De Geschiedenis van Feyenoord, deel 4 (1956-1970) | Jan Oudenaarden

34,95

De Gloriejaren (1956 – 1970)

De Geschiedenis van Feyenoord, deel 4

In het nieuwe deel van zijn project beschrijft auteur Jan Oudenaarden de veranderingen bij Feyenoord in de late jaren vijftig. Hoe aan een sterk team wordt gebouwd, door de blik te verr …

Artikelnummer: 9789492881168 Categorie:
Deel dit artikel:

Product Description

De Gloriejaren (1956 – 1970)

De Geschiedenis van Feyenoord, deel 4

In het nieuwe deel van zijn project beschrijft auteur Jan Oudenaarden de veranderingen bij Feyenoord in de late jaren vijftig. Hoe aan een sterk team wordt gebouwd, door de blik te verruimen, waardoor eerst nationale successen de basis gaan vormen voor de hoogste internationale eer om in 1970 de apotheose te beleven met het winnen van de Europacup. Rotterdam kreeg door die festiviteiten een enorme opkikker. De stad was sinds 1962 al de grootste havenstad van de wereld, door de successen van Feyenoord werd ook de bevolking zelfbewuster en kreeg nieuw elan. Of zoals minister-president Piet de Jong zich afvroeg bij de ontvangst van de Feyenoorders in het Catshuis: “Ze hebben niet alleen de grootste haven, nu hebben ze ook nog de beste voetbalploeg. Zijn ze straks in Rotterdam nog wel te houden?”

De wederwaardigheden van Feyenoord in de periode 1956-1970, afgezet tegen de ontwikkelingen in de stad, staan beschreven in dit boek. Het boek vormt de kers op de taart van de eerder verschenen trilogie. Die gebeurtenissen gaven extra cachet aan de manifestatie C 70, waarmee Rotterdam op dat moment 25 jaar Wederopbouw vierde. Rotterdam wilde aantonen, dat het niet alleen een stad is van bouwen en werken, maar dat het er ook gezellig kan zijn en dat de Rotterdammers kunnen feesten. Wat dat betreft had het winnen van de Europacup niet op een beter tijdstip kunnen komen.

Extra informatie

Gewicht 1227 kg
Afmetingen 249 × 182 × 40 cm

Beoordelingen

Er zijn nog geen beoordelingen.

Be the first to review “De Geschiedenis van Feyenoord, deel 4 (1956-1970) | Jan Oudenaarden”