Italië demonstreerde het team zijn klasse: het versloeg Roemenië (2-1) en Zwitserland (3-2), al vertaalde het zijn dominantie zelden in ruime cijfers – een oud cultureel tekort van het Tsjecho-Slowaakse voetbal. Liever blijvend de bal vaardig rondtikken dan onbezonnen op doel trappen. De halve finale tegen Duitsland toonde het ware gezicht. De machtsgreep van Adolf Hitler in 1933 joeg een rilling van afkeer door Praag. Het contrast tussen hun eigen humanistische, voetballiefhebbende president Masaryk en de nationaalsocialistische dictator kon niet groter zijn. De wedstrijd zat vol politieke spanning.

De roodwitte creativiteit overklaste de zwartwitte Arbeit. Olrich Nejedly (Sparta) scoorde driemaal na flitsend samenspel met Antonín Puc (Slavia). Nejedly was de meest doelgerichte spits van het land; Puc zijn gelijke op het vlak van techniek en lichaamsbeheersing. Hij vierde elk doelpunt uitbundig, en gaf na afloop een giftige sneer: Het hakenkruis op het Duitse shirt werkte op ons als een rode lap op een stier.”

In de finale brak Puc negentien minuten voor tijd door de blauwe defensie: 0-1, een verdiende voorsprong.

Een briljante solo van Nejedly leek het lot te bezegelen. Monti stopte hem met een brutale overtreding in het strafschopgebied. De tifosi verstomden. 0-2 met minder dan een kwartier op de klok? Dan was het afgelopen. Scheidsrechter Eklind liet begaan, werkelijk tot verbazing van iedereen. De Tsjecho-Slowaken raakten van de wijs en hun balvastheid stokte. In de 81ste minuut gebeurde wat niemand voor mogelijk hield: Orsi verschalkte Planicka. In de verlenging viel het onvermijdelijke doelpunt: Schiavio scoorde. Benito Mussolini – de tirannieke Duce – danste uitzinnig op de eretribune. De democratie verloor van de dictatuur. Ook op het veld. De beschuldigende vinger wees naar Eklind.

Frantisek Planicka had records gevestigd bij Slavia Praag: in 969 wedstrijden zijn keeperskunsten getoond tussen 1922 en 1939. Met een almaar uitdijend palmares van negen landstitels, negen bekers, talrijke kleine toernooien en één grote Europese triomf: winst in de Mitropacup in 1938. Ondanks zijn beperkte lengte – 1,73 meter – straalde hij autoriteit uit. Aanvallers vreesden zijn standvastigheid. Hij weigerde keepershandschoenen te dragen, stond bekend om zijn lenigheid, zijn vangtechniek en zijn gevaarlijke duikvluchten op de punt van de schoen van doorgebroken tegenstrevers.

Hij blesseerde zich vaak, brak armen en benen, maar klaagde deed hij zelden of nooit. Want het keepen maakte hem gelukkig. Tenminste, dat had hij altijd gedacht. Tot die fatale bekentenis van zijn Italiaanse tegenspeler Orsi in 1978. Wat als… de scheidsrechter eerlijk had gefloten in die finale? Dan was hij doelman van de wereldkampioen geweest. Nu bleef hij voor altijd – ten onrechte – in het kamp van de verliezers. En dat bleef hem – de eeuwige optimist – tijdens zijn levensavond pijnigen. Frantisek Planicka.

Uit: Iconen van het WK Voetbal 1920-2026 – Raf Willems – Uitgeverij Best in Books

 

 

 

Share.

About Author

Paul Catteeuw (1956) bekijkt voetbal vanuit de tribune achter het doel. Hij houdt zo de vinger aan de pols voor wat naast de zijlijn gebeurt en probeert om er dwars doorheen te kijken. Soms vol nostalgie, soms vol verwondering, maar meestal met een vleugje ironie.

Leave A Reply