zaterdag, april 5

70 jaar geleden: het idee voor de Beker met de Grote Oren ontstond in een Weense koffiekroeg bij voetbalvisionair Hugo Meisl

Pinterest LinkedIn Tumblr +

Het is vandaag exact 70 jaar geleden dat Gabriël Hanot in zijn L’Equipe de geboorte van de eerste Europese beker aankondigde. Volgens de Oostenrijkers werd de Europacup echter niet in Parijs maar in Wenen bedacht. Zoals Raf Willems vertelt:

Wenen. 8 september 1933. Finale Mitropa Cup. Austria Wien – AS Ambrosiana-Inter Milano 3-1 (heen 2-1 voor de Italianen). Toeschouwersrecord van 58.000. Drie doelpunten van Matthias Sindelar, de beste spits van het continent. De Wiener Schule bevindt zich op haar hoogtepunt. Hoog in de tribune van het Prater Stadion trok een heer ‘op leeftijd’ monkelend aan zijn sigaar. Zijn lievelingsclub Austria won dankzij zijn favoriete speler Sindelar het door hem in 1927 voor het eerst georganiseerde toernooi. Hugo Meisl genoot van zijn opperste staat van ‘voetbalgeluk’.

Onder zijn impuls zag toen de Mitropacup het licht. Dat was niet alleen een verwijzing naar ‘Mitteleuropa’, maar ook naar de ‘sponsor’ achter het toernooi. De  internationale spoorwegmaatschappij ‘Mitteleuropäische Schlaf-und Speisewagengesellschaft’ voerde met haar treinen ‘Mitropa’ de profteams en hun supporters uit Oostenrijk, Hongarije, Tsjecho-Slowakije en Italië naar de wedstrijden.

Hugo Meisl als ‘geestelijke vader’ van de Europa Cup

Wenen. Wiener Ring Kaffee, Berggasse 9. Ik bezocht de beroemde ‘koffiekroeg’ tijdens het Europees Kampioenschap van 2008. Ik had in Libero een opvallend statement gelezen. Het magazine van de ‘International Federation of Football History and Statistics’ benoemde in haar editie ‘Mitropa Cup 1927-1935’ uit 2001 Hugo Meisl als ‘de geestelijke vader van de Europa Cup’.

Ik geef even het letterlijke citaat uit Libero: ‘Hugo Meisl, der Schöpfer und Ideengeber des Mitropa Cup, war auch der geistige Vater der Europapokal-Wettbewerbe. Selbst was heute in der europäischen Champions League und in der südamerikanischen Copa Libertadores praktiziert wird, geht in vielfältiger Form auf Hugo Meisl’s Ideen für den Mitropa Cup zurück. Die Franzosen werden dies nicht gern hören, doch nach dem Lesen dieser Ausgabe des IFFHS-Magazins wird auch der Letzte keinen Zweifel mehr haben.’

Voor de internationale federatie van voetbalhistorici zijn dus niet ‘de Fransen’ – lees het sportweekblad L’Equipe – de ontwerpers van Europa Cup, maar wèl de Oostenrijkse voetbalvisionair Hugo Meisl.

Ontwerper van de befaamde Wiener Schule – balbeheersing vanuit het brein, die aan  het artistieke grenst – en bondscoach van Oostenrijk das Wunderteam, die Mannschaft die im Walzerakt spielte. Het elftal, dat voetbalde op het ritme van de Weense wals en in de jaren dertig van de twintigste eeuw het mooiste landenspel opvoerde. Meisl sprak vloeiend zeven talen en was tegelijk zelf voetballer, scheidsrechter, trainer én bestuurder geweest.

En hij bedacht dus het oorspronkelijke idee voor de ‘Beker met de Grote Oren’, al zag die er toen nog niet zo uit, in het Wiener Ring Cafe in het midden van de jaren twintig.

Wenen als Europese voetbalhoofdstad tijdens het Interbellum

Terwijl ik me te goed deed aan enkele Wiener Cappuccino’s bladerde ik door het boek ‘Mehr als ein Spiel. Fussball und populare Kulturen im Wien der Moderne’. En kom tot de conclusie dat ‘Wien’ dé voetbalhoofdstad was van Europa – de eilanden van  het Verenigd Koninkrijk niet meegerekend – tussen 1900 en het begin van de Tweede Wereldoorlog. Zowel inzake aantal topclubs, toeschouwersaantallen én ‘voetbal-filosofische’ kijk op de sport.

Rond de eeuwwisseling verhuisde de familie Meisl naar Wenen. Daar slorpte een vreemd spelletje al de aandacht van de zesjarige Hugo op: voetbal. ‘Das wilde Fussball!’

De voetbalgekte beroerde de historische en culturele hoofdstad van Centraal-Europa. In de museumbrochure ‘Wo die Wuchtel fliegt. Legendäre Orte des Wiener Fussballs’ belichten de auteurs het fenomeen: ‘Op straten en pleintjes speelden jongeren op een ‘wilde’ wijze voetbal. Ze interpreteerden de regels naar eigen goeddunken en openden de confrontatie met de gevestigde orde. Het wilde element zocht en vond de vrijheid van het spelen.’

 

Elke zondag begaven meer dan 300.000 Weners zich naar het voetbal

Van zeven verenigingen in 1897 tot 45 in 1900! De scholen trokken aanvankelijk hun verbodsregisters open omdat leerlingen hun studies verwaarloosden. De directies spraken schande over de in hun ogen ‘dwalende jeugd’ maar de golf was niet te stuiten. Na 1920 telden de 182 Weense clubs meer dan 37.000 spelers. Elke zondag begaven 300.000 Weners zich in de richting van het spel om de bal. Het kijken naar het voetbal werd het gemeenschapsmoment bij uitstek. De eerste vedette Uridil kreeg een rol in een film, die in drieëntwintig Weense cinema’s tegelijk werd vertoond.

 

Het voetbal functioneerde op dubbele wijze in het Wenen van die tijd: als spektakel voor toeschouwers en als actieve sportbeoefening, een fenomeen van massacultuur. De grenzen van de sport werden ruimschoots overschreden: ‘Diesen Spiel hat in Wahrheit die Wiener Jugend völlig erobert. Wohin man sieht, gibt es Fussballspieler.’ Zo boomde de nieuwe balsport: van onbekend verschijnsel tot het belangrijkste element van de entertainmentindustrie.

Tussen 1890 en 1938 toonde Wenen zich op het terrein van de literatuur, muziek, architectuur, schilderkunst, wetenschap en politiek het epicentrum van het vooruitstrevende Europa. De filosoof Wittgenstein, de dirigent Mahler, de psycholoog Freud, de sociaaldemocraat Adler, de schilder Kokoschka sierden de stad met een gouden tijdperk. Het voetbal mag aan die imposante lijst worden toegevoegd. Dankzij de invloed van Hugo Meisl.

Hij vertrouwde op zijn ratio: voetbal als idee van de moderniteit. ‘Fussball wurde zu einer Lebensform’. In de visie van Meisl: een criterium voor zelfontplooiing, een identiteitsbevorderend project en een model voor vooruitgang en tolerantie. Een middel om sociale erkenning af te dwingen, zeker voor etnische minderheden in de grote Habsburgse Dubbelmonarchie.

 

Meisl zag in Europese voetbalcontacten een ‘vredesbrenger’

 

Hij stimuleerde drie vernieuwende lijnen: ‘de kwaliteit van het massaspektakel; de commercialisering en het culturele internationalisme.’ Voetbal diende bevallig gebracht, het had nood aan professionele structuren en de sport kon de vijandigheid, in de nasleep van de verschrikkelijke Eerste Wereldoorlog, doorbreken. De sporthistoricus Pierre Lanfranchi onderzocht dit moderniseringsproces en concludeerde dat er sprake was van ‘turismo sportivo’ – supporters reisden hun teams achterna – en van popularisering van het voetbal via radio, kranten en reclame. Tegelijk diepte het spel de diplomatieke relaties van voorheen vijandige naties uit. Hugo Meisl hechtte vertrouwen aan de Europese geloofsbelijdenis via het voetbal. Hij toonde zijn afkeer voor het enge nationalisme en het opkomende fascisme. Hij hield vast aan zijn partijpolitieke neutraliteit maar hij deelde denkbeelden van sociaaldemocraten en liberalen.

 

Het ‘Kaffeehaus’ als plaats van het intellectuele voetbaldebat

 

Het Weense Kaffeehaus stimuleerde de verwalsing van het voetbal.

Het Kaffeehaus vuurde de culturele dynamiek aan. Theaterrecensent Alfred Polgar raakte de juiste snaar met zijn omschrijving: ‘eine Organisation der Desorganisierten’.

Hij zag de koffiekroeg als een ‘asiel voor mensen die de tijd moeten doorkomen, een reddingsboei voor mensen die op zoek zijn naar de zin van het leven.’ De ‘Wener’ vertoefde soms de halve dag in het café, kranten lezend en heftig discussiërend over politiek, liefdesperikelen en… voetbal. Aanvankelijk keken schrijvers en intellectuelen neer op het voetbal, na verloop van tijd namen ze verwoed deel aan debatten over de wekelijkse Weense derby’s: ‘Wir sehen in der Tatsache, das Literaten über Fussball schreiben, ein gutes, wichtiges Zeichen der Zeit.’

Vanuit zijn favoriete koffiehuis installeerde Meisl dus in 1924 de eerste professionele competitie van het Europese continent en verdedigde zijn geesteskind met hartstocht. Hij projecteerde de ‘profvoetballer’ als ‘een arbeider zoals een andere’ en proclameerde de uitbouw van een spelersvakbond.

Hij vervaardigde Wenen tot de eerste voetbalmetropool van Europa. Vermaarde clubs zoals Rapid, Wiener SC, First Vienna, Admira wortelden in de volkswijken rond het centrum. Met één uitzondering. Austria zag het licht in het beroemde Ring Kaffee. Als een club van bohémiens, dissidenten en humanisten. Zoals Hugo Meisl.

En uitgerekend die club plaatste in 1933 in het zevende seizoen van de Mitropa Cup het absolute uitroepteken van de competitie.

Meer dan 58.000 toeschouwers bewonderden het spektakel van de Europese vedetten Sindelar (Austria) en Meazza (Inter).

 

In het ‘Kaffeehaus’ werd dus geredetwist over de positie en ontwikkeling van het voetbal: artistiek versus strijd, spektakel versus resultaat, fantasie versus discipline. Het democratische Oostenrijk versus het fascistische Italië.

Ik bevond mij dus op een plaats waar geschiedenis was geschreven. In het beroemde Wiener Ring Kaffee aan de Berggasse. Daar ontstond dus het idee voor de ‘Beker met de Grote Oren’.

 

 

 

 

 

 

Tussen Wenen en Parijs

 

In 1934 schreef Gabriel Hanot, de bevlogen hoofdredacteur van het weekblad Le Miroir des Sports, vanuit Parijs een merkwaardig artikel geschreven. Hij stelde voor, om bij wijze van Europese uitwisseling, twee teams uit andere landen uit te nodigen voor de Franse competitie. Hij dacht aan de topclubs van zijn tijd Rapid Wenen en Juventus Turijn. Hij hoopte dat nadien andere landen zijn idee zouden overnemen.

Hanot keek met veel bewondering naar de Mitropa Cup.

Het enthousiasme bekoelde bij de praktische bezwaren en de Tweede Wereldoorlog gooide roet in het eten.

In november en december 1954 nodigde de Engelse landskampioen Wolverhampton Wanderers de clubs Honved Boedapest – met de wereldsterren Ferenc Puskas, Josef Boszik en Sandor Kocsis – en Spartak Moskou uit. Het Molineux Stadium beschikte over de modernste lichtinstallatie van Engeland en tijdens verschillende internationale vriendschappelijke duels waren het onder meer die ‘floodlights’ die voor een magische sfeer zorgden.  Wolvesmanager Stan Cullis dicteerde zijn troepen het aloude kick-and-rush. Hij liet zelfs het veld onder water zetten, zodat het geliefde tiktakspel van de Hongaren in de plassen bleef steken. De oranjezwarte Engelsen versloegen Honved met 3-2 en Spartak met 4-0 en de boulevardpers kopte ‘Wolves, champions of the world!’

 

Op dat moment knipperden de lichten op het bureau van de Franse sportkrant L’Equipe. Gabriel Hanot werkte intussen daar en vond het de hoogste tijd om zijn oude idee op te poetsen.

Hij publiceerde in zijn blad een blauwdruk en lokte delegaties van achttien verschillende clubs op 2 april 1955 naar een meeting in het Ambassador Hotel te Parijs.

Vooral Santiago Bernabeu, president van Real Madrid, reageerde met enthousiasme.  In Engeland bleef de ontvangst koel en de Football Association verhinderde zelfs dat kampioen Chelsea FC deelnam aan de eerste editie. Het organisatiecomité ‘regelde’ zelf de eerste duels, zonder loting. De FIFA volgde met een scheef oog de ontwikkelingen en achtte de tijd rijp om in te grijpen. De wereldvoetbalbond sommeerde de nog jonge Union of European Football Associations (opgericht in 1954) om het toernooi te adopteren: de Europa Cup der Landskampioenen was geboren! Al bevonden de wortels zich niet in Parijs, maar in Wenen.

 

 

 

 

Share.

About Author

Raf Willems (1960) noemt zichzelf voetbalschrijver met een boekenkast. Hij is uitgever en auteur van meer dan 40 boeken over ‘voetbal met een knipoog naar geschiedenis & samenleving’ en schreef voor het Nederlandse weekblad Voetbal International (1995-2000), de krant NRC Handelsblad (2001-2006) en de website Stichting meer dan Voetbal (2008-20014). Sinds 2014 Initiatiefnemer van voetbaldenktank & onlineplatform De Witte Duivel.

Leave A Reply