Nog even en de Belgische atletiek bestaat anderhalve eeuw. Een perfect moment om een top 100 van de grootste (mannelijke) atleten van ons land op te stellen, meende Ivan Sonck. Sonck was gedurende een paar decennia, samen met Roger Moens, dé stem van de atletiek bij de BRT (later VRT). Voor deze top 100 kreeg hij de steun van atletiekexpert Patrick Audenaert. dewitteduivel.com brengt u een drietal portretten uit deze top 100. Vandaag Julien Saelens.
Op 6 juni 1944 landen geallieerde troepen op vijf Normandische stranden met codenamen die geen twijfel laten bestaan over wie het bevel voert: Utah Beach (Utah is een van de vijf Amerikaanse staten) en Omaha Beach (Omaha is de grootste stad van de staat Nebraska). Doel van operatie Overlord is het door nazi-Duitsland bezette West-Europa te heroveren. Intussen dringt het Sovjetleger de generaals en soldaten van Hitler die diep in het onmetelijke land zijn opgerukt, almaar verder terug.
Julien Saelens, een Brugse meubelmaker, is Belgisch recordhouder op de 100 meter (10.6), de 200 meter (21.7) en de 400 meter (49.3), verovert een resem Belgische titels en is vierde op de 200 meter van de Europese kampioenschappen in 1938 in Parijs. Zijn prestaties en zijn volkse aard maken hem populair bij de jongeren in het Brugge van die jaren. Ze lokken tientallen van hen naar het atletiekveld. De sprintschool van Olympic Brugge wordt een begrip.
Wanneer de oorlog uitbreekt is Saelens een zogenoemde crab, een van de ongeveer een half miljoen mannen van 16 tot 35 die zich bij het CRAB (Centre de Recrutement de l’Armée Belge) moeten melden. Wanneer de Duitsers ons land onder de voet lopen worden de crabs aangemaand naar Frankrijk te vertrekken, ‘waar ze onderdak en werk zullen vinden,’ verzekert het CRAB. België heeft gecapituleerd, nu geeft ook Frankrijk zich over. Sommige crabs proberen naar Groot-Brittanië over te steken, anderen blijven in Frankrijk rondhangen, vooral in het warme zuiden, het merendeel keert terug naar België. Saelens verblijft weer in Brugge, komt in contact met verzetslui en sluit zich bij hen aan. In mei 1944 wordt hij opgepakt en weggevoerd naar het kamp van Kahla, in het midden van Duitsland. Duizenden dwangarbeiders bouwen er een ondergrondse fabriek waar de eerste operationele straaljager moet worden geproduceerd.
Wanneer op zekere dag de arbeiders aantreden voor de bedeling van wat soep wordt genoemd, schikt Saelens zich niet meteen in de rij. Een bewaker reageert, Saelens haalt minachtend de schouders op, de bewaker grijpt naar zijn wapen en schiet. De kogel raakt een nier van de al erg verzwakte Saelens, hij overleeft het niet. Het is 8 april 1945, vijf dagen later wordt Stalag Kahla door naar Berlijn oprukkende Amerikaanse troepen bevrijd. Voor honderden uitgemergelde dwangarbeiders komt alle hulp te laat. Ondanks alle zorg overlijden ze in de daaropvolgende dagen en weken.
Na de oorlog krijgt Saelens postuum de Grote Prijs van de Belgische Atletiekbond. Het atletiekstadion in Assebroek, een deelgemeente van Brugge, wordt naar hem vernoemd. Zijn Belgische 200 meterrecord wordt pas na zevenentwintig jaar verbeterd.